AB 2022/246
Grens aan het in stand laten van de rechtsgevolgen. De rechtbank had de herbeoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas moeten overlaten aan het bestuursorgaan.
ABRvS 30-05-2022, ECLI:NL:RVS:2022:1513, m.nt. R. Ortlep
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
30 mei 2022
- Magistraten
Mrs. N. Verheij, D.A. Verburg, J.M. Willems
- Zaaknummer
202103897/1/V2
- Noot
R. Ortlep
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS659030:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Verblijf
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:1513, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 30‑05‑2022
- Wetingang
Art. 8:41a, art. 8:72 Awb
Essentie
Grens aan het in stand laten van de rechtsgevolgen. De rechtbank had de herbeoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas moeten overlaten aan het bestuursorgaan.
Samenvatting
In artikel 8:41a van de Awb is de plicht neergelegd dat de bestuursrechter streeft naar definitieve geschilbeslechting. Op zichzelf is het dus terecht dat de rechtbank ook in deze zaak daar zo ver mogelijk in probeert te komen. Toch had de rechtbank in dit geval moeten volstaan met een vernietiging van het besluit van 7 mei 2021 en had zij de herbeoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas moeten overlaten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.