Einde inhoudsopgave
RvdW 2014/559
Cassatieprocesrecht. Geen ondertekening cassatieverzoekschrift door advocaat, art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid.
HR 04-04-2014, ECLI:NL:HR:2014:833
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
4 april 2014
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, A.H.T. Heisterkamp, C.E. Drion
- Zaaknummer
14/00641
- Conclusie
A-G mr. F.F. Langemeijer
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:833, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 04‑04‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:82, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 21‑02‑2014
Essentie
Cassatieprocesrecht. Geen ondertekening cassatieverzoekschrift door advocaat, art. 426a lid 1 Rv. Ontvankelijkheid.
Partij(en)
[verzoeker], verzoeker tot cassatie,
tegen
De Ontvanger van de Belastingdienst/Rivierenland, voorheen de Ontvanger van de Belastingdienst/Ondernemingen Gorinchem, verweerder in cassatie, niet verschenen.
Conclusie
Conclusie A-G mr. F.F. Langemeijer:
1.
Verzoeker tot cassatie is door de Ontvanger op grond van art. 36 Invorderingswet aansprakelijk gesteld voor belastingschulden van een vennootschap. De procedure is geëindigd met de verwerping van het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 30 oktober 20071..
2.
Bij arrest van 24 september 2013 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.