Er bestaat samenhang tussen onderhavige zaak en de zaken met nummers 12/00519 E ([medeverdachte 5]), 12/00521 E ([medeverdachte 1]), 12/00524 E ([medeverdachte 2]) en 12/02137 E ([medeverdachte 4]). In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
HR, 10-09-2013, nr. 12/02136 E
ECLI:NL:HR:2013:679
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10-09-2013
- Zaaknummer
12/02136 E
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2013:679, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑09‑2013; (Cassatie)
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2011:BP3509, Niet ontvankelijk
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:763, Gevolgd
ECLI:NL:PHR:2013:763, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑05‑2013
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:679, Gevolgd
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2013-0340
Uitspraak 10‑09‑2013
Inhoudsindicatie
Economische zaak. De HR verklaart de verdachte n-o in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Partij(en)
10 september 2013
Strafkamer
nr. 12/02136 E
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, Economische Kamer, van 8 februari 2011, nummer 20/001367-09, in de strafzaak tegen:
[verdachte], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Middelen van cassatie zijn namens deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het beroep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 10 september 2013.
Conclusie 28‑05‑2013
Inhoudsindicatie
Economische zaak. De HR verklaart de verdachte n-o in zijn cassatieberoep, nu niet binnen de in art. 437.2 Sv genoemde termijn door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie is ingediend.
Nr. 12/02136 E
Mr. Machielse
Zitting 28 mei 2013
Conclusie inzake:
[verdachte] 1.
1. De economische kamer van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft verdachte op 8 februari 2011 wegens “Opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 8.1, eerste lid, Wet milieubeheer, begaan door een rechtspersoon” veroordeeld tot een geldboete van € 2.500.
2. Mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann, advocaat te ’s-Hertogenbosch, heeft namens verdachte beroep in cassatie ingesteld.
3. De aanzegging op de voet van het eerste lid van artikel 435 Sv is op 4 mei 2012 betekend aan een persoon die verklaarde bestuurder/vennoot van verdachte te zijn. De in het tweede lid van artikel 437 Sv genoemde termijn van twee maanden voor indiening van de cassatieschriftuur eindigde derhalve op 3 juni 2012. Binnen deze termijn is geen schriftuur van verdachte ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Dit brengt mee dat verdachte niet kan worden ontvangen in het cassatieberoep.
4. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van verdachte in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 28‑05‑2013