Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.7.3
7.7.3 Uitoefening van andermans vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS590667:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de verplichting daartoe, nr. 691.
Vgl. ook M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 3, p. 657.
Zie voor pand art. 3:229 lid 1 BW; voor vruchtgebruik art. 3:213 lid 1 tweede zin, tweede zinsdeel BW; voor gemeenschap art. 3:167 BW; en voor bewind art. 1:433 lid 1 BW, art. 3.6.1.2 Ontw.BW en art. 4:154 BW. Zie hiervóór nr. 338.
Zie art. 455a lid 1 en 507a lid 1 Rv; vgl. art. 457 Rv. Betekening aan de schuldenaar is op grond van art. 455a lid 2 Rv een vereiste.
Zie HR 11 maart 2005, NJ 2006, 362 (Rabobank/Stormpolder), m.nt. H.J. Snijders. Vgl. hiervóór nr. 246.
Uit deze bepaling volgt dat het substitutiepandrecht van de pandhouder op de schadevergoedingsvordering uit verzekering hoven ieder daarop gevestigd ander pandrecht gaat.
De hoofdgerechtigde is slechts bevoegd de bevoegdheid uit te oefenen, als hij daartoe van de vruchtgebruiker toestemming of van de kantonrechter machtiging heeft gekregen (art. 3:210 lid 3 BW).
457. In het geval dat nog geen kredietverzekering is afgesloten ten aanzien van de stil gecedeerde vordering, is het de vraag wie bevoegd is om dergelijke verzekering af te sluiten.1
Voor het aangaan van een verzekeringsovereenkomst is het van belang dat de verzekeringnemer een te verzekeren belang heeft. Daarvan is sprake als de verzekeringnemer de rechthebbende is van de vordering. De deelgenoten zijn in beginsel gezamenlijk bevoegd op grond van art. 3:170 lid 2 BW.
Heeft de bevoegde derde een beperkt recht op de vordering, zoals een pandhouder of een vruchtgebruiker, dan kan hij ten aanzien van de vordering in eigen naam een kredietverzekering aangaan. Daarnaast blijft de rechthebbende hiertoe bevoegd. Vruchtgebruik kent een bijzondere regeling. De vruchtgebruiker is verplicht het voorwerp van zijn vruchtgebruik ten behoeve van de hoofdgerechtigde te verzekeren tegen die gevaren, waartegen het gebruikelijk is een verzekering te sluiten (art. 3:209 lid 1 BW). Voor zover de vruchtgebruiker hieraan niet voldoet, is de hoofdgerechtigde bevoegd zelf een verzekering te nemen en is de vruchtgebruiker verplicht hem de kosten daarvan te vergoeden (art. 3:209 lid 2 BW). De vruchtgebruiker is de verzekeringnemer, de hoofdgerechtigde de verzekerde.2
De bewindvoerder, de curator, de vereffenaar en de executeur zijn bevoegd om ten behoeve van de rechthebbende, de boedel of de nalatenschap de verzekering aan te gaan als dit dienstig kan zijn aan een goed beheer van de vordering en de rechthebbende, de boedel of de nalatenschap hierdoor ook gebaat is.
458. De inningsbevoegde derde is ook bevoegd ten aanzien van de vervangende schadevergoedingsvordering uit de kredietverzekering op grond van bepalingen van zaaksvervanging. Dergelijke bepalingen komen voor bij pand, vruchtgebruik, gemeenschap en bewind.3 Bij faillissement, vereffening van nalatenschappen en executele volgt de bevoegdheid van de curator, de vereffenaar en de executeur uit het gegeven dat zij niet alleen bevoegd zijn ten aanzien van een geheel vermogen, en uit dien hoofde ook ten aanzien de nieuwe vorderingen die in dat vermogen ontstaan.4 Bij derdenbeslag ontbreekt, anders dan bij beslag op roerende en onroerende zaken,5 een substitutiebepaling. De beslaglegger dient afzonderlijk beslag te leggen onder de verzekeraar. Zouden rechten uit verzekering net als rechten uit borgtocht als nevenrechten worden aangemerkt, zoals betoogd door Mijnssen en Valk, dan zou de derde op grond van het arrest Rabobank/Stormpolder bevoegd zijn ten aanzien van de rechten uit verzekering.6 Maar de pandhouder zou uit hoofde daarvan niet profiteren van art. 3:229 lid 2 BW.7 Ook hierom kunnen bij vorderingen kwalitatieve rechten ex art. 6:251 BW niet gelijk worden gesteld aan nevenrechten ex art. 6:142 BW. De vruchtgebruiker, de beheersbevoegde deelgenoot, de bewindvoerder, de curator, de vereffenaar en de executeur zijn naar mijn mening tot ontbinding of opzegging van de verzekering bevoegd als dit dienstig is aan een goed beheer van de vordering. Voor faillissement geldt de regeling van art. 37 Fw.8
459. Indien de vordering nog niet is verzekerd, kan uit de last voortvloeien dat de stille cedent gehouden is om in naam van de stille cessionaris ten behoeve van de stille cessionaris een verzekering aan te gaan. In de verhouding tot de verzekeraar dient aangegeven te worden dat de stille cessionaris de schuldeiser van de vordering is. De stille cessionaris is daarnaast als schuldeiser bevoegd om een kredietverzekering aan te gaan. Wordt de vordering uit de verzekering opeisbaar, dan hangt van de inhoud van de lastgeving af of de stille cedent bevoegd is om deze te innen. Een substitutiebepaling zoals die bij de meeste regelingen voorkomt, ontbreekt bij de stille cessie.