Procestaal: Grieks.
HvJ EU, 10-11-2016, nr. C-504/14
ECLI:EU:C:2016:847
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
10-11-2016
- Magistraten
T. von Danwitz, E. Juhász, C. Vajda, K. Jürimäe, C. Lycourgos
- Zaaknummer
C-504/14
- Conclusie
J. Kokott
- Roepnaam
Commissie/Griekenland
- Vakgebied(en)
EU-recht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:EU:C:2016:847, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 10‑11‑2016
ECLI:EU:C:2016:105, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie, 18‑02‑2016
Uitspraak 10‑11‑2016
T. von Danwitz, E. Juhász, C. Vajda, K. Jürimäe, C. Lycourgos
Partij(en)
In zaak C-504/14,*
betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 258 VWEU, ingesteld op 11 november 2014,
Europese Commissie, vertegenwoordigd door M. Patakia en C. Hermes als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,
verzoekster,
tegen
Helleense Republiek, vertegenwoordigd door E. Skandalou als gemachtigde,
verweerster,
wijst
HET HOF (Vierde kamer),
samengesteld als volgt: T. von Danwitz, kamerpresident, E. Juhász (rapporteur), C. Vajda, K. Jürimäe en C. Lycourgos, rechters,
advocaat-generaal: J. Kokott,
griffier: L. Hewlett, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 13 januari 2016,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 18 februari 2016,
het navolgende
Arrest
1
De Europese Commissie verzoekt het Hof vast te stellen dat de Helleense Republiek,
- —
door niet de maatregelen te treffen die genoemd zijn in artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB 1992, L 206, blz. 7), zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/105/EG van de Raad van 20 november 2006 (PB 2006, L 363, blz. 368), om ervoor zorgen dat de natuurlijke habitats en de habitats van soorten niet verslechteren en er geen storende factoren optreden voor de soort waarvoor het gebied is aangewezen;
- —
door, zonder een passend onderzoek naar de gevolgen voor het gebied zoals voorgeschreven door artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 te hebben verricht, interventies te hebben toegestaan die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het betrokken gebied doordat zij het nestgebied van de in dat gebied voorkomende prioritaire soort Caretta caretta beschadigen of vernielen, de betrokken soort verstoren en, ten slotte, de duinecotypen 2110 en 2220 en de prioritaire habitat 2250 beschadigen of vernielen, en
- —
door te verzuimen maatregelen te treffen die krachtens artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 vereist zijn om een doeltreffend systeem van strikte bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta (een prioritaire soort) in de Golf van Kyparissia (Griekenland) in te voeren en toe te passen, ter voorkoming van elke verstoring van die soort tijdens de voortplantingsperiode en van elke activiteit die tot beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen van die soort kan leiden,
de krachtens voormelde bepalingen van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
2
Artikel 2 van richtlijn 92/43 luidt:
- ‘1.
Deze richtlijn heeft tot doel bij te dragen tot het waarborgen van de biologische diversiteit door het in stand houden van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna op het Europese grondgebied van de lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is.
- 2.
De op grond van deze richtlijn genomen maatregelen beogen de natuurlijke habitats en de wilde dier- en plantensoorten van communautair belang in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen.
- 3.
In de op grond van deze richtlijn genomen maatregelen wordt rekening gehouden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden.’
3
Richtlijn 92/43 noemt in bijlage I, met het opschrift ‘Typen natuurlijke habitats van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is’, verschillende typen duinhabitat. In het bijzonder vermeldt punt 22 van deze bijlage, onder het kopje ‘Kustduinen van de Middellandse Zeekust’ in punt 2220 ‘Duinen met Euphorbia terracina’ en in punt 2250 ‘* Littorale jeneverbesbosjes (Juniperus spp.)’.
4
Volgens artikel 4, lid 2, derde alinea, van richtlijn 92/43 ‘[wordt] de lijst van gebieden van communautair belang, waarop de gebieden met een of meer prioritaire typen natuurlijke habitats of een of meer prioritaire soorten staan aangegeven, […] door de Commissie vastgesteld volgens de procedure van artikel 21’. Lid 5 van dit artikel bepaalt dat zodra een gebied op de in artikel 4, lid 2, derde alinea, bedoelde lijst is geplaatst, voor dat gebied de bepalingen van artikel 6, leden 2 tot en met 4, van richtlijn 92/43 gelden.
5
Bij beschikking 2006/613/EG van de Commissie van 19 juli 2006 tot vaststelling, op grond van richtlijn 92/43 van de Raad, van de lijst van gebieden van communautair belang voor de mediterrane biogeografische regio (PB 2006, L 259, blz. 1) zijn de duinen van Kyparissia [Thines Kyparissias (Neochori-Kyparissia)] opgenomen op de lijst van gebieden van communautair belang (GCB) in bijlage I daarbij, onder GCB-code GR 25 50005, met daarnaast een sterretje in kolom C, wat duidt op de aanwezigheid in het betrokken gebied van ten minste één prioritair type natuurlijke habitat en/of prioritaire soort in de zin van artikel 1 van richtlijn 92/43.
6
Artikel 6 van richtlijn 92/43 luidt als volgt:
- ‘1.
De lidstaten treffen voor de speciale beschermingszones de nodige instandhoudingsmaatregelen; deze behelzen zo nodig passende specifieke of van ruimtelijke-ordeningsplannen deel uitmakende beheersplannen en passende wettelijke, bestuursrechtelijke of op een overeenkomst berustende maatregelen, die beantwoorden aan de ecologische vereisten van de typen natuurlijke habitats van bijlage I en de soorten van bijlage II die in die gebieden voorkomen.
- 2.
De lidstaten treffen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen voor zover die factoren, gelet op de doelstellingen van deze richtlijn een significant effect zouden kunnen hebben.
- 3.
Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden.
- 4.
Indien een plan of project, ondanks negatieve conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied, bij ontstentenis van alternatieve oplossingen, om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, toch moet worden gerealiseerd, neemt de lidstaat alle nodige compenserende maatregelen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. De lidstaat stelt de Commissie op de hoogte van de genomen compenserende maatregelen.
Wanneer het betrokken gebied een gebied met een prioritair type natuurlijke habitat en/of een prioritaire soort is, kunnen alleen argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten dan wel, na advies van de Commissie, andere dwingende redenen van groot openbaar belang worden aangevoerd.’
7
Bijlage II bij richtlijn 92/43, met het opschrift ‘Dieren- en plantensoorten van communautair belang voor de instandhouding waarvan aanwijzing van speciale beschermingszones vereist is’, noemt, onder de diersoorten, de zeeschildpad Caretta caretta als prioritaire soort.
8
Artikel 12 van richtlijn 92/43 bepaalt:
- ‘1.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, letter a), vermelde diersoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op:
- a)
het opzettelijk vangen of doden van in het wild levende specimens van die soorten;
- b)
het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek;
- c)
het opzettelijk vernielen of rapen van eieren in de natuur;
- d)
de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen.’
- 2.
Met betrekking tot deze soorten verbieden de lidstaten het in bezit hebben, vervoeren, verhandelen of ruilen en het te koop of in ruil aanbieden van aan de natuur onttrokken specimens, uitgezonderd die welke reeds legaal waren onttrokken vóór de toepassing van deze richtlijn.
- 3.
De in lid 1, letters a) en b), en in lid 2 opgenomen verbodsbepalingen gelden ongeacht de levensfase waarin de in dit artikel bedoelde dieren zich bevinden.
- 4.
De lidstaten stellen een systeem in van toezicht op het bij toeval vangen en doden van de diersoorten, genoemd in bijlage IV, letter a). In het licht van de verkregen gegevens verrichten de lidstaten de verdere onderzoekwerkzaamheden of treffen zij de instandhoudingsmaatregelen die nodig zijn om te verzekeren dat het bij toeval vangen en doden geen significante negatieve weerslag heeft op de betrokken soorten.’
9
Bijlage IV bij richtlijn 92/43, waarin de dier- en plantensoorten van communautair belang zijn opgenomen die strikt moeten worden beschermd, noemt, bij de diersoorten, de zeeschildpad Caretta caretta.
Grieks recht
10
Bij wet 3937/2011 heeft de Helleense Republiek het gebied van de ‘Duinen van Kyparissia’ aangewezen als ‘speciale beschermingszone’.
Precontentieuze procedure
11
Bij brieven van 9 augustus en 19 november 2010 heeft de Commissie de Helleense Republiek verzocht haar informatie te verstrekken over de wijze waarop de artikelen 6 en 12 van richtlijn 92/43 zijn uitgevoerd in het betrokken Natura 2000-gebied, te weten de duinen van Kyparissia, dat op de GCB-lijst is opgenomen onder code GR 25 50005 (hierna: ‘Kyparissia-gebied’).
12
Op basis van de antwoorden die de Helleense Republiek op 29 september 2010 en 26 januari 2011 had verstrekt, was de Commissie van mening dat deze lidstaat de krachtens artikel 6, leden 2 en 3, en artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen.
13
Op 28 oktober 2011 heeft deze instelling de Helleense Republiek derhalve aangemaand om binnen een termijn van twee maanden haar opmerkingen over deze grieven bij haar in te dienen.
14
De Helleense Republiek heeft bij brieven van 27 december 2011 en 17 april 2012 op deze aanmaning geantwoord.
15
Nadat de Commissie het antwoord in deze brieven had geanalyseerd en rekening gehouden met de resultaten van een bezichtiging van haar functionarissen in het Kyparissia-gebied op 17 juli 2012, heeft zij op 1 oktober 2012 een met redenen omkleed advies uitgebracht en deze lidstaat gelast daaraan vóór 1 december 2012 te voldoen.
16
De Helleense Republiek heeft op dit met redenen omklede advies geantwoord bij brief van 27 november 2012, die zij naar aanleiding van een brief van de Commissie van 14 mei 2013 heeft aangevuld bij brieven van 13 juni en 26 november 2013 en van 28 maart, 23 juni en 17 september 2014.
17
Daar zij geen genoegen kon nemen met het antwoord van de Helleense Republiek, heeft de Commissie op 11 november 2014 het onderhavige beroep ingesteld.
Verzoek, na sluiting van de schriftelijke behandeling, om een bewijsstuk over te leggen
18
Na de sluiting van de schriftelijke behandeling op 29 april 2015 heeft de Commissie op 16 juni 2015, met een beroep op artikel 128, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof verzocht een nieuw bewijsstuk te mogen overleggen, te weten advies 32/2015 van de Symvoulio tis Epikrateias (raad van state, Griekenland) over het ontwerp voor een presidentieel besluit inzake de aanwijzing van een regionaal natuurpark in de Golf van Kyparissia (hierna: ‘presidentieel besluit’).
19
De Helleense Republiek heeft het Hof verzocht dit verzoek van de Commissie af te wijzen.
20
Artikel 128, lid 2, eerste en tweede zin, van het Reglement voor de procesvoering bepaalt dat partijen bij wijze van uitzondering nog bewijs kunnen overleggen of aanbieden hun stellingen nader te bewijzen nadat de schriftelijke behandeling is afgesloten en dat de vertraging waarmee dat bewijs wordt ingediend of dit bewijsaanbod wordt gedaan, dient te worden gemotiveerd.
21
Tussen partijen staat vast dat het betrokken advies is uitgebracht op 8 april 2015, dat de Helleense Republiek dit heeft genoemd in haar dupliek en dat de neerlegging van deze dupliek bij het Hof op 29 april 2015 de schriftelijke behandeling heeft afgesloten.
22
Als motivering voor de vertraging bij de indiening van dat advies voert de Commissie aan dat zij van het bestaan ervan pas kennis heeft genomen na de sluiting van de schriftelijke behandeling.
23
De Helleense Republiek, die deze stelling van de Commissie niet betwist, verzoekt het Hof het bewijsaanbod van de Commissie af te wijzen omdat advies 32/2015 van de Symvoulio tis Epikrateias deel uitmaakt van de procedure voor de vaststelling van het presidentieel besluit, die nog niet is beëindigd, en omdat dit advies geen nieuwe gegevens bevat.
24
Met betrekking tot de door de Helleense Republiek opgeworpen bezwaren moet worden vastgesteld, ten eerste, dat het betrokken advies definitief is en dat het, los van het feit dat de Symvoulio tis Epikrateias een volgend advies zou kunnen geven over een gewijzigd ontwerp voor het presidentieel besluit, in beginsel niet meer zal worden gewijzigd.
25
Ten tweede doet de stelling dat dit advies geen nieuwe gegevens bevat niet af aan de ontvankelijkheid ervan in het licht van artikel 128, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering, daar de inhoud van de bewijzen moet worden beoordeeld in het onderzoek ten gronde van de zaak.
26
Bijgevolg wordt advies 32/2015 van de Symvoulio tis Epikrateias in de onderhavige procedure toegelaten als bewijs voor zover dat advies de feitelijke en juridische situatie betreft zoals deze zich voordeed bij het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, te weten op 1 december 2012.
Beroep
Eerste grief: niet-nakoming van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43, omdat is verzuimd de maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en van de habitats van soorten niet verslechtert en dat er geen storende factoren optreden voor de soort Caretta caretta
27
In het kader van haar eerste grief stelt de Commissie, onder aanvoering van verscheidene feitelijke situaties, dat de Helleense Republiek het in artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 vervatte algemene verbod van verslechtering en verstoring heeft geschonden.
28
In dit verband moet worden opgemerkt dat een activiteit alleen kan worden beschouwd in overeenstemming met deze bepaling te zijn indien is gegarandeerd dat die activiteit niet leidt tot een verstoring die significante gevolgen kan hebben voor de doelen van richtlijn 92/43, met name die welke zij nastreeft op het vlak van de instandhouding van natuurlijke habitats, fauna en flora. Om vast te stellen of artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 is geschonden, moet de Commissie rechtens genoegzaam aantonen dat de betrokken lidstaat geen passende beschermingsmaatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de exploitatieactiviteiten van projecten, voor zover deze activiteiten plaatsvonden na de aanwijzing van het betrokken gebied, leiden tot verslechteringen van de kwaliteit van de habitats van de betrokken soorten en tot verstoringen van deze soorten die significante gevolgen kunnen hebben voor de doelstelling van deze richtlijn om die soorten in stand te houden (zie naar analogie arrest van 14 januari 2016, Commissie/Bulgarije, C-141/14, EU:C:2016:8, punten 56 en 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
29
De Commissie hoeft evenwel voor de vaststelling van een schending van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 niet een oorzakelijk verband aan te tonen tussen de exploitatie van installaties die voortkomen uit een project en een significante verstoring van de betrokken soorten. Het volstaat immers dat deze instelling aantoont dat het waarschijnlijk is of dat het risico bestaat dat door deze exploitatie dergelijke storende factoren optreden (arrest van 14 januari 2016, Commissie/Bulgarije, C-141/14, EU:C:2016:8, punt 58 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
30
Het bewijs van de Commissie dat dit waarschijnlijk is of dat een dergelijk risico bestaat, sluit evenwel niet uit dat de betrokken lidstaat kan aantonen dat de betrokken maatregel voldoet aan de in artikel 6, lid 4, van richtlijn 92/43 gestelde voorwaarden en dat een beoordeling is gemaakt van de gevolgen van deze maatregel voor de doelstellingen van instandhouding van het beschermde gebied (zie in die zin arrest van 14 januari 2016, Grüne Liga Sachsen e.a., C-399/14, EU:C:2016:10, punten 56 en 57).
31
In het licht van deze overwegingen dient te worden onderzocht of de specifieke argumenten van de eerste grief die door de Commissie in het kader van het onderhavige beroep is aangevoerd, gegrond zijn.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek de verwezenlijking van onroerendgoedprojecten in het Kyparissia-gebied heeft goedgekeurd of geduld
— Argumenten van partijen
32
De Commissie verwijt de Helleense Republiek:
- —
het optrekken van gebouwen te Agiannaki (Griekenland) in 2006 en in 2010;
- —
de bouwvergunning in 2012 voor drie vakantiewoningen te Vounaki (Griekenland) en de daadwerkelijke bouw ervan in 2013;
- —
de aanvang van werkzaamheden ter verwezenlijking van een onroerendgoedproject voor de bouw van een vijftigtal woningen tussen Agiannaki en Elaia (Griekenland), en
- —
het feit dat een vergunning zou worden afgegeven voor de bouw van vier vakantiewoningen te Elaia (hierna samen: ‘betrokken infrastructuren’).
33
De Commissie meent dat de betrokken infrastructuren verontreiniging, trillingen, een toename van menselijke aanwezigheid en geluids- en lichthinder meebrengen, waardoor de duinhabitats in het Kyparissia-gebied worden aangetast en de zeeschildpad Caretta caretta wordt verstoord. Zij voegt daaraan toe dat deze bouw plaatsvindt in de nabijheid van het voortplantingsgebied van deze schildpadden.
34
De Helleense Republiek erkent dat er in de regio waarin het Kyparissia-gebied ligt, sprake was van een zekere druk vanuit de onroerendgoedsector, maar betoogt dat de activiteiten in de bouwsector in het verleden intensiever waren en dat in de praktijk, wegens de economische crisis, alle activiteiten in dat gebied zijn stopgezet. Deze lidstaat stelt dat in dat gebied elke bouwactiviteit zonder voorafgaande bouwvergunning verboden is en dat er geen enkele nieuwe vergunning zal worden afgegeven tot de vaststelling van het presidentieel besluit.
— Beoordeling door het Hof
35
Vastgesteld moet worden dat de betrokken infrastructuren, meer in het bijzonder de onroerendgoedprojecten en de bouw van woningen, alsmede het gebruik ervan nadien, waartegen de Commissie bezwaar maakt, significante gevolgen hebben voor de habitats in het Kyparissia-gebied. Ook kunnen de bouw en het gebruik van deze infrastructuren, met name door het geluid, het licht en de aanwezigheid van de mens als gevolg daarvan, voor de zeeschildpad Caretta caretta significante verstorende factoren vormen bij de voortplanting van deze diersoort.
36
Evenwel, ten eerste, geldt artikel 6, leden 2 tot en met 4, van richtlijn 92/43, volgens artikel 4, lid 5, daarvan, voor een gebied alleen wanneer dat gebied op de in artikel 4, lid 2, derde alinea, bedoelde lijst is geplaatst. De duinen van Kyparissia zijn op 19 juli 2006 op de GCB-lijst geplaatst bij besluit 2006/613.
37
Ten tweede moet het bestaan van een niet-nakoming — tenzij de Commissie, door de draagwijdte van haar verzoekschrift te beperken, een latere datum aanvaardt — worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, en kan het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening houden. In casu is de termijn die voor de Helleense Republiek was gesteld om te voldoen aan het met redenen omklede advies van de Commissie, verstreken op 1 december 2012.
38
In die omstandigheden ligt de relevante periode waarvoor in het kader van het onderhavige beroep schending van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 kan worden vastgesteld, alleen tussen 19 juli 2006 en 1 december 2012.
39
Wat in de eerste plaats de grief betreft inzake het optrekken van gebouwen te Agiannaki in 2006, moet worden vastgesteld dat de Commissie niet bewijst dat deze werkzaamheden zijn toegestaan en uitgevoerd tijdens de relevante periode, te weten na 19 juli 2006, zodat niet kan worden vastgesteld dat zij een aan de Helleense Republiek toe te rekenen niet-nakoming vormen.
40
Gelet op hetgeen in punt 35 van dit arrest is vastgesteld, dient schending van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 dus alleen te worden vastgesteld voor de bouwwerkzaamheden die in 2010 zijn verricht.
41
Wat de vóór die periode opgetrokken gebouwen betreft, te weten vóór 19 juli 2006, moet, gelet op hetgeen in punt 35 van dit arrest is geconstateerd, niettemin worden vastgesteld dat er sprake is van schending van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43, zoals de advocaat-generaal in de punten 55 en 58 van haar conclusie heeft opgemerkt, wegens het feit dat de Helleense Republiek het gebruik van deze gebouwen niet genoegzaam aan banden heeft gelegd (zie naar analogie arrest van 24 november 2011, Commissie/Spanje, C-404/09, EU:C:2011:768, punten 124, 125 en 128). Hoewel het rechtszekerheidsbeginsel in principe dit gebruik eventueel zou kunnen rechtvaardigen, naar analogie met de in artikel 6, lid 4, van deze richtlijn bedoelde uitzonderingsprocedure, is een dergelijke rechtvaardiging, die onder meer veronderstelt dat wordt onderzocht of er alternatieve oplossingen zijn die minder nadelig zijn alsmede dat de betrokken belangen worden afgewogen, op basis van een analyse, krachtens lid 3 van dat artikel, van de gevolgen voor de doelstellingen van instandhouding van het beschermde gebied (zie arrest van 14 januari 2016, Grüne Liga Sachsen e.a., C-399/14, EU:C:2016:10, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak), niet ingeroepen door de Helleense Republiek.
42
Wat in de tweede plaats de bouwvergunning in 2012 betreft voor drie vakantiewoningen in Vounaki en de bouw ervan in 2013, valt weliswaar alleen de vergunning voor de bouw van deze woningen in de periode die relevant is voor de beoordeling van de gestelde niet-nakoming, doch kan deze de duinhabitats in het Kyparissia-gebied op significante wijze aantasten en leiden tot een significante verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta. Deze vergunning vormt derhalve niet-nakoming van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43.
43
Wat in de derde plaats de aanvang van de werkzaamheden voor de bouw van een vijftigtal woningen tussen Agiannaki en Elaia betreft, preciseert de Commissie weliswaar dat de Griekse autoriteiten daarvoor geen vergunning hebben afgegeven, doch de Helleense Republiek kan niet betogen dat aangezien de verwezenlijking van deze bouwwerkzaamheden zonder voorafgaande vergunning verboden was, een dergelijke aanvang van de werkzaamheden niet aan haar kan worden toegerekend, zodat op basis daarvan dus niet kan worden vastgesteld dat zij artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 niet is nagekomen. Zoals de Commissie betoogt, heeft deze lidstaat immers verzuimd om een adequaat beschermingsstelsel in te stellen en om dat bouwverbod te doen naleven, met als gevolg de aanvang van ongecontroleerde en ongeplande bouwwerkzaamheden.
44
Wat in de vierde plaats de stelling betreft dat een bouwvergunning zou worden afgegeven voor de bouw van vier vakantiewoningen te Elaia, kan worden volstaan met vast te stellen dat de bewering dat er een dergelijk voornemen bestaat, zonder het bewijs te leveren dat een vergunning daadwerkelijk zal worden afgegeven, geen toereikende grondslag vormt voor de vaststelling dat er sprake is van niet-nakoming van artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43.
45
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door te hebben geduld dat in 2010 te Agiannaki huizen werden gebouwd, dat andere huizen te Agiannaki daterend van 2006 werden gebruikt zonder dat dit genoegzaam aan banden was gelegd, en dat bouwwerkzaamheden werden aangevangen voor een vijftigtal huizen tussen Agiannaki en Elaia, alsmede door in 2012 de bouw van drie vakantiewoningen te Vounaki te hebben toegestaan, de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Dit deel van de eerste grief moet worden afgewezen voor het overige.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek de ontwikkeling van infrastructuren voor toegang tot de stranden in het Kyparissia-gebied heeft toegestaan
— Argumenten van partijen
46
De Commissie verwijt de Helleense Republiek binnen het Kyparissia-gebied te hebben geduld:
- —
de opening van vijf nieuwe wegen naar het strand van Agiannaki;
- —
de aanleg van een weg die het strand van Kalo Nero met Elaia verbindt langs de bestaande spoorlijn, en
- —
het asfalteren van bepaalde bestaande wegen.
47
De Commissie betoogt dat de opening van de wegen naar het strand zeer schadelijke gevolgen heeft voor dit gebied. Zij wijst erop dat deze wegen, niettegenstaande het feit dat de Griekse autoriteiten geldboeten opleggen en herstel hebben geëist, nog steeds in gebruik zijn. Dat brengt mee dat het strand makkelijk toegankelijk is voor voertuigen en veroorzaakt lawaai en vervuiling.
48
Ook meent de Commissie dat het asfalteren van bepaalde bestaande wegen en de aanleg van een weg die het strand van Kalo Nero met Elaia verbindt langs de bestaande spoorlijn, schade toebrengen aan de duinhabitats en de zeeschildpad Caretta caretta verstoren.
49
De Helleense Republiek betoogt dat de toegang tot het strand, wegens de morfologie van de bodem, die plat is, en wegens het feit dat het Kyparissia-gebied al zeer lange tijd bewoond is, altijd makkelijk is geweest. Dit gebied had overigens, sinds lange tijd, verschillende andere toegangen, haaks op het strand.
50
Wat de vermeende opening betreft van vijf nieuwe wegen naar het strand van Agiannaki, merkt de Helleense Republiek op dat deze wegen reeds bestonden begin jaren zeventig en dat hun bestaan en het feit dat er sprake is van gemeenschappelijk gebruik, zijn bevestigd in een rechterlijke beslissing. Hoe dan ook zijn er in 2012 aan het betrokken bouwbedrijf geldboeten opgelegd wegens de aanleg van vier van deze vijf wegen en wegens werkzaamheden aan de vijfde weg zonder voorafgaande milieuvergunning. Deze lidstaat betoogt dat er door de autoriteiten verschillende strafrechtelijke zaken zijn ingeleid en dat er ook verschillende gerechtelijke procedures aanhangig zijn die betrekking hebben op deze geldboeten en de wettigheid van deze wegen.
51
Wat de weg betreft die in aanleg is en die het strand van Kalo Nero met Elaia zou verbinden langs de bestaande spoorlijn, voert de Helleense Republiek aan dat richtlijn 92/43 niet vereist dat dit gebied, dat al zeer lange tijd bewoond is, wordt veranderd in een ontoegankelijk gebied en dat volgens artikel 2, lid 3, van deze richtlijn in de op grond daarvan genomen maatregelen rekening wordt gehouden met de vereisten op economisch, sociaal en cultureel gebied, en met de regionale en lokale bijzonderheden. De spoorlijn en de weg erlangs liggen ver van het strand en die weg is noodzakelijk om toegang te hebben tot alle eigendommen daar.
52
Wat het verwijt betreft dat bepaalde bestaande kustwegen gedeeltelijk zijn geasfalteerd, stelt de Helleense Republiek dat daardoor het stof en het geluid konden worden verminderd. Volgens haar is de toegang tot het strand afhankelijk van de begaanbaarheid van de weg en niet van het feit dat er asfalt op ligt, en heeft een dergelijke verandering van wegbedekking geen invloed op de legmogelijkheden van de zeeschildpad Caretta caretta.
— Beoordeling door het Hof
53
Wat in de eerste plaats de opening van nieuwe wegen naar de zee betreft, moet worden vastgesteld dat daarmee de toegang van voertuigen tot het strand wordt vergemakkelijkt en dat dit dus een factor is waardoor het autoverkeer toeneemt. Volgens advies 32/2015 van de Symvoulio tis Epikrateias, dat de Commissie heeft overgelegd, veroorzaakt het ongereguleerde parkeren van auto's aan het einde van en langs de toegangswegen schade aan de duinhabitats van de in het Kyparissia-gebied waargenomen soorten. Deze makkelijkere toegang en deze toename van het autoverkeer leiden tot een verergering van het lawaai en het licht, waardoor de zeeschildpad Caretta caretta wordt gestoord bij de leg en bij het uitkomen van de jongen. Dat de opening en de aanleg van deze wegen onwettig en schadelijk is, is bovendien vastgesteld door de Helleense Republiek zelf, zoals blijkt uit de bij het Hof ingediende stukken, en meer in het bijzonder uit de documenten in de bijlagen 17 h en 17 i bij het inleidend verzoekschrift.
54
Hoewel de Helleense Republiek deze openingen binnen het Kyparissia-gebied niet heeft toegestaan en evenmin heeft gemaakt, trekt zij de verwijten van de Commissie niet in twijfel, die betoogt dat deze wegen in gebruik zijn niettegenstaande de strafzaken die zijn ingeleid en de verschillende gerechtelijke procedures die aanhangig zijn.
55
Door zich ten eerste te beperken tot het inleiden van strafprocedures tegen de verantwoordelijken van het bedrijf dat de betrokken wegen heeft aangelegd en tot het bestuursrechtelijk bestraffen van dat bedrijf en door ten tweede voor de nationale gerechten aan te voeren dat deze wegen onwettig zijn en moeten worden verwijderd, heeft de Helleense Republiek niet voldaan aan de specifieke verplichting die artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 haar oplegt (zie naar analogie arrest van 9 november 1999, Commissie/Italië, C-365/97, EU:C:1999:544, punt 109).
56
Zoals de Commissie stelt, had de Helleense Republiek ervoor moeten zorgen dat deze toegangswegen niet in gebruik bleven en dat het gebruik ervan de zeeschildpad Caretta caretta niet significant verstoort en evenmin schade toebrengt aan de duinhabitats in het Kyparissia-gebied.
57
Door te hebben verzuimd voorlopige beschermingsmaatregelen voor dit gebied te treffen om het gebruik van de betrokken toegangswegen te beperken tot de beëindiging van bovengenoemde gerechtelijke procedures over de wettigheid en de eventuele verwijding van deze toegangswegen, terwijl, zoals advocaat-generaal in punt 77 van haar conclusie heeft opgemerkt, niets erop wijst dat dergelijke maatregelen rechtens of feitelijk onmogelijk zouden zijn geweest, is de Helleense Republiek de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
58
Wat in de tweede plaats de weg in aanleg betreft die het strand van Kalo Nero met Elaia moet verbinden langs de spoorlijn, moet worden vastgesteld dat deze weg de bestaande lijn van het treinspoor volgt en dat de Helleense Republiek niet is tegengesproken door de Commissie over het feit dat deze weg zich, met uitzondering van twee punten, verder dan 200 meter van de kust bevindt en niet is verbonden met de toegang tot het strand. In die omstandigheden heeft de Commissie niet bewezen dat het voldoende waarschijnlijk is dat de weg in aanleg die het strand van Kalo Nero met Elaia moet verbinden langs de spoorlijn, een significant effect zal hebben op de duinhabitats en de zeeschildpad Caretta caretta.
59
Wat in de derde plaats de bedekking van bepaalde kustwegen met asfalt betreft: het asfalteren van zandpaden vergemakkelijkt het gebruik ervan, met name voor motorvoertuigen, hetgeen significante gevolgen kan hebben voor de duinhabitats in het Kyparissia-gebied en de verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta aanzienlijk kan vergroten. Door de asfaltering van wegen binnen het gebied te dulden heeft de Helleense Republiek dus inbreuk gemaakt op artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43.
60
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door de opening van vijf nieuwe wegen naar het strand van Agiannaki alsmede de asfaltering van bepaalde bestaande toegangen en wegen te dulden, niet de ontwikkeling van infrastructuren voor toegang tot dit in het Kyparissia-gebied gelegen strand heeft belet, zodat zij de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen. Voor zover deze grief betrekking heeft op de aanleg van een weg die het strand van Kalo Nero met Elaia moet verbinden langs de bestaande spoorlijn, dient deze te worden afgewezen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek illegale campings heeft geduld in het Kyparissia-gebied
— Argumenten van partijen
61
De Commissie verwijt de Helleense Republiek dat zij heeft geduld dat:
- —
de weg achter het strand van Kalo Nero als kampeerterrein voor caravans dient, en
- —
midden in de duinen van het strand van Elaia, in een pijnboombos, wildgekampeerd wordt.
62
Volgens de Commissie vormt wildkamperen een probleem voor de bescherming van de duinen en van de boshabitats. Het verstoort tevens de zeeschildpad Caretta caretta.
63
De Helleense Republiek stelt dat wildkamperen in het gehele land verboden is, maar erkent dat dit, niettegenstaande dit verbod en politieoptreden, nog steeds gebeurt. Zij betoogt dat dit type kamperen in het Kyparissia-gebied sinds minstens 30 of 40 jaar voorkomt, maar geleidelijk aan afneemt.
— Beoordeling door het Hof
64
Vast staat dat de Helleense Republiek niet betwist dat zij niet de nodige maatregelen heeft genomen om te verzekeren dat het verbod op wildkamperen in het Kyparissia-gebied wordt nageleefd. Tevens staat vast dat wildkamperen binnen dit gebied significante gevolgen kan hebben voor de betrokken duinhabitats en kan leiden tot een significante verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta.
65
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet voldoende maatregelen te hebben getroffen om toe te zien op de naleving van het verbod op wildkamperen in de nabijheid van het strand van Kalo Nero en in Elaia, de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek in het Kyparissia-gebied de exploitatie van bars op het strand heeft geduld
— Argumenten van partijen
66
De Commissie verwijt de Helleense Republiek dat zij heeft geduld dat tussen Elaia en Kalo Nero op zijn minst drie bars worden geëxploiteerd. Deze bars zijn lawaaierig en 's nachts verlicht, waardoor zij de zeeschildpad Caretta caretta verstoren bij de leg en de net uitgekomen jongen in gevaar brengen.
67
De Commissie betoogt dat er op 13 augustus 2011 een feest werd gevierd op het strand van Kalo Nero. Hoewel zij erkent dat de Griekse autoriteiten hun voornemen tot uiting hebben gebracht om deze bars te verwijderen, stelt zij dat deze bars er nog steeds waren tijdens de bezichtiging door haar functionarissen op 17 juli 2012. Volgens de Commissie waren de bars in 2013 niet meer open maar bestonden de infrastructuren nog steeds.
68
De Helleense Republiek betoogt dat in 2013 en 2014 geen enkele eet- en drinkgelegenheid open was op het betrokken strand en dat alle illegale bars en de daarbij behorende installaties zijn verwijderd. Zij wijst erop dat de enige uitzondering het strand van Kalo Nero is, waar deze houten constructies pas later zullen worden weggehaald.
— Beoordeling door het Hof
69
Daar het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn en het Hof geen rekening kan houden met sindsdien opgetreden wijzigingen, zullen de verschillende feitelijke elementen die door partijen zijn aangevoerd na 1 december 2012, datum waarop de aan de Helleense Republiek gestelde termijn verstreek om te voldoen aan het met redenen omklede advies van de Commissie, door het Hof niet in aanmerking worden genomen in het kader van de beoordeling van de gestelde niet-nakoming.
70
Vastgesteld moet worden dat de Helleense Republiek geen enkel gegeven aanvoert waarmee kan worden bewezen dat zij, vóór het verstrijken van deze termijn, de nodige maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat de voortplanting van de zeeschildpad Caretta caretta wordt verstoord door de exploitatie van de betrokken bars.
71
Door niet de nodige maatregelen te hebben getroffen om de exploitatie van bars tussen Elaia en Kalo Nero, op de stranden waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, te beperken, en door er niet voor te zorgen dat de overlast die deze bars veroorzaken deze diersoort niet verstoort, is deze lidstaat de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op hem rustende verplichtingen niet nagekomen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek de aanwezigheid van meubilair en installaties op de stranden in het Kyparissia-gebied heeft geduld
— Argumenten van partijen
72
De Commissie verwijt de Helleense Republiek dat zij binnen het Kyparissia-gebied de aanwezigheid van een buitensporige hoeveelheid strandmeubilair, te weten parasols en ligstoelen, heeft geduld. Zij voert voorts aan dat hoewel de Griekse autoriteiten de afbraak hebben gelast van verschillende platforms die waren gebouwd op de stranden in dit gebied, deze afbraak nooit heeft plaatsgevonden en op 28 juli 2011 aan het hotel Messina Mare zelfs een vergunning is afgegeven voor de plaatsing van een platform.
73
Volgens de Commissie hebben deze strandinstallaties, voor zover zij zijn verankerd of 's nachts op het strand worden gelaten, een negatief effect op de voortplantingsplaatsen van de zeeschildpad Caretta caretta, omdat de aanwezigheid ervan de beschikbare ruimte voor de nesten verkleint en de schildpadden hindert in hun voortbeweging.
74
De Helleense Republiek voert aan dat er zich in 2013 en 2014 geen enkele parasol en geen enkele ligstoel op de stranden van Vounaki, Elaia en Agiannaki bevond. Er waren nog een aantal parasols en ligstoelen op het strand van Kalo Nero, maar buiten het voortplantingsgebied van de zeeschildpad Caretta caretta. Wat het platform bij het hotel Messina Mare betreft, stelt deze lidstaat dat het gaat om een helling om gehandicapten die het hotel bezoeken, te helpen.
— Beoordeling door het Hof
75
Wat in de eerste plaats de parasols en de ligstoelen betreft, merkt de Helleense Republiek enkel op dat dergelijk meubilair sinds 2013, dat wil zeggen na het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, alleen nog aanwezig is op het strand van Kalo Nero, opzij van het voortplantingsgebied van de zeeschildpad Caretta caretta. Deze lidstaat erkent dus impliciet dat hij de aanwezigheid van strandmeubilair op de plekken waar deze schildpadden zich voortplanten, voordien niet had verminderd.
76
Wat in de tweede plaats de platforms betreft die zijn gebouwd op de stranden in het Kyparissia-gebied, stelt de Helleense Republiek — die niet betwist dat deze aanwezig waren na het verstrijken van de in het met redenen omklede advies van de Commissie gestelde termijn, en evenmin betwist dat het waarschijnlijk is dat deze de duinhabitats in het Kyparissia-gebied aanzienlijk schaden en leiden tot een significante verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta — enkel dat het platform waarvoor dicht bij het hotel Messina Mare een vergunning is verleend, bestaat uit een helling voor gehandicapten.
77
De Commissie betwist niet het doel van laatstbedoeld platform. Hoewel een platform ter vergemakkelijking van de verplaatsing van gehandicapten in beginsel kan worden aangemerkt als te zijn gebouwd om dwingende redenen van groot openbaar belang in verband met de menselijke gezondheid, in de zin van artikel 6, lid 4, van richtlijn 92/43, veronderstelt een dergelijke rechtvaardiging met name dat wordt onderzocht of er minder schadelijke alternatieven bestaan en dat de betrokken belangen worden afgewogen op basis van een analyse, krachtens artikel 6, lid 3, van deze richtlijn, van de gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen van het beschermde gebied (zie in die zin arrest van 14 januari 2016, Grüne Liga Sachsen e.a., C-399/14, EU:C:2016:10, punt 57 en aldaar aangehaalde rechtspraak). Bij het ontbreken van elke toelichting van de Helleense Republiek daarover, moet worden geoordeeld dat het toegestane platform bij het hotel Messina Mare eveneens schending van artikel 6, lid 2, van die richtlijn vormt.
78
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om binnen het Kyparissia-gebied de aanwezigheid van meubilair en verscheidene installaties te verminderen op de stranden waar de zeeschildpad Caretta carettazich voortplant en door de bouw van een platform bij het hotel Messina Mare toe te staan, de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek heeft geduld dat de stranden in het Kyparissia-gebied worden schoongemaakt met behulp van zware machines
— Argumenten van partijen
79
De Commissie verwijt de Helleense Republiek dat het strand door de gemeente Avlona (Griekenland) is gereinigd met behulp van zware machines, zodat het zand is gecomprimeerd door hun gewicht en nesten van de zeeschildpad Caretta caretta zijn vernield door trillingen.
80
De Helleense Republiek antwoordt dat dit geen permanente praktijk is maar één losstaand geval en dat er geen enkel ander geval is geconstateerd na de toezending van de aanmaningsbrief. Voorts beogen de door het ministerie van milieu in juli 2013 en in mei 2014 vastgestelde nationale regelingen dergelijke voorvallen te voorkomen en bepalen zij dat het strand gedurende de voortplantingsperiode van deze schildpadden handmatig wordt gereinigd.
— Beoordeling door het Hof
81
Hoewel de door de Helleense Republiek aangevoerde nationale regelingen zijn vastgesteld na het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn en door het Hof niet in aanmerking kunnen worden genomen bij de beoordeling van de gestelde niet-nakoming, kan deze grief niet slagen. Niet alleen trekt de Commissie immers niet de stelling van deze lidstaat in twijfel dat het genoemde geval een losstaand geval was, maar tevens voert zij ook geen gegevens aan ten bewijze dat dergelijke voorvallen zich hebben herhaald of dat het noodzakelijk was om specifieke maatregelen te treffen om deze te voorkomen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek illegale zandwinning heeft geduld op de stranden in het Kyparissia-gebied
— Argumenten van partijen
82
De Commissie verwijt de Helleense Republiek dat zij heeft geduld dat op de stranden in het Kyparissia-gebied op ongecontroleerde wijze zandwinning plaatsvindt.
83
Deze lidstaat betoogt dat de Commissie geen enkel bewijs aanvoert met betrekking tot een dergelijke activiteit.
84
De Commissie geeft in haar dupliek echter een overzicht waaruit moet blijken dat de Helleense Republiek zelf erkent dat er een risico bestaat dat aan het Kyparissia-gebied significante schade wordt toegebracht door de zandwinning.
— Beoordeling door het Hof
85
Artikel 128, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering bepaalt dat partijen in de repliek en in de dupliek nog bewijs kunnen overleggen of kunnen aanbieden hun stellingen nader te bewijzen en dat de vertraging waarmee dat bewijs wordt ingediend of dit bewijsaanbod wordt gedaan, dient te worden gemotiveerd.
86
Daar de Commissie de vertraging waarmee dat gegeven is ingediend, niet heeft gemotiveerd, kan dit bij de toetsing door het Hof van het bestaan van de door deze instelling gestelde niet-nakoming niet als bewijs in aanmerking worden genomen.
87
Aangezien de Commissie geen ander gegeven heeft ingediend waarmee de betrokken grief kan worden gestaafd, dient het beroep op dit punt te worden verworpen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek de uitbreiding van landbouwactiviteiten binnen het Kyparissia-gebied heeft geduld
— Argumenten van partijen
88
De Commissie verwijt de Helleense Republiek dat:
- —
de teeltgronden in het duingebied zijn uitgebreid;
- —
de duinen tussen Elaia en Agiannaki zijn omgeploegd, en
- —
schapen zijn gehouden op de stranden waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplanten.
89
De Commissie betoogt dat de uitbreiding van de teeltgronden in het duingebied tot gevolg heeft dat het duingebied waar deze soort zich voortplant wordt vernield en dat het irrigatiewater schade kan toebrengen aan de nabijgelegen nesten van de schildpadden. De toename van de vochtigheid door deze teelt brengt een verandering in de ondergrondse temperatuur teweeg waardoor er uit de eieren een groter aantal mannelijke schildpadjes komt en er een verstoord evenwicht kan ontstaan in de populatie van de soort Caretta caretta.
90
De Commissie stelt dat tussen 20 februari en 3 maart 2013 de duinen tussen Agiannaki en Elaia zijn omgeploegd, waardoor een aantal habitats van de zeeschildpad Caretta caretta is vernield, zonder dat enige herstelmaatregel is genomen.
91
De Commissie meent dat het houden van schapen op de stranden waar de schildpadden zich voortplanten, direct en indirect tot vernieling van de nesten leidt. Deze nesten worden vertrapt en de eieren gaan kapot door de in de bodem teweeggebrachte trillingen.
92
De Helleense Republiek brengt in herinnering dat de landbouwactiviteiten aanzienlijk zijn teruggelopen in de afgelopen 20 jaar en dat de teeltgronden tot 2001 met 25 % tot 30 %, naargelang van de betrokken plekken, zijn verkleind. Binnen het Kyparissia-gebied was er geen sprake van uitbreiding van teelt naar de duinen omdat het zandsubstraat zich daartoe niet leent en de regio buiten dit gebied bijzonder vruchtbaar is.
93
Deze lidstaat betoogt dat het omploegen waarop de Commissie wijst, heeft plaatsgevonden op een landbouwoppervlak.
94
Het houden van schapen op de stranden waarin de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant is onmogelijk omdat er op het strand geen planten groeien. Volgens de Helleense Republiek begraven de schildpadden hun eieren hoe dan ook zo diep dat de nesten niet kunnen worden vernield door vertrappeling door de schapen en door de trillingen in de bodem als gevolg van het vertrappelen.
— Beoordeling door het Hof
95
Wat in de eerste plaats de vermeende uitbreiding van de teeltgronden in het duingebied betreft, moet worden vastgesteld, zoals de advocaat-generaal in punt 105 van haar conclusie heeft opgemerkt, dat de Commissie geen bewijs heeft geleverd waarmee de stelling van de Helleense Republiek dat er binnen het Kyparissia-gebied geen sprake is van een dergelijke uitbreiding, kan worden weerlegd. Daaruit vloeit voort dat de grief van de Commissie op dit punt niet kan slagen.
96
Aangezien, in de tweede plaats, de Commissie het vermeende omploegen van het duingebied situeert op een tijdstip na het verstrijken van de termijn die zij in haar met redenen omklede advies heeft gesteld, kan dit evenmin worden verweten aan de Helleense Republiek, zodat de door de Commissie aangevoerde grief ook op dit punt moet worden afgewezen.
97
In de derde plaats moet worden vastgesteld dat de Commissie niet de stelling van de Helleense Republiek betwist dat er op het strand waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant niets groeit, en dat met de door de Commissie overgelegde foto's niet wordt bewezen dat er schapen worden gehouden, maar dat zich een aantal schapen op het strand bevonden. Hoe dan ook levert de Commissie geen enkel bewijs op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat de aanwezigheid van schapen, waarvan die foto's blijk geven, schade kan toebrengen aan de schildpadnesten, die op 40 cm tot 60 cm diepte in het zand zijn ingegraven. In die omstandigheden moet de door de Commissie aangevoerde grief ook op dit punt worden afgewezen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek in het Kyparissia-gebied lichtvervuiling heeft geduld
— Argumenten van partijen
98
De Commissie verwijt de Helleense Republiek geen passende maatregelen te hebben genomen om te voorkomen dat de stadsverlichting op de openbare wegen en in de nabijheid van de stranden alsmede de verlichting van restaurants, hotels en winkels aan de rand van het Kyparissia-gebied de zeeschildpad Caretta caretta verstoren tijdens de leg en met name de pas uitgekomen schildpadjes die zich naar de zee begeven, schaden. Zij betoogt dat deze fenomenen zijn bevestigd tijdens de bezichtiging ter plaatse van haar functionarissen op 17 juli 2012.
99
Volgens de Helleense Republiek bestaat de openbare verlichting sinds vele jaren en was deze geïnstalleerd vóór de vaststelling van een nationale regeling waarbij een passende beoordeling verplicht werd gesteld overeenkomstig richtlijn 92/43. Zij betoogt dat, om aan dit probleem het hoofd te bieden, in 2014 een regeling is vastgesteld die geldt voor de stranden waarop deze schildpadden zich voortplanten en waarin met name is bepaald dat moet worden verzekerd dat licht afkomstig uit particuliere of openbare bronnen niet tot het strand reikt, teneinde de jonge schildpadjes niet te desoriënteren. Ook is het aan de kust gelegen winkels en hotels verboden om schijnwerpers te gebruiken. Tevens is voorgenomen om afschermende platen te plaatsen en speciale lampen te gebruiken.
— Beoordeling door het Hof
100 Wat het argument van de Helleense Republiek betreft dat de openbare verlichting er reeds was voordat daarvoor overeenkomstig richtlijn 92/43 een passende beoordeling moest worden gemaakt, kan worden volstaan met op te merken dat krachtens deze richtlijn het daarin vervatte verbod van verslechtering niet beperkt blijft tot de verplichting voor de betrokken lidstaat om alleen nieuwe schadelijke activiteiten te verbieden of te doen ophouden.
101
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet de passende beschermingsmaatregelen te hebben getroffen om vanaf de opname van het Kyparissia-gebied op de GCB-lijst, op 19 juli 2006, te voorkomen dat bestaande openbare verlichting de zeeschildpad Caretta caretta verstoort, de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen (zie naar analogie arrest van 24 november 2011, Commissie/Spanje, C-404/09, EU:C:2011:768, punten 127 en 128).
102
Ook de grief van de Commissie met betrekking tot de verstoring van zeeschildpad Caretta caretta die wordt veroorzaakt door de verlichting van restaurants, hotels en winkels aan de rand van het Kyparissia-gebied, moet worden aanvaard.
103
De Helleense Republiek wijst er in dit verband immers alleen op dat zij in 2014, dat wil zeggen na het verstrijken van de door de Commissie in haar met redenen omklede advies gestelde termijn, een regeling heeft vastgesteld om het hoofd te bieden aan dat probleem, waarmee impliciet wordt aangetoond dat deze lidstaat voordien niet de noodzakelijk maatregelen had getroffen om de verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta die door dergelijke lichtvervuiling wordt veroorzaakt, tegen te gaan.
104
Bijgevolg is de Helleense Republiek, door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om de lichtvervuiling op de stranden waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant en die liggen in het Kyparissia-gebied, genoegzaam te beperken, de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek visserijactiviteiten heeft geduld aan de rand van het Kyparissia-gebied
— Argumenten van partijen
105
De Commissie betoogt dat de visserij in de nabijheid van de stranden in het Kyparissia-gebied waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, een bron van verstoring voor deze soort vormt, omdat de exemplaren die eieren gaan leggen of terugkeren van de nesten, in de netten terecht kunnen komen of tegen de visserijboten botsen. Zij baseert zich in dit verband op een verslag dat als bijlage bij haar inleidend verzoekschrift is gevoegd en waarin is vermeld dat de visserij wordt beoefend met geankerde kieuwnetten vlak langs de stranden en soms op nauwelijks een kilometer buiten het strand met sleepnetten vanaf schepen.
106
De Helleense Republiek stelt dat de visvangst sinds de instelling van een beschermingsstelsel in dit gebied, is verminderd en dat ook de verschillende instrumenten van de Europese Unie ertoe hebben bijgedragen dat de visvangst in de regio is teruggelopen. Er zijn zeer weinig visserijschepen en met een voorlichtingscampagne wordt beoogd te voorkomen dat schildpadden per ongeluk worden gevangen.
— Beoordeling door het Hof
107
Vastgesteld zij dat een dergelijke algemene bewering over de vermindering van de visvangst en de voorlichting van vissers niet kan afdoen aan de stellingen van de Commissie, die zijn gestaafd met de constateringen van het verslag in de bijlage bij haar inleidend verzoekschrift.
108
Daaruit volgt dat de Helleense Republiek, door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om de visvangst langs de stranden in het Kyparissia-gebied, waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, genoegzaam te beperken, de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Eerste grief voor zover de Helleense Republiek heeft geduld dat recreatieboten en waterfietsen worden gebruikt aan de rand van het Kyparissia-gebied
— Argumenten van partijen
109
Volgens de Commissie vormt de aanwezigheid van recreatieboten en waterfietsen, die worden gebruikt dicht langs de stranden in het Kyparissia-gebied, waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, een bron van verstoring van de schildpadden. Een aantal van hen is zelfs gedood na een botsing met die apparaten. Deze instelling meent dat de gegevens in de bijlagen 18 en 21 bij het inleidend verzoekschrift deze grief staven.
110
Volgens de Helleense Republiek bewijzen deze gegevens niet de stellingen van de Commissie en heeft zij geenszins aangetoond dat het overlijden van deze schildpadden is te wijten aan verwondingen die zijn veroorzaakt door de recreatieboten en waterfietsen.
— Beoordeling door het Hof
111
In het kader van een niet-nakomingsprocedure is het aan de Commissie om de gestelde niet-nakoming aan te tonen en de feiten en omstandigheden aan te dragen die het Hof nodig heeft om uit te maken of er sprake is van niet-nakoming (arrest van 9 juli 2015, Commissie/Ierland, C-87/14, EU:C:2015:449, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
112
Evenwel moet worden vastgesteld dat de Commissie, met de verwijzing in haar inleidend verzoekschrift naar de bijlagen daarbij, zonder relevante specifieke toelichting daarover, niet de gegevens verstrekt die nodig zijn om uit te maken of er sprake is van de niet-nakoming waarvan zij het bestaan aanvoert, en dat hoe dan ook dergelijke gegevens niet duidelijk uit die bijlagen naar voren komen.
113
Derhalve moet de eerste grief die de Commissie tot staving van het onderhavige beroep heeft aangevoerd, op dit punt worden afgewezen.
114
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek,
- —
door te hebben geduld dat in 2010 te Agiannaki huizen werden gebouwd, dat andere huizen daterend van 2006 te Agiannaki werden gebruikt zonder dat dit genoegzaam aan banden was gelegd en dat bouwwerkzaamheden werden aangevangen voor een vijftigtal huizen tussen Agiannaki en Elaia, alsmede door in 2012 de bouw van drie vakantiewoningen te Vounaki te hebben toegestaan;
- —
door de ontwikkeling van infrastructuren voor toegang tot het strand in het Kyparissia-gebied te dulden, te weten de opening van vijf nieuwe wegen naar het strand van Agiannaki alsmede de asfaltering van bepaalde bestaande toegangen en wegen;
- —
door niet voldoende maatregelen te hebben getroffen om te verzekeren dat het verbod op wildkamperen in de nabijheid van het strand van Kalo Nero en in Elaia wordt nageleefd;
- —
door niet de nodige maatregelen te hebben getroffen om de exploitatie van bars tussen Elaia en Kalo Nero, op de stranden waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, te beperken, en door er niet voor te zorgen dat de overlast die deze bars veroorzaken deze diersoort niet verstoort;
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om binnen het Kyparissia-gebied de aanwezigheid van meubilair en verscheidene installaties te verminderen op de stranden waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, en door de bouw van een platform bij het hotel Messina Mare toe te staan;
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om de lichtvervuiling op de stranden in het Kyparissia-gebied, waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, genoegzaam te beperken, en
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om de visvangst langs de stranden van het Kyparissia-gebied, waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant, genoegzaam te beperken,
de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Tweede grief: niet-inachtneming van artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43
Argumenten van partijen
115
Met haar tweede grief tot staving van haar beroep voert de Commissie aan dat de Helleense Republiek artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 heeft geschonden.
116
De Commissie verwijt deze lidstaat de krachtens deze bepaling op haar rustende verplichtingen niet te zijn nagekomen omdat zij heeft verzuimd een passende beoordeling te maken van de gevolgen van projecten die niet direct verband houden met of nodig zijn voor het beheer van het Kyparissia-gebied, maar significante gevolgen kunnen hebben voor dat gebied. Volgens de Commissie had een dergelijke beoordeling van de gevolgen moeten worden gemaakt vóór:
- —
de verlening van de bouwvergunning voor verscheidene woningen binnen het Kyparissia-gebied;
- —
de opening van nieuwe wegen en de asfaltering van bepaalde bestaande wegen binnen dit gebied;
- —
de bouw van nieuwe bars op de stranden in dat gebied waar de zeeschildpad Caretta caretta zich voortplant;
- —
de installatie van stadsverlichting langs het strand in dat gebied, en
- —
de uitbreiding van de teeltoppervlakten in het duinstelsel van het Kyparissia-gebied.
117
Volgens de Commissie zijn deze werkzaamheden uitgevoerd zonder enige voorafgaande beoordeling, ongeacht of het om een beoordeling van de individuele gevolgen voor elk van deze activiteiten gaat dan wel om een beoordeling van alle gevolgen samen genomen. Zij beklemtoont dat geen van deze activiteiten direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het Kyparissia-gebied en dat zij waarschijnlijk significante gevolgen meebrengen voor dit gebied vanwege het belang ervan voor de zeeschildpad Caretta caretta en voor de betrokken natuurlijke habitat.
118
De Helleense Republiek betoogt dat alle plannen en projecten die in het gebied zijn verwezenlijkt zonder ‘passende beoordeling’, bouwwerkzaamheden betroffen die waren voltooid voordat de verplichting om een dergelijke beoordeling te maken was ingesteld. Met betrekking tot de plannen en projecten die na deze datum zijn verwezenlijkt, betoogt zij dat ofwel de vereisten van artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 zijn nageleefd, ofwel, wanneer dat niet het geval was, bestuursrechtelijke of strafrechtelijke procedures zijn ingeleid.
119
Deze lidstaat stelt dat de vereisten en de procedures van artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 zijn omgezet in nationaal recht en dat de afgifte van de bouwvergunningen en de uitvoering van de bouwwerkzaamheden zijn opgeschort tot de vaststelling van het presidentieel besluit. Deze lidstaat is de krachtens artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 op hem rustende verplichtingen dus nagekomen.
Beoordeling door het Hof
120
In herinnering dient te worden gebracht dat met artikel 6, lid 3, van de richtlijn 92/43 een beoordelingsprocedure is ingevoerd die bedoeld is om door middel van een voorafgaande controle te garanderen dat voor een plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het betrokken gebied, maar dat voor het gebied significante gevolgen kan hebben, alleen toestemming wordt verleend voor zover het de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (arrest van 11 september 2012, Nomarchiaki Aftodioikisi Aitoloakarnanias e.a., C-43/10, EU:C:2012:560, punt 110).
121
Daaruit volgt dat deze bepaling slechts relevant is wanneer de bevoegde nationale autoriteiten toestemming geven voor een project, daar deze toestemming in dat geval moet worden voorafgegaan door een passende beoordeling van de gevolgen van dit project voor het betrokken gebied.
122
Bij elke activiteit waarvoor toestemming moest worden verkregen, maar die reeds is verwezenlijkt zonder toestemming, op illegale wijze dus, vindt artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 derhalve geen toepassing. In die omstandigheden dient geen niet-nakoming te worden vastgesteld wegens schending van deze bepaling in dat opzicht.
123
Deze bepaling is daarentegen wel van toepassing op activiteiten die met voorafgaande toestemming zijn verwezenlijkt, te weten de huizen te Agiannaki, waarvoor de werkzaamheden in 2010 zijn uitgevoerd, de drie vakantiewoningen te Vounaki waarvoor in 2012 toestemming is verleend, en het platform bij het hotel Messina Mare.
124
Daar deze activiteiten tot een verlies van duingebied konden leiden en de zeeschildpad Caretta caretta konden verstoren, had voor de toestemming ervoor een voorafgaande beoordeling van de gevolgen ervan moeten worden gemaakt.
125
Aangezien de Helleense Republiek niet stelt dat deze vergunningen dateerden van vóór 19 juli 2006, datum waarop het Kyparissia-gebied op de GCB-lijst is geplaatst, of waren voorafgegaan door beoordelingen van de gevolgen overeenkomstig artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43, moet dus worden vastgesteld dat deze lidstaat, door vergunningen te hebben afgegeven voor huizen die in 2010 zijn gebouwd te Agiannaki, voor drie vakantiewoningen te Vounaki in 2012 en voor de bouw van een platform bij het hotel Messina Mare, de krachtens deze bepaling op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.
126
De grief wordt afgewezen voor het overige.
Derde grief: niet-inachtneming van artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43
127
De Commissie verwijt de Helleense Republiek artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 te hebben geschonden door niet de maatregelen te hebben getroffen die noodzakelijk zijn voor de invoering en de toepassing van een doeltreffend systeem van strikte bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in het Kyparissia-gebied ter voorkoming van elke verstoring van die soort tijdens de voortplantingsperiode en van elke activiteit die tot beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen van die soort kan leiden.
128
De Commissie brengt in herinnering dat ingevolge deze bepaling een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, punt a), bij richtlijn 92/43 vermelde diersoorten moet worden ingesteld teneinde het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, alsmede de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen, te verbieden. Dit systeem van strikte bescherming vereist dat er een volledig rechtskader in het leven wordt geroepen alsmede dat er concrete en specifieke beschermingsmaatregelen worden vastgesteld en toegepast.
129
De Helleense Republiek betoogt dat zij geen inbreuk heeft gemaakt op artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43.
Derde grief voor zover de Helleense Republiek heeft verzuimd een volledig en coherent rechtskader in te stellen
— Argumenten van partijen
130
De Commissie betoogt dat een systeem van strikte bescherming als bedoeld in artikel 12, lid 1, van richtlijn 92/43, veronderstelt dat er coherente en gecoördineerde preventieve maatregelen worden vastgesteld. Zij merkt op dat de Helleense Republiek heeft erkend dat een dergelijk volledig en coherent rechtskader nog niet is vastgesteld, maar nog steeds in voorbereiding is.
131
Volgens de Commissie is het geheel aan juridische instrumenten op dit gebied dat in deze lidstaat van kracht is, niet toereikend voor de in artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 bedoelde bescherming. Het bestaan van deze juridische instrumenten is door deze lidstaat voor het eerst in zijn verweerschrift aangevoerd. Voorts dateren een aantal ervan van vóór de inwerkingtreding van richtlijn 92/43 en bevatten deze dus geen specifieke bepalingen waarmee kan worden voldaan aan de vereisten van artikel 12 van deze richtlijn.
132
Deze instelling betoogt dat bij het ontbreken van een geïntegreerd en coherent nationaal rechtskader, de strikte bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta en van de voortplantingsplaatsen, niet is gewaarborgd. Een beschermingsstelsel kan niet worden ingesteld middels een fragmentarisch geheel van afzonderlijke maatregelen die betrekking hebben op milieubescherming in het algemeen en niet op concrete wijze elke opzettelijke verstoring van de betrokken soort tijdens de perioden van voortplanting alsmede elke activiteit die de beschadiging of de vernieling van de voortplantingsplaatsen van die soort kan veroorzaken, beogen te voorkomen.
133
De Commissie beklemtoont dat de omstandigheid dat niet blijkt dat het aantal nesten van de zeeschildpad Caretta caretta in het Kyparissia-gebied is afgenomen, op zich niet kan afdoen aan de constatering dat er geen doeltreffende beschermingsmaatregelen zijn vastgesteld door de Helleense Republiek. Zij betoogt dat het grote aantal nesten dat recentelijk is waargenomen, te danken is aan de bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta sinds 1992 en dat alle gevolgen voor deze soort in de regel 20 jaar later zichtbaar zijn. Voorts volgt uit de arresten van 30 januari 2002, Commissie/Griekenland (C-103/00, EU:C:2002:60), en 16 maart 2006, Commissie/Griekenland (C-518/04, niet gepubliceerd, EU:C:2006:183), dat het aantal nesten niet hoeft af te nemen om vast te stellen dat er sprake is van een verstoring van dien aard dat deze schending van artikel 12 van richtlijn 92/43 vormt.
134
De Helleense Republiek stelt dat de Commissie ten onrechte betoogt, ten eerste, dat de Helleense Republiek geen toereikend rechtskader voor de bescherming zou hebben vastgesteld en, ten tweede, dat zij er niet in zou zijn geslaagd specifieke en doeltreffende beschermingsmaatregelen toe te passen. Zij meent dat de Commissie niet kan stellen dat er in het Kyparissia-gebied sprake is van een achteruitgang van de habitats en van verstoringen met significante gevolgen voor de soort, terwijl een passende beoordeling van de gevolgen in verband met de in dat gebied uitgeoefende activiteiten niet eens heeft plaatsgevonden.
135
Volgens deze lidstaat kan niet worden aangevoerd dat artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 is geschonden, omdat de populatie van de zeeschildpad Caretta caretta gestaag toeneemt en er geen gevaar is dat het natuurlijke verspreidingsgebied van deze soort wordt verkleind.
136
De Helleense Republiek meent dat de Griekse rechtsorde een ruim, coherent, bijzonder strikt en uiterst doeltreffend institutioneel kader bevat wat de bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta betreft. Zij verwijst in dit verband naar de verschillende wettelijke en bestuursrechtelijke handelingen die samen een toereikend kader vormen tot het presidentieel besluit wordt vastgesteld.
137
Deze lidstaat brengt in herinnering dat hij nooit heeft gesteld dat al deze handelingen speciaal voor het Kyparissia-gebied en de betrokken soort zijn vastgesteld, maar dat zij deze soort doeltreffend beschermen en dus een adequaat en strikt stelsel van bescherming waarborgen in de zin van artikel 12 van richtlijn 92/43. Deze bepaling vereist niet dat het stelsel van strikte bescherming in één enkele wettelijke regeling wordt vervat.
138
De Helleense Republiek noemt, ten slotte, de kenmerken, de maatregelen en de effecten van het ontwerp voor het presidentieel besluit en wijst erop dat dit, na het advies van de Symvoulio tis Epikrateias (raad van state), binnenkort zal worden vastgesteld. Zij beklemtoont desalniettemin dat het bestaan van dit ontwerp voor het presidentieel besluit niet betekent dat er voordien in de Griekse rechtsorde geen strikt en doeltreffend beschermingsstelsel bestond.
— Beoordeling door het Hof
139
In herinnering dient te worden gebracht dat artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 de lidstaten verplicht de maatregelen te treffen die nodig zijn voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, punt a), bij deze richtlijn vermelde diersoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek, alsmede op de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen.
140
Het Hof heeft reeds geoordeeld dat de omzetting in nationaal recht van die bepaling de lidstaten verplicht niet alleen tot het vaststellen van een volledig rechtskader, maar ook tot het in dat verband tenuitvoerleggen van concrete en specifieke beschermingsmaatregelen en dat het systeem van strikte bescherming veronderstelt dat coherente en gecoördineerde preventieve maatregelen worden vastgesteld (arrest van 15 maart 2012, Commissie/Cyprus, C-340/10, EU:C:2012:143, punten 60 en 61 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
141
Een geheel van juridische instrumenten vormt geen wettelijk en bestuursrechtelijk kader dat volledig is wanneer met deze instrumenten niet kan worden belet dat inbreuk wordt gemaakt op het verbod van verslechtering als bedoeld in artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 of wanneer zij regelmatig moeten worden aangevuld om de bij artikel 12 van deze richtlijn vereiste bescherming te kunnen waarborgen.
142
Op basis van het feit dat in punt 114 van het onderhavige arrest is geconstateerd dat het in artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43 geformuleerde verbod van verslechtering verscheidene keren niet in acht was genomen, kan worden aangenomen dat waar het de bescherming van het Kyparissia-gebied betreft, een volledig en coherent rechtskader ontbreekt.
143
Deze aanname vindt bevestiging in de omstandigheid dat de Helleense Republiek verschillende ministeriële besluiten heeft vastgesteld, onder meer op 23 mei 2013, 23 juli 2013, 14 februari 2014 en 8 mei 2014, met name over het passend gebruik van de stranden, de stopzetting van bepaalde landbouwactiviteiten, de beperking van de verlichting afkomstig van particuliere inrichtingen op het strand, de schorsing van de afgifte van bouwvergunningen, het verbod van bepaalde bouwactiviteiten en het verbod om binnen het Kyparissia-gebied wegen te openen of te asfalteren.
144
De vaststelling van dergelijke juridische instrumenten na het verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, toont genoegzaam aan dat het nationale rechtskader voordien onvolledig was.
145
De Helleense Republiek kan dus niet betogen dat het in behandeling zijnde presidentieel besluit, dat strekt ter bescherming van dat gebied, alleen tot doel zou hebben de aan het einde van die termijn reeds geldende regelgeving bijeen te brengen en te consolideren.
146
Integendeel, uit het advies van de Symvoulio tis Epikrateias (raad van state) volgt dat de uit het Unierecht voorvloeiende verplichtingen van de Helleense Republiek een nieuwe regeling ter bescherming van het Kyparissia-gebied vereisen en gebieden dat zo spoedig mogelijk bij deze instantie een nieuw ontwerpbesluit wordt ingediend.
147
Evenmin kan de Helleense Republiek betogen dat, aangezien de populatie van de zeeschildpad Caretta caretta gestaag toeneemt, haar niet kan worden verweten dat zij de uit artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen.
148
Zoals de Commissie betoogt, kan een omstandigheid als de stabiliteit van de populatie van de soort immers op zich niet afdoen aan de constatering dat het relevante nationale rechtskader onvolledig is (zie naar analogie arrest van 16 maart 2006, Commissie/Griekenland, C-518/04, EU:C:2006:183, punt 21).
149
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door geen volledig, coherent en strikt wettelijk en bestuursrechtelijk kader ter bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in het Kyparissia-gebied in te stellen, de krachtens artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Derde grief voor zover de Helleense Republiek heeft verzuimd concrete, specifieke en doeltreffende beschermingsmaatregelen toe te passen
— Argumenten van partijen
150
Volgens de Commissie, past de Helleense Republiek geen doeltreffende specifieke maatregelen toe ter voorkoming van, ten eerste, verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta tijdens de perioden van voortplanting en, ten tweede, activiteiten die de gebieden waarin deze soort zich voortplant kunnen beschadigen of vernielen.
151
Zij merkt op dat artikel 12, lid 1, onder d), van richtlijn 92/43 voorziet in een striktere bescherming dan die welke is voorzien in dit artikel onder a) tot en met c), en dat genoemd punt d) de verboden niet beperkt tot opzettelijke handelingen.
152
Om te beoordelen in hoeverre een bepaalde activiteit van dien aard is dat de voortplantingsplaatsen daardoor worden beschadigd of vernield, moet rekening worden gehouden met het feit dat deze soort slechts om de twee of drie jaar eieren legt en deze soort bijzonder gevoelig en kwetsbaar is voor geluids- en lichthinder gedurende het gehele voortplantingsproces, te weten gedurende de incubatie en wanneer de jonge schildpadjes zich naar de zee begeven.
153
De Commissie betoogt dat de voortplantingsplaatsen van de zeeschildpad Caretta caretta in het Kyparissia-gebied kunnen worden beschadigd of vernield door verschillende in haar verzoekschrift genoemde menselijke activiteiten die hindernissen creëren voor de toegang tot de voortplantingsgebieden en licht- en geluidsvervuiling veroorzaken.
154
Volgens de Helleense Republiek verbiedt haar institutionele en wettelijke kader dat de activiteiten binnen het Kyparissia-gebied regelt, activiteiten waardoor de voortplantingsplaatsen van de zeeschildpad Caretta caretta opzettelijk worden aangetast of die deze soort kunnen schaden.
155
Zij betoogt dat overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie de achteruitgang van een gebied wordt beoordeeld op basis van de staat van instandhouding van elk van de soorten en de habitats, welke wordt geëvalueerd ten opzichte van de aanvankelijke situatie, op het tijdstip waarop de indeling van het betrokken gebied als beschermd gebied werd voorgesteld.
156
Bovendien moet volgens haar de beoordeling van de eventuele gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van het gebied, wat de ecologische functies ervan betreft, plaatsvinden op het niveau van het beschermde gebied in zijn geheel en niet op kleinere schaal door kleine gedeelten van het strand uit te lichten om een significante verstoring te kunnen aantonen.
— Beoordeling door het Hof
157
Wat de gestelde niet-nakoming betreft van het verbod van verstoring van de beschermde soorten, bedoeld in artikel 12, lid 1, onder b), van richtlijn 92/43, moet worden opgemerkt dat de verschillende inbreuken op artikel 6, lid 2, van deze richtlijn, zoals vastgesteld in punt 114 van dit arrest, alle verboden verstoringen van de zeeschildpad Caretta caretta vormen.
158
Zoals de advocaat-generaal in punt 143 van haar conclusie heeft opgemerkt, geldt dit ook voor het optrekken van gebouwen te Agiannaki in 2006. Anders dan bij het algemene verbod van verslechtering en van storende factoren als voorzien in artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43, is het voor de in artikel 12 van deze richtlijn bedoelde bescherming van de soorten immers niet nodig dat de duinen van Kyparissia overeenkomstig artikel 4, lid 5, ervan op de in artikel 4, lid 2, derde alinea, bedoelde lijst zijn geplaatst. Blijkens artikel 23, lid 1, van deze richtlijn is deze bescherming al sinds 1994 van toepassing.
159
Aangezien de plegers van deze verstoringen ten minste hebben aanvaard dat de zeeschildpad Caretta caretta mogelijkerwijs wordt verstoord tijdens de perioden van voortplanting, is voldaan aan de voorwaarde inzake de opzet in artikel 12, lid 1, onder b), van richtlijn 92/43 (zie in die zin arrest van 18 mei 2006, Commissie/Spanje, C-221/04, EU:C:2006:329, punt 71).
160
In die omstandigheden moet worden vastgesteld dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijn alle noodzakelijke concrete maatregelen te hebben genomen om opzettelijke verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta tijdens de perioden van voortplanting van de soort te voorkomen, de krachtens artikel 12, lid 1, onder b), van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
161
Het beroep van de Commissie slaagt tevens voor zover deze lidstaat wordt verweten niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om het in artikel 12, lid 1, onder d), van richtlijn 92/43 geformuleerde verbod van beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen te doen naleven.
162
Verschillende inbreuken op artikel 6, lid 2, van deze richtlijn, zoals vastgesteld in punt 114 van dit arrest, vormen immers zelf activiteiten die de voortplantingsplaatsen van de zeeschildpad Caretta caretta noodzakelijkerwijs verslechteren.
163
Uit een en ander volgt dat de Helleense Republiek,
- —
door geen volledig, coherent en strikt wettelijk en bestuursrechtelijk kader ter bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in het Kyparissia-gebied in te stellen;
- —
door niet binnen de gestelde termijn alle noodzakelijke concrete maatregelen te hebben genomen om opzettelijke verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta tijdens de perioden van voortplanting van deze soort te voorkomen, en
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om het verbod van beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen van deze soort te doen naleven,
de krachtens artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Kosten
164
Volgens artikel 138, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering dragen de partijen hun eigen kosten, indien zij onderscheidenlijk op een of meer punten in het ongelijk worden gesteld.
165
Aangezien de Commissie en de Helleense Republiek elk op een of meer punten in het ongelijk zijn gesteld, moet worden beslist dat zij hun eigen kosten zullen dragen.
Het Hof (Vierde kamer) verklaart:
- 1)
De Helleense Republiek is de krachtens artikel 6, lid 2, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/105/EG van de Raad van 20 november 2006, op haar rustende verplichtingen niet nagekomen
- —
door te hebben geduld dat in 2010 te Agiannaki (Griekenland) huizen werden gebouwd, dat andere huizen daterend van 2006 te Agiannaki werden gebruikt zonder dat dit genoegzaam aan banden was gelegd, en dat bouwwerkzaamheden werden aangevangen voor een vijftigtal huizen tussen Agiannaki en Elaia (Griekenland), alsmede door in 2012 de bouw van drie vakantiewoningen te Vounaki (Griekenland) te hebben toegestaan;
- —
door de ontwikkeling van infrastructuren voor toegang tot het in het Kyparissia-gebied (Griekenland) gelegen strand te dulden, te weten de opening van vijf nieuwe wegen naar het strand van Agiannaki alsmede de asfaltering van bepaalde bestaande toegangen en wegen;
- —
door niet voldoende maatregelen te hebben getroffen om te verzekeren dat het verbod op wildkamperen in de nabijheid van het strand van Kalo Nero (Griekenland) en in Elaia wordt nageleefd;
- —
door niet de nodige maatregelen te hebben getroffen om de exploitatie van bars tussen Elaia en Kalo Nero, op de stranden waar de zeeschildpadCaretta carettazich voortplant, te beperken, en door er niet voor te zorgen dat de overlast die deze bars veroorzaken deze diersoort niet verstoort;
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om binnen het Kyparissia-gebied de aanwezigheid van meubilair en verscheidene installaties te verminderen op de stranden waar de zeeschildpadCaretta carettazich voortplant, en door de bouw van een platform bij het hotel Messina Mare toe te staan;
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om de lichtvervuiling op de stranden in het Kyparissia-gebied, waar de zeeschildpadCaretta carettazich voortplant, genoegzaam te beperken, en
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om de visvangst langs de stranden van het Kyparissia-gebied, waar de zeeschildpadCaretta carettazich voortplant, genoegzaam te beperken.
- 2)
De Helleense Republiek is de krachtens artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen door vergunningen te hebben afgegeven voor huizen die in 2010 zijn gebouwd te Agiannaki, voor drie vakantiewoningen te Vounaki in 2012 en voor de bouw van een platform bij het hotel Messina Mare in 2010.
- 3)
De Helleense Republiek is de krachtens artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 op haar rustende verplichtingen niet nagekomen
- —
door geen volledig, coherent en strikt wettelijk en bestuursrechtelijk kader ter bescherming van de zeeschildpadCaretta carettain het Kyparissia-gebied in te stellen;
- —
door niet binnen de gestelde termijn alle noodzakelijke concrete maatregelen te hebben genomen om opzettelijke verstoring van de zeeschildpadCaretta carettatijdens de perioden van voortplanting van deze soort te voorkomen, en
- —
door niet de noodzakelijke maatregelen te hebben getroffen om het verbod van beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen van deze soort te doen naleven.
- 4)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
- 5)
De Europese Commissie en de Helleense Republiek dragen hun eigen kosten.
ondertekeningen
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 10‑11‑2016
Conclusie 18‑02‑2016
J. Kokott
Partij(en)
Zaak C-504/141.
Europese Commissie
tegen
Helleense Republiek
I — Inleiding
1.
Terwijl het Hof in de zaak over de hamsterpopulatie in de Franse Elzas met een bijna rampzalige staat van instandhouding te maken kreeg2., stemt de situatie in deze procedure tot meer vreugde. De stranden aan de Golf van Kyparissia aan de westkust van de Peloponnesos hebben zich de laatste jaren ontwikkeld tot de belangrijkste broedplaats van de zeeschildpad Caretta caretta in de Unie met een gestaag toenemend aantal nesten.3. Deze ontwikkeling kan ertoe hebben bijgedragen dat de Internationale Unie voor Natuurbescherming (International Union for Conservation of Nature and Natural Resources, IUCN) de populatie van de zeeschildpad in de Middellandse Zee in het jaar 2015 de kwalificatie ‘least concern’ heeft gegeven, dat wil zeggen haar in haar beoordelingsstelsel heeft ingedeeld bij de minst bedreigde soorten.4.
2.
Hiermee kunnen Griekenland en de niet-gouvernementele organisaties (NGO's), die zich al meer dan 20 jaar voor de bescherming van de schildpad inzetten, alleen maar worden gelukgewenst.
3.
Tegelijkertijd eist zowel de Commissie, in het licht van de habitatrichtlijn5., als de Permanente Commissie van het Verdrag inzake het behoud van wilde dieren en planten en hun natuurlijk leefmilieu in Europa6., meer beschermingsmaatregelen.7. De Commissie heeft wat de bescherming van soorten betreft enerzijds kritiek op de concreet vastgestelde beschermingsbepalingen en anderzijds op de daadwerkelijk noodzakelijke beschermingsmaatregelen. Aangezien de betrokken stranden tegelijk gedeeltelijk tot een beschermingszone in de zin van de habitatrichtlijn behoren, zijn volgens de Commissie ook de bepalingen inzake de gebiedsbescherming geschonden, zulks zowel gelet op bepaalde plannen en projecten alsook met betrekking tot het algemene verbod op activiteiten die een schadelijk effect hebben (verslechteringsverbod).
4.
Niettegenstaande het positieve totaalbeeld acht ik de kritiek van de Commissie ten dele terecht. De bevoegde Griekse instanties laten namelijk een groot aantal activiteiten in dit gebied toe, die zowel voor de voortplanting van de schildpadden als ook voor de beschermde duinhabitats schadelijk zijn. Daarbij gaat het in het bijzonder om bepaalde vormen van toeristische exploitatie van de stranden en om het bestaan van bepaalde straten en wegen, maar ook om de visvangst en het bouwen van huizen.
II — Toepasselijke bepalingen
5.
De habitatrichtlijn voorziet in de vaststelling van beschermingszones, de zogenoemde gebieden van communautair belang, teneinde bepaalde typen habitats (bijlage I van de richtlijn) alsook enige soorten flora en fauna (bijlage II) te beschermen.
6.
Bijlage I noemt onder meer verschillende typen duinhabitats en in bijlage II wordt de zeeschildpad Caretta caretta vermeld. Deze laatste soort wordt zelfs als prioritair, dus als bijzonder beschermenswaardig, aangemerkt.
7.
Artikel 4, lid 5, van de habitatrichtlijn regelt de temporele toepassing van de bepalingen inzake de gebiedsbescherming:
‘Zodra een gebied op de in lid 2, derde alinea, bedoelde lijst is geplaatst, gelden voor dat gebied de bepalingen van artikel 6, leden 2, 3 en 4.’
8.
De Commissie heeft in 2006 op voorstel van Griekenland het gebied ‘Duinen van Kyparissia’ (‘Θίνες Kυπαρισσίας’) onder nummer GR2550005 opgenomen in de lijst van gebieden van communautair belang van artikel 4 van de habitatrichtlijn.8. Bij wet nr. 3937/2011 heeft Griekenland dit gebied tot speciale beschermingszone verklaard.
9.
De bescherming van gebieden is in artikel 6, leden 2 tot en met 4, als volgt geregeld:
- ‘2.
De lidstaten treffen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen voor zover die factoren, gelet op de doelstellingen van deze richtlijn, een significant effect zouden kunnen hebben.
- 3.
Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden.
- 4.
Indien een plan of project, ondanks negatieve conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied, bij ontstentenis van alternatieve oplossingen, om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, toch moet worden gerealiseerd, neemt de lidstaat alle nodige compenserende maatregelen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. De lidstaat stelt de Commissie op de hoogte van de genomen compenserende maatregelen.
[…]’
10.
Naast bepalingen inzake gebiedsbescherming bevat de habitatrichtlijn ter bescherming van bepaalde in bijlage IV opgenomen soorten flora en fauna, waaronder de zeeschildpad Caretta caretta, in artikel 12 specifieke verbodsbepalingen:
- ‘1.
De lidstaten treffen de nodige maatregelen voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, onder a), vermelde diersoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op:
- a)
[…];
- b)
het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek;
- c)
[…];
- d)
de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen.’
III — Feiten, precontentieuze procedure en conclusies van partijen
11.
Aan de Golf van Kyparissia bevindt zich een zandstrand dat zich in een betrekkelijk rechte lijn van noord naar zuid over een lengte van ongeveer 80 km uitstrekt. Daarvan behoort plusminus 20 km tot de beschermingszone ‘Duinen van Kyparissia’.
12.
De beschermingszone omvat een ongeveer 300 tot 600 meter brede strook vanuit zee landinwaarts. Daar bevindt zich eerst zandstrand, dat in het achterland overgaat in het type habitat 2110, embryonale wandelende duinen. Habitat 2260, sclerofiele duinvegetatie van het Cisto-Lavenduletalia, sluit gedeeltelijk hierop aan. Ten zuiden van Vounaki bevinden zich achter het strand en de embryonale wandelende duinen zelfs twee prioritaire duin-ecotypes, namelijk 2270*, duinbossen met Pinus pinea en/of Pinus pinaster, en 2250*, Littorale jeneverbesbosjes (Juniperus spp.). Ten slotte is achter het strand ook het type habitat 9540, Mediterrane dennenbossen van het type endemische mesogeïsche den, te vinden, die zich qua oppervlakte kunnen meten met de totale oppervlakte van de typen duinhabitats, alsook bij Vounaki het type habitat 5210, Boomvormige matorrals met Juniperus spp, die zich over een wat geringere oppervlakte uitstrekken.9.
13.
In casu gaat het in de eerste plaats om een strook van ongeveer 10 km lang tussen de plaatsen Elaia en Kalo Nero. Volgens het standaard gegevensformulier voor dit gebied10. bevindt zich daar een van de belangrijkste mediterrane legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta. Partijen zijn het erover eens dat dit inmiddels zelfs het belangrijkste legstrand is.
14.
De NGO's die zich met de bescherming van de schildpadden bezighouden, keren zich tegen verschillende activiteiten op de stranden en hebben daarom bij de Commissie klachten tegen Griekenland ingediend.
15.
Na informele contacten met de Griekse autoriteiten heeft de Commissie Griekenland op 28 oktober 2011 gemaand zijn standpunt over de gelaakte schending van de artikelen 6 en 12 van de habitatrichtlijn kenbaar te maken. Niettegenstaande Griekenland nadere informatie heeft verstrekt, heeft de Commissie haar grief inzake schending van deze bepalingen gehandhaafd en heeft zij Griekenland op 1 oktober 2012 een met redenen omkleed advies gezonden. Hierin heeft zij een laatste termijn gesteld om aan de schending een einde te maken, die op 1 december 2012 verstreek.
16.
Aangezien ook de aanvullende reacties van Griekenland de Commissie niet overtuigden, heeft zij op 12 november 2014 het onderhavige beroep ingesteld.
17.
De Europese Commissie verzoekt het Hof:
- a)
vast te stellen dat de Helleense Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten
- —
krachtens artikel 6, leden 2 en 3, van de habitatrichtlijn, doordat zij
- aa)
niet de maatregelen heeft getroffen die ervoor zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soort waarvoor het gebied is aangewezen, en
- bb)
(zonder een passend onderzoek naar de gevolgen voor het gebied zoals voorgeschreven door artikel 6, lid 3, te hebben verricht) interventies heeft toegestaan die afzonderlijk of in combinatie met andere projecten significante gevolgen kunnen hebben voor het betrokken gebied doordat zij het broedgebied van de in dat gebied voorkomende prioritaire soort Caretta caretta verkleinen of beschadigen, de betrokken soort verstoren en, ten slotte, de duinhabitats 2110 en 2220 en de prioritaire habitat 2250 verkleinen of beschadigen, en
- —
krachtens artikel 12, lid 1, onder b) en d), van die richtlijn, doordat zij niet de noodzakelijke maatregelen heeft getroffen voor de invoering en de toepassing van een doeltreffend systeem van strikte bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta (een prioritaire soort) in de Golf van Kyparissia ter voorkoming van elke verstoring van die soort tijdens de periode van voortplanting en van elke activiteit die tot beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen van die soort kan leiden;
- b)
de Helleense Republiek te verwijzen in de kosten.
18.
De Helleense Republiek verzoekt het Hof:
- a)
het beroep te verwerpen;
- b)
de Commissie te verwijzen in de kosten.
19.
De Commissie en Griekenland hebben eerst ieder hun standpunt uiteengezet in twee memories. Nadat de schriftelijke behandeling op 29 april 2015 was afgesloten, heeft de Commissie op 16 juni 2015 verzocht om toelating van nieuw bewijs, te weten advies 32/2015 van de Griekse raad van state over het ontwerp van een presidentieel decreet betreffende de aanwijzing van een regionaal park aan de Golf van Kyparissia.
20.
Partijen hebben ten slotte ter terechtzitting van 13 januari 2016 pleidooi gehouden.
IV — Beoordeling
21.
De Commissie verwijt Griekenland met betrekking tot het gebied ‘Duinen van Kyparissia’ dat het de krachtens de habitatrichtlijn op hem rustende verplichtingen ten aanzien van gebiedsbescherming en bescherming van soorten niet is nagekomen. In afwijking van de volgorde waarin de Commissie haar argumenten presenteert, zal ik eerst de gebiedsbescherming behandelen, omdat in dat kader de door de Commissie aangevoerde verslechtering in haar geheel kan worden bezien, terwijl het bij de bescherming van soorten alleen om de zeeschildpad Caretta caretta gaat.
22.
Voor beide grieven geldt dat het bestaan van een niet-nakoming moet worden beoordeeld naar de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de termijn die is gesteld in het met redenen omkleed advies, dus op 1 december 2012. Met later opgetreden wijzigingen kan het Hof geen rekening houden.11.
23.
Allereerst moet echter de toelaatbaarheid van het door de Commissie naderhand nog overgelegde bewijs worden onderzocht.
A — Toelaatbaarheid van het naderhand nog overgelegde advies
24.
Op grond van artikel 128, lid 2, eerste en tweede volzin, van het Reglement voor de procesvoering kunnen partijen bij wijze van uitzondering nog bewijs overleggen of aanbieden hun stellingen nader te bewijzen nadat de schriftelijke behandeling is afgesloten. De vertraging waarmee zodanig bewijs wordt ingediend of dit bewijsaanbod wordt gedaan, dient te worden gemotiveerd.
25.
Het door de Commissie naderhand, op 16 juni 2015, overgelegde advies over het ontwerp van een presidentieel decreet aangaande de bescherming van een aantal gebieden aan de Golf van Kyparissia is opgesteld door de Griekse raad van state. In dat advies wordt onder meer ingegaan op de gevaren waaraan het gebied ‘Duinen van Kyparissia’ is blootgesteld.
26.
Het advies bevat de vermelding dat het op 8 april 2015 is verstrekt. Op de kopie die de Commissie aan het Hof heeft overgelegd, is een met de hand geschreven goedkeuringsnotitie van 15 april 2015 te zien. Ten slotte heeft Griekenland het advies in zijn memorie van dupliek genoemd, die op 29 april 2015 bij het Hof is ingediend.
27.
De Commissie stelt onweersproken dat zij eerst na sluiting van de schriftelijke procedure van dit advies kennis heeft genomen. Dit is gezien de hierboven vermelde data aannemelijk. Uitgangspunt moet zijn dat de Commissie uiterlijk bij de memorie van dupliek van het bestaan van het advies heeft vernomen. Daarna moest zij in het bezit van dit document zien te komen en de betekenis ervan voor de onderhavige procedure beoordelen. De redenen die de Commissie aanvoert ter verklaring waarom zij het advies pas op 16 juni 2015 heeft overgelegd, zijn dus toereikend. Bovendien wordt de procedure niet vertraagd door dit bewijs in casu in aanmerking te nemen.
28.
Volgens Griekenland bevat het advies geen nieuwe aspecten en dient het buiten beschouwing te blijven, ook al omdat het in een nog lopende procedure tot vaststelling van een presidentieel decreet is uitgebracht.
29.
Geen van beide argumenten overtuigt mij.
30.
Welke aspecten het advies bevat en of deze nieuw zijn, is een kwestie die bij de beoordeling van het advies speelt. Voor de toelaatbaarheid van dit bewijs is dit evenwel niet van belang. Overigens bevestigt het advies bepaalde bezwaren van de Commissie, in het bijzonder wat betreft de toenemende druk op de beschermingszone.
31.
Ook wordt de bewijskracht van het advies niet dubieus doordat het in een nog niet afgesloten procedure is verstrekt. Dat zou anders kunnen zijn, indien het om een ontwerp van een advies zou gaan, dat nog definitief moet worden vastgesteld. Dat is in casu echter niet het geval. In gelijke zin heeft het Hof zich ook in het verleden reeds op een dergelijk advies gebaseerd.12.
32.
Daaraan moet nog worden toegevoegd dat noch de draagwijdte van de precontentieuze fase van de niet-nakomingsprocedure noch de relevante datum voor de beoordeling of er sprake is van een inbreuk, in casu 1 december 2012, eraan in de weg staat dat het advies in aanmerking wordt genomen. Het voorwerp van het geding kan er immers temporeel noch inhoudelijk door worden verruimd, maar het kan er in beginsel wel toe leiden dat de juistheid wordt aangetoond van in de procedure aan de orde zijnde bezwaren van de Commissie.
33.
Daarom geef ik het Hof in overweging het advies als bewijs toe te laten.
B — Gebiedsbescherming
34.
De gebiedsbescherming van artikel 6, leden 2 tot en met 4, van de habitatrichtlijn geldt overeenkomstig artikel 4, lid 5, zodra het betrokken gebied door de lidstaat is voorgesteld en door de Commissie op de lijst van beschermingszones is geplaatst. Voor het in casu aan de orde zijnde gebied ‘Duinen van Kyparissia’ gelden de beschermingsbepalingen derhalve sinds 19 juli 2006, de datum van kennisgeving van de desbetreffende beschikking van de Commissie.13.
35.
De Commissie laakt een schending van het algemene verslechteringsverbod van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn (zie dienaangaande onder 1), en een schending van de verplichting van artikel 6, lid 3, om voor bepaalde plannen en projecten een onderzoek naar de gevolgen daarvan voor het gebied uit te voeren (zie dienaangaande onder 2).
1. Artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn
36.
De Commissie verwijt Griekenland dat verschillende activiteiten op het strand tussen Elaia en Kalo Nero aan de Golf van Kyparissia onverenigbaar zijn met het verslechteringsverbod van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn. Aangezien de Commissie kritiek heeft op een vrij groot aantal verschillende activiteiten, zal ik eerst in het algemeen de voorwaarden uiteenzetten die gelden in het kader van het verslechteringsverbod en vervolgens ingaan op de specifieke gevaren waaraan de zeeschildpad Caretta caretta op haar legstranden is blootgesteld, om daarna de verschillende punten van kritiek van de Commissie te behandelen.
a) Maatstaf van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn
37.
Een activiteit is enkel in overeenstemming met artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn, indien is gegarandeerd dat zij niet leidt tot een verstoring die significante gevolgen kan hebben voor de doelstellingen van deze richtlijn, met name de instandhoudingsdoelstellingen ervan.14. In de niet-nakomingsprocedure is derhalve de grief van een schending van artikel 6, lid 2, alleen gegrond, indien de Commissie rechtens genoegzaam aantoont dat de lidstaat geen passende beschermingsmaatregelen heeft getroffen om te voorkomen dat de exploitatie van projecten, voor zover deze exploitatie plaatsvond na aanwijzing van het betrokken gebied als speciale beschermingszone, de kwaliteit van de habitats van de betrokken soorten verslechtert en voor deze soort storende factoren optreden die significante gevolgen kunnen hebben voor de doelstelling van de habitatrichtlijn om deze soort in stand te houden.15.
38.
De Commissie hoeft echter voor de vaststelling van een schending van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geen oorzakelijk verband tussen de exploitatie van een project en een significante verstoring van de betrokken soort aan te tonen. Veeleer volstaat het dat de Commissie aantoont dat het waarschijnlijk is of dat het risico bestaat dat door deze exploitatie significante storende factoren optreden voor deze soort.16.
39.
Het Hof heeft weliswaar de maatstaf van de waarschijnlijkheid of het risico alleen toegepast om significante verstoringen van soorten te toetsen, maar er is geen reden om deze niet ook bij de beoordeling van het andere type aantasting in de zin van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn te gebruiken, namelijk de verslechtering van de kwaliteit van beschermde habitats.
40.
Deze maatstaf kan immers worden verklaard door het feit dat ook de voorafgaande beoordeling van de gevolgen van een project overeenkomstig artikel 6, lid 3, van de habitatrichtlijn dient te worden uitgevoerd, als een dergelijk risico bestaat.17. In dit geval is een vergunning alleen mogelijk, ofwel als de beoordeling aantoont dat het gebied niet als zodanig wordt aangetast, ofwel als het project overeenkomstig artikel 6, lid 4, is gerechtvaardigd. Daarbij gaat het zowel om de beschermde soorten als ook om de beschermde habitats. Aangezien artikel 6, leden 2, en 3, van dit artikel hetzelfde beschermingsniveau beogen te garanderen18., moet dezelfde maatstaf ook gelden voor het bewijs van een schending van artikel 6, lid 2.
41.
Een bewijs aan de hand van deze maatstaf toont evenwel niet per se definitief aan dat een maatregel — bijvoorbeeld de exploitatie van projecten — ontoelaatbaar is. Veeleer kan deze door een redelijke beoordeling van de gevolgen voor het gebied worden weerlegd of deze maatregel kan overeenkomstig artikel 6, lid 4, van de habitatrichtlijn worden gerechtvaardigd.19.
b) Gevaren waaraan de zeeschildpad Caretta caretta op haar legstranden is blootgesteld
42.
Partijen zijn het eens over het voortplantingsgedrag van de zeeschildpad Caretta caretta. Deze keert na geslachtsrijp te zijn geworden op de leeftijd van ongeveer 20 jaar om de twee tot drie jaar terug naar het strand waar zij uit het ei is gekropen, om aldaar haar eieren te leggen. In Griekenland begint de legperiode aan het einde van de maand mei en eindigt zij aan het einde van de maand augustus. De schildpad komt 's nachts uit het water en zoekt het droogste gedeelte van het strand op, waar zij een gat van 40 bij 60 cm graaft en gemiddeld 120 eieren legt. Twee maanden later komen de eieren uit, waarna de jonge schildpadjes zich uit het zand graven en naar de zee kruipen.
43.
Vooral het leggen van de eieren en het uitkomen daarvan zijn gevoelig voor verstoring, bijvoorbeeld door lawaai of licht. Jonge schildpadjes zijn zeer kwetsbaar en een groot deel ervan sterft voordat zij zich kunnen voortplanten. Met name wanneer zij 's nachts uit hun ei kruipen, kunnen de jonge schildpadjes kennelijk worden aangelokt door licht op het land, zodat zij zich niet meer naar de zee begeven. Verder moeten maatregelen worden voorkomen die van invloed zijn op de geschiktheid van het strand als voortplantingsplaats, zoals het laten verrijzen van bouwwerken.20.
44.
Aangezien het aantal nesten van de zeeschildpad Caretta caretta op de litigieuze stranden de laatste jaren is toegenomen, is Griekenland van mening dat het dier voldoende wordt beschermd.
45.
Hiertegen voert de Commissie echter terecht aan, dat het leggen van de eieren zoals dat thans wordt waargenomen, overeenkomt met het voortplantingsniveau van ongeveer 20 jaar geleden en derhalve berust op de in die tijd getroffen beschermingsmaatregelen. Een dergelijk voorbehoud verbindt de IUCN overigens ook aan haar gunstig oordeel over de populatie van de zeeschildpad in de Middellandse Zee.21.
46.
Volledigheidshalve moet worden opgemerkt dat het er volgens de rapporten van de NGO Archelon veel schijn van heeft dat de thans vastgestelde voortplantingsgraad in wezen het resultaat is van actieve beschermingsmaatregelen, zoals het markeren van nesten of het plaatsen van afschermingen. Dergelijke maatregelen zijn echter slechts een noodoplossing. De beschermingsverplichtingen van de habitatrichtlijn ten aanzien van de beschermde soorten richten zich daarentegen primair op het voorkomen van storende factoren en schade, zodat die soorten zich in hun natuurlijke omgeving zonder hulp van de mens kunnen voortplanten.
47.
Overigens zegt de toename van het aantal nesten niets over de aantasting van andere te beschermen rijkdommen van dit gebied, bijvoorbeeld de typen duinhabitats.
48.
Dienovereenkomstig verklaart het Hof het argument inzake het gebrek aan bewijs van schade regelmatig irrelevant, wanneer schending van de beschermingsverplichtingen kan worden vastgesteld.22.
49.
Bijgevolg moeten de gelaakte activiteiten afzonderlijk worden onderzocht.
c) Gelaakte activiteiten
50.
Weliswaar heeft het betoog ter ondersteuning van deze grief ernstig te lijden van het feit dat de Commissie dezelfde problematiek aansnijdt op verschillende plaatsen in het verzoekschrift, en als bewijs vaak heel ongenuanceerd verwijst naar omvangrijke bijlagen met daarin soms extreem slecht gereproduceerde foto's. Toch kent Griekenland de verwijten duidelijk, zodat het niet in zijn verdediging is geschaad. Bovendien gaat dit betoog over de bescherming van het natuurlijk erfgoed van de Unie23. ten aanzien van niet te herstellen schade. Ook blijkt, wanneer enige moeite wordt gedaan om de processtukken te lezen, dat bepaalde grieven daadwerkelijk twijfel doen rijzen omtrent de doeltreffende bescherming van het gebied. Ondanks de tekortkomingen van het verzoekschrift, moet het Hof daarom ook dit betoog behandelen.
i) Bouw van huizen in het gebied
Goedgekeurde projecten bij Agiannaki en Vounaki
51.
De Commissie stelt dat in de jaren 2006 en 2010 in het gebied bij Agiannaki huizen zijn gebouwd en dat in 2012 vergunning is verleend voor nog eens drie vakantiehuizen bij Vounaki, met de bouw waarvan in 2013 is begonnen.24.
52.
Griekenland bestrijdt dit niet, en geeft zelfs toe dat naar Grieks recht aan reeds verleende bouwvergunningen verder uitvoering mag worden gegeven.
53.
Dergelijke bouwmaatregelen hebben directe gevolgen voor de duinhabitats van de beschermingszone waarin zij worden gerealiseerd. Bovendien vormen die maatregelen, samen met het gebruik van de gebouwen een ernstig risico voor verstoring van de zeeschildpad Caretta carettabij de voortplanting, bijvoorbeeld door lawaai of licht. De door Griekenland aangevoerde omstandigheid dat in de beschermingszone tot op heden nog relatief weinig is gebouwd, sluit aantasting in deze zin niet uit.
54.
Daarom had Griekenland in beginsel volgens artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn maatregelen moeten treffen om deze inbreuken op de beschermingszone te voorkomen.
55.
Wat de bouwwerkzaamheden uit 2006 betreft, wil ik eraan herinneren dat de gebiedsbescherming pas sinds 19 juli 2006 van toepassing is. Aangezien de Commissie niet precies aangeeft wanneer er is gebouwd, kan op dit punt alleen een schending van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn worden vastgesteld doordat de exploitatie van de betrokken gebouwen wordt toegestaan.
56.
De bouwactiviteiten sinds 2013 zijn in deze procedure echter niet aan de orde, aangezien deze eerst na het verstrijken van de termijn van het met redenen omkleed advies hebben plaatsgevonden.
57.
Het kan niet zonder meer worden uitgesloten dat Griekse maatregelen ter voorkoming van de veroorzaakte aantasting althans gedeeltelijk indruisen tegen de rechtszekerheid. Dit beginsel kan echter niet rechtvaardigen dat een bouwvergunning wordt verleend zonder dat rekening wordt gehouden met de gebiedsbescherming. Nu de Commissie echter niets zegt over het tijdstip van de vergunningen, is het mogelijk, en wat de bouwwerken uit 2006 betreft zelfs aannemelijk, dat deze vergunningen zijn verleend voordat de gebiedsbescherming van kracht werd, dus vóór 19 juli 2006.25.
58.
Zoals het Hof recentelijk opnieuw heeft bevestigd, zou evenwel ook in dat geval artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn van toepassing zijn op maatregelen ter uitvoering van deze vergunningen voor zover deze maatregelen na 19 juli 2006 zijn getroffen.26. Dat neemt niet weg dat de uitvoering van een rechtmatige vergunning op basis van toepassing naar analogie van artikel 6, lid 4, van de habitatrichtlijn gerechtvaardigd kan zijn in verband met de rechtszekerheid.27. Voorwaarde daarvoor is echter dat wordt getoetst of de betrokken bouwplannen in overeenstemming zijn met de instandhoudingsdoelstellingen voor de betrokken beschermingszone, zodat de noodzakelijke afweging kan worden gemaakt.28.
59.
Aangezien Griekenland de genoemde bouwprojecten respectievelijk de exploitatie ervan niet heeft verhinderd en daarvoor ook geen rechtvaardigingsgrond heeft aangevoerd, heeft deze lidstaat artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden.
Geplande bouw van 50 luxe woningen tussen Agiannaki en Elaia en vier woningen bij Elaia
60.
De Commissie heeft voorts bezwaar tegen een project om 50 luxe woningen te bouwen op het strand tussen Agiannaki en Elaia.
61.
Er moet uiteraard van worden uitgegaan dat een dergelijk project ook de kwaliteit van duinhabitats aantast en een significante verstoring van de zeeschildpad veroorzaakt, en daarom onverenigbaar is met artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn. Indien de Griekse autoriteiten dit project hebben goedgekeurd of gedoogd, kan dat ook een schending van het verslechteringsverbod opleveren.
62.
De Commissie heeft echter geen dergelijke schending aangevoerd.
63.
Met betrekking tot dit project voert zij slechts één enkele schending aan, te weten dat reeds met de bouwactiviteiten is begonnen. Volgens Griekenland, dat hierin niet wordt tegengesproken, is het verrichten van bouwactiviteiten vóór de vergunning wordt verleend, echter verboden. De Commissie had daarom moeten aantonen dat Griekenland dit verbod niet voldoende heeft gehandhaafd. Dit heeft zij echter niet gedaan. Bijgevolg moet het beroep op dit punt worden verworpen.
64.
Datzelfde geldt waar de Commissie stelt dat de bouw van vier woningen bij Elaia ‘zal worden goedgekeurd’. Een verondersteld voornemen, dat door Griekenland wordt tegengesproken met het betoog dat alle vergunningsprocedures zijn opgeschort, kan het verslechteringsverbod nog niet schenden.
Voorlopige conclusie
65.
Bijgevolg heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door toe te staan dat in de beschermingszone bij Agiannaki in 2010 huizen werden gebouwd en dat andere huizen, die reeds in 2006 waren gebouwd, werden geëxploiteerd, en door de vergunning voor de bouw van drie huizen bij Vounaki te handhaven.
ii) Uitbreiding van toegangswegen en straten
66.
Voorts maakt de Commissie bezwaar tegen verschillende wegen, namelijk de openstelling van vijf nieuwe toegangswegen naar het strand, een nieuwe weg die parallel aan het strand langs een bestaande spoorlijn Kalo Nero met Elaia verbindt en een weg achter het strand van Kalo Nero, die als parkeerplaats en voor kamperen wordt gebruikt, alsmede tegen het asfalteren van bestaande toegangswegen en straten.
Aanleg van vijf toegangswegen naar het strand
67.
De Commissie erkent weliswaar dat de Griekse autoriteiten de nieuwe toegangswegen onrechtmatig hebben verklaard en de afsluiting ervan en het herstel in de oorspronkelijke toestand hebben geëist, maar zij acht dit niet voldoende.
68.
Griekenland voert als verweer aan dat de toegangswegen naar het strand al sinds het begin van de jaren 70 bestaan en dat dit indertijd ook bij een definitieve rechterlijke uitspraak is vastgesteld. Uit een gemeenschappelijk rapport van verschillende Griekse overheidsinstanties blijkt echter dat van geen van de vijf toegangswegen het bestaan vóór 2009 is bewezen, dat ten minste drie van deze toegangswegen niet in overeenstemming zijn met hetgeen oorspronkelijk is vastgesteld en dat indertijd geen vijf, maar slechts vier toegangswegen voorzien waren.29.
69.
Hetzelfde rapport bevestigt echter dat deze toegangswegen door een particuliere onderneming zijn aangelegd waaraan om die reden geldboetes zijn opgelegd.30. De Griekse argumentatie vat ik aldus op dat deze boetes kennelijk nog altijd het voorwerp zijn van gerechtelijke procedures.
70.
Aangezien de Griekse autoriteiten de toegangswegen niet hebben aangelegd, toegestaan of gedoogd, kan Griekenland de aanleg daarvan niet worden verweten. Voor zover over de rechtmatigheid daarvan nog door de rechter moet worden geoordeeld, kan men ook (nog) niet verlangen dat Griekenland ervoor zorgt dat zij verdwijnen.
71.
Toch laakt de Commissie terecht dat Griekenland het gebruik van deze wegen niet aan banden legt.
72.
Griekenland vergeet namelijk dat het verslechteringsverbod zich niet beperkt tot het verbieden van nieuwe schadelijke activiteiten. Dit verbod vereist daarentegen ook dat de lidstaat passende maatregelen treft om te voorkomen dat ten gevolge van bepaalde activiteiten de kwaliteit van de habitats van de betrokken soorten verslechtert en voor deze soorten storende factoren optreden die significante gevolgen kunnen hebben voor de doelstelling van de habitatrichtlijn om deze soorten in stand te houden.31.
73.
Daarom had Griekenland moeten garanderen dat het gebruik van de wegen geen significante verstoring van de schildpad dan wel aantasting van de duinen kon veroorzaken. Deze verplichting is de lidstaat echter niet nagekomen.
74.
Aangezien deze straten en wegen de toegang naar het strand vergemakkelijken voor vrachtwagens, vormen zij een ernstig risico voor verstoring van de schildpadden — in het bijzonder ten gevolge van lawaai en licht — zowel bij het leggen van de eieren als wanneer de schildpadjes uit het ei kruipen. Bovendien wordt daarmee het gevaar dat voertuigen op het strand rijden, groter. Dit kan in bepaalde omstandigheden direct de dood van schildpadden tot gevolg hebben. Op zijn minst wordt het zand verdicht, hetgeen het graven van nesten moeilijker maakt of zelfs verhindert. Ook bandensporen in het zand kunnen een hindernis vormen waardoor de jonge, net uit het ei gekropen diertjes niet heelhuids de zee kunnen bereiken.
75.
Voor zover het uiteinde van de toegangswegen telkens dwars door de typen duinhabitats loopt, leiden deze wegen ertoe dat Unierechtelijk beschermd gebied rechtstreeks verloren gaat. Zelfs als deze wegen reeds bij de aanwijzing van het gebied als beschermingszone bestonden, moet ervan worden uitgegaan dat het ongereguleerd parkeren van auto's door strandbezoekers daar waar de weg eindigt en ook in de berm verdere schade aan het duinlandschap veroorzaakt.32. Ook het rijden op het strand kan de kwaliteit van de duinhabitats aantasten.33. Bovendien wordt het door dergelijke toegangswegen gemakkelijker om illegaal in de duinen te kamperen, hetgeen nog meer schade kan opleveren.34.
76.
Griekenland kan deze bezwaren niet weerleggen door in het algemeen te verwijzen naar lopende gerechtelijke procedures. Ondanks die procedures moet het immers in beginsel mogelijk zijn voorlopige maatregelen ter bescherming van het gebied te nemen, bijvoorbeeld door het gebruik van de toegangswegen te beperken.
77.
Er zijn echter geen aanwijzingen dat Griekenland zich voor dergelijke maatregelen heeft ingezet dan wel dat deze maatregelen Unierechtelijk of feitelijk gezien onmogelijk waren.
78.
In zoverre is het beroep op dit punt derhalve gegrond.
Verbindingsweg tussen Kalo Nero en Elaia
79.
Griekenland stelt voorts dat de verbindingsweg tussen Kalo Nero en Elaia langs de bestaande spoorlijn ver van het strand verwijderd ligt en niets met de toegangswegen naar het strand te maken heeft. Ik vat dit argument aldus op dat Griekenland de verantwoordelijkheid voor die weg op zich neemt, maar meent dat hij niet in strijd is met het verslechteringsverbod.
80.
Toch staat buiten kijf dat deze verbindingsweg zich in de beschermingszone bevindt. Volgens een door Griekenland overgelegde kaart35. loopt deze weg weliswaar niet daadwerkelijk over het strand, maar wel over verschillende beschermde typen habitats. Bovendien buigen de toegangswegen naar het strand van deze verbindingsweg af, zodat deze weg ook tot het stelsel van toegangswegen behoort. Bijgevolg wordt hierdoor ten minste de waarschijnlijkheid of het risico van aantasting van de beschermingszone in het leven geroepen.
81.
Om op dit punt een veroordeling te voorkomen, had Griekenland deze kritiek van de Commissie moeten weerleggen. Daartoe had deze lidstaat bijvoorbeeld een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied kunnen overleggen, die aantoont dat het gebied door de verbindingsweg niet wordt aangetast. Dit is echter niet gebeurd.
82.
Ook op dit punt moet het beroep derhalve gegrond worden verklaard.
Asfaltering van enkele straten en wegen
83.
Griekenland betoogt bovendien dat de asfaltering van enkele straten en wegen de toegang tot het strand geenszins vergemakkelijkt, maar stof en lawaai vermindert. Dit argument kan mij echter niet overtuigen. Zelfs wanneer deze zandwegen niet onder een beschermd type habitat vallen en ook niet direct tot de mogelijke nestplaatsen van de schildpad behoren, dan nog vergemakkelijkt het asfalteren ervan het gebruik van deze wegen en daarmee de toegang tot het strand. Bijgevolg wordt door deze verharding van de wegen het risico voor verstoring van de schildpad en de aantasting van de duinen vergroot.
Voorlopige conclusie
84.
Samenvattend heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone
- —
het gebruik van wegen niet zodanig te hebben beperkt dat aantasting van het gebied en significante verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta bij de voortplanting worden voorkomen,
- —
een parallel aan de spoorbaan lopende verbindingsweg tussen Kalo Nero en Elaia te hebben aangelegd, of althans te hebben toegestaan, en
- —
de asfaltering van wegen te hebben toegelaten.
iii) Wild kamperen
85.
Voorts heeft de Commissie kritiek op het feit dat in een bos van pijnbomen in de duinen bij het strand van Elaia regelmatig ‘wild gekampeerd’ wordt, vaak met campers. Deze praktijk is in de eerste plaats een probleem voor de instandhouding van de duin- en boshabitats, maar vergroot ook het risico dat de campers de schildpadden 's nachts op het strand verstoren.
86.
Griekenland benadrukt weliswaar dat ‘wild kamperen’ streng verboden is, maar geeft toe dat dit al heel lang plaatsvindt. Sinds 2013 staan de betrokken gebieden echter onder bewaking, hetgeen de situatie duidelijk heeft verbeterd.
87.
Daarmee erkent Griekenland impliciet dat tot de beslissende datum van 1 december 2012 het verbod van ‘wild kamperen’ bij Elaia niet voldoende is gehandhaafd.
88.
Bijgevolg heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone het verbod van ‘wild kamperen’ niet voldoende te hebben gehandhaafd.
iv) Exploitatie van strandbars
89.
De Commissie maakt er voorts bezwaar tegen dat tussen Elaia en Kalo Nero ten minste drie strandbars zijn geëxploiteerd, vooral 's nachts. Hierdoor zijn wegens het licht en het lawaai de schildpadden verstoord bij het leggen van de eieren en de net uit het ei gekropen jonge schildpadjes in gevaar gebracht.
90.
Griekenland stelt enkel dat de exploitatie van strandbars in 2013 en 2014, dus pas ná het verstrijken van de beslissende termijn, is verboden en dat er nadien ook geen strandbars meer zijn geëxploiteerd. Daarmee aanvaardt deze lidstaat impliciet dat voordien, dat wil zeggen vóór het verstrijken van de termijn, een verstoring van de schildpadden door de exploitatie van strandbars niet voldoende is verhinderd.
91.
Derhalve heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone de exploitatie van strandbars op de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt.
v) Exploitatie van het strand
92.
Een ander punt van kritiek van de Commissie betreft de aanwezigheid van strandmeubilair, vooral zonneschermen en ligstoelen, die verhuurders 's nachts op het strand achterlaten, en de met houten vlonders bedekte strandpaden. Hierdoor is er minder plaats voor nesten en worden de schildpadden gehinderd.
93.
Griekenland aanvaardt deze kritiek impliciet, doordat het ermee volstaat te stellen dat sinds 2013, dus na het verstrijken van de beslissende termijn, alleen nog maar zonneschermen en ligstoelen ver van de legstranden bij Kalo Nero worden verhuurd.
94.
Derhalve heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone de verhuur van strandmeubilair en het leggen van paden met houten vlonders op de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt.
vi) Schoonmaken van het strand met zware voertuigen
95.
De Commissie keert zich ook tegen het schoonmaken van de stranden deels met zware voertuigen. Daardoor wordt het zand verdicht en kunnen de nesten met eieren worden verstoord.
96.
Volgens Griekenland is het krachtens de sinds halverwege 2013 geldende regelgeving met betrekking tot de strandexploitatie weliswaar verboden om tijdens de periode van voortplanting van de schildpadden de stranden met voertuigen schoon te maken, maar het zand kan ook buiten die periode door het gebruik van dit soort voertuigen worden verdicht.
97.
Toch moet deze grief worden afgewezen, omdat Griekenland onweersproken stelt dat het om eenmalig geval gaat dat zich lang vóór het eerste verzoek om opmerkingen te maken heeft voorgedaan. Het betoog van de Commissie bevat dus onvoldoende aanwijzingen dat bij het verstrijken van de termijn van het met redenen omkleed advies nog andere maatregelen ter voorkoming van dit soort schoonmaakwerkzaamheden noodzakelijk waren.
vii) Lichtvervuiling
98.
De Commissie laakt de verstoring van de schildpad door verlichting afkomstig van dicht bij het strand gelegen restaurants, hotels en winkels, alsook door straatverlichting, in het bijzonder bij Kalo Nero. Daardoor worden met name de net uit het ei gekropen schildpadjes ervan weerhouden naar de zee te gaan, en worden ook de schildpadden gestoord bij het leggen van eieren.
99.
Volgens Griekenland is de verlichting vaak al jarenlang aanwezig en het kondigt aan in de toekomst maatregelen te zullen treffen om dit soort verstoring te voorkomen.
100.
Net als voor de wegen in de nabijheid van het strand, geldt ook hier dat de lidstaten passende maatregelen ter voorkoming van verstoring door bestaande activiteiten moeten nemen.36. Aangezien dergelijke maatregelen tot op heden slechts zijn aangekondigd, is het beroep ook op dit punt gegrond.
101.
Griekenland heeft derhalve artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone de lichtvervuiling bij de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt.
viii) Weghalen van zand tussen Agiannaki en Elaia
102.
De Commissie verwijt Griekenland voorts te hebben toegelaten dat tussen Agiannaki en Elaia zand is weggehaald. Griekenland bestrijdt dit echter. Aangezien de Commissie haar grief niet nader preciseert, moet het beroep op dit punt worden afgewezen.
ix) Uitbreiding van landbouwactiviteiten in de duinen
103.
Nog een grief van de Commissie is de uitbreiding van landbouwactiviteiten in de duinen.
104.
Griekenland stelt evenwel dat de landbouwactiviteiten de laatste 20 jaar eerder zijn teruggelopen. Ook in het advies van de raad van state staat alleen vermeld dat landbouwactiviteiten in de beschermingszone worden gehandhaafd, niet dat zij worden uitgebreid.37.
105.
De Commissie onderbouwt haar grief louter met een foto uit het met redenen omkleed advies, waarvan moeilijk te zeggen valt wat die moet voorstellen. Daarmee kan de argumentatie van Griekenland dan ook niet worden weerlegd. Bijgevolg moet het beroep op dit punt worden verworpen.
106.
De Commissie heeft ook kritiek op het omploegen van de duinen tussen Elaia en Agianaki in de periode tussen 20 februari en 3 maart 2013. Deze ingreep vond echter eerst plaats na het verstrijken van de door de Commissie gestelde termijn en is in deze procedure dan ook niet van belang.
107.
Het argument van de Commissie over het gevaar dat voor de schildpadden uitgaat van de aanwezigheid van schapen op het strand lijkt verder niet erg aannemelijk. Griekenland voert overtuigend aan dat het niet om het houden van schapen kan gaan, omdat daar geen planten groeien die schapen kunnen eten. Veeleer moet ervan worden uitgegaan dat de gefotografeerde schapen38. over het strand van de ene weide naar de andere weide werden gedreven. Dat de schapen daarbij de tot 50 cm diep gelegen nesten met eieren zouden kunnen beschadigen, is onwaarschijnlijk.
x) Verstoring vanuit zee
108.
Ten slotte keert de Commissie zich ook tegen het toelaten van visvangstactiviteiten in de voor het strand gelegen wateren. Zij baseert zich daarbij op verslagen van de NGO Archelon, volgens welke lokale vissers 's nachts vlakbij de stranden regelmatig dwars op het strand geankerde kieuwnetten van honderden meters lang plaatsen. Bovendien zouden grotere schepen in mei, wanneer het leggen van de eieren begint, en in oktober, tegen het einde van de periode waarin de eieren uitkomen, soms tot slechts een kilometer voor het strand met sleepnetten vissen, hoewel een afstand van minstens anderhalve zeemijl in acht moet worden genomen. Weliswaar zijn deze schendingen dankzij radarbewaking opgespoord en bestraft, maar de straffen hebben geen afschrikkende werking.39.
109.
Volgens de Commissie is er een aanzienlijk risico dat schildpadden die eieren komen leggen of van de nesten terugkeren, in de netten verstrikt raken en verdrinken.
110.
Griekenland stelt daar tegenover dat er bijna geen visvangst is. Het risico is zeer beperkt, vooral omdat aangespoelde dode schildpadden dit type verwondingen niet vertonen. Wanneer schildpadden in de netten terechtkomen, laten de vissers deze direct weer los.
111.
De argumentatie van Griekenland kan mij evenwel niet overtuigen.
112.
Het argument van Griekenland over de omvang van de visvangst is veel te algemeen en gaat niet in op de specifieke uitspraken van Archelon.
113.
De gelaakte praktijken als zodanig bestrijdt Griekenland niet.
114.
Het ligt voor de hand dat het vissen met netten in de nabijheid van het strand een aanzienlijk risico voor de schildpadden vormt, aangezien zij daar tijdens het leggen van eieren in groten getale aanwezig zijn. Daarom is in het bijzonder de lokale visvangst met behulp van vlak bij het strand geplaatste netten niet aanvaardbaar.
115.
Het vissen met sleepnetten wat verder weg van het strand brengt de schildpadden echter ook in gevaar. En de straffen die worden opgelegd voor te dicht bij de kust vissen, zijn waarschijnlijk onvoldoende om te verhinderen dat de schildpadden in gevaar worden gebracht.
116.
Bijgevolg heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone de visvangst voor de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende aan banden te hebben gelegd.
117.
Daarnaast keert de Commissie zich ook tegen het gebruik van recreatieboten en waterfietsen voor het strand; de verslagen van de NGO Archelon waarnaar op dit punt in het algemeen wordt verwezen, bevatten daarover echter geen gegevens. Op dit punt moet het beroep daarom worden verworpen.
xi) Tussenconclusie
118.
Samenvattend heeft Griekenland artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn geschonden door in de beschermingszone
- —
bij Agiannaki de bouw van huizen in 2010 alsook de exploitatie van andere huizen, die reeds in 2006 waren gebouwd, te hebben toegestaan en de vergunning voor de bouw van drie huizen bij Vounaki te hebben gehandhaafd;
- —
het gebruik van wegen niet zodanig te hebben beperkt dat aantasting van het gebied en significante verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta bij de voortplanting worden voorkomen, een parallel aan de spoorbaan lopende verbindingsweg tussen Kalo Nero en Elaia te hebben aangelegd, of althans te hebben toegestaan, en de asfaltering van wegen te hebben toegelaten;
- —
het verbod van ‘wild kamperen’ niet voldoende te hebben gehandhaafd;
- —
de exploitatie van strandbars op de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt;
- —
de verhuur van strandmeubilair en het leggen van paden met houten vlonders op de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt;
- —
de lichtvervuiling bij de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt, en
- —
de visvangst voor de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende aan banden te hebben gelegd.
2. Beoordeling van de gevolgen voor het gebied
119.
De Commissie verwijt Griekenland voorts bepaalde activiteiten niet aan een beoordeling van de gevolgen voor het gebied krachtens artikel 6, lid 3, van de habitatrichtlijn te hebben onderworpen. Met deze bepaling wordt een procedure ingevoerd die is bedoeld om door middel van voorafgaande controle te garanderen dat voor een plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar dat voor het gebied significante gevolgen kan hebben, alleen toestemming wordt verleend voor zover het de natuurlijke kenmerken van het gebied niet aantast.40.
120.
Terwijl de in paragraaf IV.B.1. onder c) vermelde activiteiten zonder twijfel hebben plaatsgevonden sinds het verslechteringsverbod van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn van kracht werd, dus ná 19 juli 200641., veronderstelt een schending van de verplichting om een beoordeling van de gevolgen voor het gebied te maken krachtens artikel 6, lid 3, dat Griekse autoriteiten na dat tijdstip vergunning hebben verleend voor de betrokken activiteit. Bij wijze van alternatief zou de Commissie ook kunnen aanvoeren dat bepaalde activiteiten zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, hoewel de aard van deze activiteiten maakt dat een beoordeling van de gevolgen voor het gebied nodig is.42.
121.
De Commissie voert echter met betrekking tot de meeste gelaakte maatregelen geen van deze beide punten aan. In het bijzonder noemt zij doorgaans niet het tijdstip van eventuele vergunningen; meestal ontbreekt zelfs iedere aanwijzing dat er überhaupt een vergunning is verleend.
122.
Alleen wat betreft het project van de bouw van drie vakantiehuizen bij Vounaki blijkt uit de stukken dat hiervoor in 2012 vergunning is verleend.43. Zoals reeds is uiteengezet, kan dit project ertoe leiden dat duingebied verloren gaat en de zeeschildpad Caretta caretta wordt verstoord. Voorwaarde voor het verlenen van de vergunning was derhalve dat eerst een beoordeling van de gevolgen voor het gebied werd verricht.
123.
Bijgevolg heeft Griekenland artikel 6, lid 3, van de habitatrichtlijn geschonden door in 2012 vergunning te hebben verleend voor drie vakantiewoningen bij Vounaki, in het gebied ‘Duinen van Kyparissia’, zonder dit project vooraf te onderwerpen aan een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, rekening houdende met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied. Voor het overige moet het beroep op dit punt worden verworpen.
C — Bescherming van de soorten
124.
De Commissie verwijt Griekenland artikel 12, lid 1, onder b) en d), van de habitatrichtlijn te hebben geschonden door niet de maatregelen te hebben getroffen die noodzakelijk zijn voor de invoering en de toepassing van een doeltreffend systeem van strikte bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in de Golf van Kyparissia ter voorkoming van elke verstoring van die soort tijdens de periode van voortplanting en van elke activiteit die tot beschadiging of vernieling van de voortplantingsplaatsen van die soort kan leiden.
125.
Krachtens artikel 12, lid 1, van de habitatrichtlijn moeten de lidstaten de maatregelen treffen die nodig zijn voor de instelling van een systeem van strikte bescherming van de in bijlage IV, onder a), vermelde diersoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied, waarbij een verbod wordt ingesteld op het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, afhankelijkheid van de jongen, overwintering en trek [artikel 12, lid 1, onder b)], en op de beschadiging of de vernieling van de voortplantings- of rustplaatsen [artikel 12, lid 1, onder d)]. Deze eisen gelden reeds sinds het verstrijken van de omzettingstermijn van de habitatrichtlijn, dus sinds 1994.
126.
Met dit systeem van strikte bescherming moet het opzettelijk verstoren van die soorten, vooral tijdens de perioden van voortplanting, alsook de beschadiging of de vernieling van de voortplantingsplaatsen van de in bijlage IV, onder a), bij de habitatrichtlijn vermelde diersoorten, daadwerkelijk kunnen worden voorkomen.44. Met betrekking tot de voorwaarde inzake opzet heeft het Hof geoordeeld dat hieraan slechts is voldaan indien is aangetoond dat degene die de handeling heeft verricht een krachtens artikel 12, lid 1, van de habitatrichtlijn verboden aantasting van een beschermde diersoort heeft gewild, dan wel althans de mogelijkheid daarvan heeft aanvaard.45.
127.
Om deze verplichtingen in nationaal recht om te zetten, zijn de lidstaten gehouden om niet alleen een volledig rechtskader vast te stellen, maar ook om concrete en specifieke beschermingsmaatregelen ten uitvoer te leggen.46. Deze preventieve maatregelen moeten coherent en gecoördineerd zijn.47.
128.
Zowel het volledige rechtskader als de coherente en gecoördineerde preventieve maatregelen moeten afgestemd zijn op de concrete behoeften van de zeeschildpad Caretta caretta bij de voortplanting. Vooral het leggen van de eieren en het uitkomen daarvan zijn immers gevoelig voor concrete storende factoren, bijvoorbeeld lawaai of licht. Net uit het ei gekropen schildpadjes zijn zeer kwetsbaar en een groot deel daarvan sterft voordat zij zich kunnen voortplanten. Vooral wanneer zij 's nachts uit het ei kruipen, kan verlichting op het land hen blijkbaar aanlokken, zodat zij zich niet meer naar zee begeven. Verder moeten maatregelen worden vermeden die de geschiktheid van het strand als voortplantingsplaats aantasten, zoals het laten verrijzen van bouwwerken.48.
1. Volledig rechtskader
129.
De Commissie bekritiseert om te beginnen het ontbreken van een volledig rechtskader en baseert zich daarvoor in wezen op het feit dat Griekenland dit in de precontentieuze procedure heeft erkend.
130.
Griekenland bestrijdt deze argumentatie en zoekt daarbij steun in een groot aantal regelingen die aan de bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta moeten bijdragen. Een in voorbereiding zijnde presidentieel decreet ter bescherming van het gebied moet de bestaande regelingen enkel bijeenbrengen en consolideren.
131.
Weliswaar is de Commissie van mening dat Griekenland daarmee haar argumentatie in de precontentieuze procedure tegenspreekt, maar de door haar aangehaalde passages tonen alleen aan dat Griekenland bepaalde voordelen zag in het vaststellen van extra regelingen, en niet dat Griekenland deze regelingen absoluut noodzakelijk achtte.
132.
Wil het beroep kunnen slagen, dan zal moeten worden bewezen dat de Griekse wettelijke regeling leemten bevat. Helaas voert de Commissie op dit punt echter alleen aan dat bepaalde regelingen niet voldoende waren of een te algemeen karakter hadden. Daarmee wordt echter niet aangetoond dat het geheel van de door Griekenland aangevoerde voorschriften leemten vertoont.
133.
Tegelijkertijd blijkt uit een diepgaand onderzoek van de geschilpunten dat de Griekse regelingen, althans op het relevante tijdstip, leemten vertoonden. Dat treedt namelijk naar voren uit de behoeften van de schildpad, de op hun bescherming betrekking hebbende, reeds vastgestelde schendingen van het verslechteringsverbod van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn, en meer recente Griekse bepalingen.
134.
Het zou relatief eenvoudig zijn de noodzakelijke bescherming te garanderen door de litigieuze stranden van mei tot oktober volledig af te sluiten en voor het overige projecten te weren die deze stranden permanent kunnen aantasten, zoals bouwwerken of het weghalen van zand.
135.
Toch is het ook mogelijk om exploitatie van de stranden, in het bijzonder voor het toerisme, te laten samengaan met de bescherming van de schildpad, hetgeen Griekenland kennelijk nastreeft. Alleen zijn daarvoor duidelijk meer omvattende regelingen nodig die in detail vastleggen welke activiteiten aldaar toegestaan, dan wel verboden zijn.49.
136.
Dergelijke regelingen heeft Griekenland intussen ook vastgesteld, te weten ministeriële besluiten ter voorkoming van het verlenen van bouwvergunningen en betreffende de strandexploitatie. Ongeacht of de daarin opgenomen bepalingen het rechtskader daadwerkelijk volledig maken dan wel nog steeds leemten vertonen, kunnen zij de bezwaren van de Commissie echter niet weerleggen. Deze bepalingen zijn immers voor het eerst in mei en juli 2013 vastgesteld, dus na het verstrijken van de relevante termijn. Aangezien op 1 december 2012 dergelijke regelingen nog ontbraken, was het rechtskader toen onvolledig.
137.
Overigens zijn regelingen die regelmatig moeten worden verlengd, niet geschikt om een volledig rechtskader te scheppen. Er bestaat immers altijd het risico dat deze maatregelen op een keer niet tijdig worden verlengd.50.
138.
Bovendien blijkt uit de vastgestelde schendingen van het verslechteringsverbod van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn dat er geen effectieve regelingen zijn die het gebruik van de toegangswegen naar het strand en het gebruik van verlichting in de nabijheid van het strand zodanig beperken dat verstoring van de schildpadden bij het leggen en het uitkomen van de eieren wordt verhinderd.
139.
Deze conclusie wordt bevestigd door het advies van de raad van state, waarin wordt vastgesteld dat de Europese verplichtingen van Griekenland dringend een geconsolideerde regeling voor de bescherming van het gebied vereisen.51.
140.
Bijgevolg heeft Griekenland artikel 12, lid 1, onder b) en d), van de habitatrichtlijn geschonden door geen volledig rechtskader voor de bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in de beschermingszone ‘Duinen van Kyparissia’ te hebben vastgesteld.
2. Concrete beschermingsmaatregelen
141.
Naast het onvolledige rechtskader bekritiseert de Commissie ook de ontoereikende concrete beschermingsmaatregelen.
142.
In dit opzicht zijn alle reeds vastgestelde schendingen van artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn, ook inbreuken op het verstoringsverbod van artikel 12, lid 1, onder b). Bij al deze schendingen wordt immers ook de zeeschildpad Caretta caretta verstoord. Deze verstoring geschiedde gelet op de rechtspraak van het Hof52. ook opzettelijk. De betekenis van de stranden voor de voortplanting van de schildpad is immers ter plaatse algemeen bekend. Daarom wordt althans de mogelijkheid van een verstoring ten gevolge van de betrokken activiteiten aanvaard.
143.
De verschillen tussen artikel 6, lid 2, en artikel 12, lid 1, van de habitatrichtlijn qua toepassing in de tijd komen naar voren in het voorbeeld van de bouwwerken daterend uit 2006. Terwijl met betrekking tot dit project een schending van artikel 6, lid 2, niet kan worden vastgesteld, omdat onduidelijk blijft of de bouwwerken vóór of na het van kracht worden van deze bepaling zijn opgetrokken53., was artikel 12 reeds sinds 1994 van toepassing. Derhalve zijn deze constructies in strijd met het verbod op het verstoren van de zeeschildpad Caretta caretta.
144.
De vaststelling van deze schending toont aan dat de concrete beschermingsmaatregelen nog niet voldoende zijn en dat Griekenland op dit punt artikel 12, lid 1, onder b) van de habitatrichtlijn heeft geschonden.
145.
Een beschadiging van de voortplantings- of rustplaatsen is echter bij al deze activiteiten niet bewezen. De Commissie toont namelijk niet aan dat het om stranden gaat waar de zeeschildpad Caretta caretta haar nesten bouwt. Daarom kan op dit punt geen schending van artikel 12, lid 1, onder d) worden vastgesteld.
V — Kosten
146.
Volgens artikel 138, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Op grond van artikel 138, lid 3, kan het Hof echter beslissen dat elke partij haar eigen kosten zal dragen, indien zij onderscheidenlijk op een of meer punten in het ongelijk worden gesteld. Griekenland is weliswaar op de voornaamste punten in het ongelijk gesteld, maar daar staat tegenover dat een aantal relevante grieven van de Commissie niet of slechts ten dele steekhoudend zijn. Derhalve moet elke partij haar eigen kosten dragen.
VI — Conclusie
147.
Ik geef het Hof derhalve in overweging te beslissen als volgt:
- ‘1)
Het door de Commissie op 16 juni 2015 ingediende advies van de Griekse raad van state van 8 april 2015 wordt als bewijs toegelaten.
- 2)
De Helleense Republiek heeft de artikelen 6, lid 2, en 12, lid 1, onder b), van richtlijn 92/43/EEG inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna geschonden door in het gebied ‘Duinen van Kyparissia’ (‘Θίνες Kυπαρισσίας’, Natura-2000-Code GR2550005)
- —
bij Agiannaki de bouw van huizen in 2010 alsook de exploitatie van andere huizen, die reeds in 2006 waren gebouwd, te hebben toegestaan en de vergunning voor de bouw van drie huizen bij Vounaki te hebben gehandhaafd;
- —
het gebruik van wegen niet zodanig te hebben beperkt dat aantasting van het gebied en significante verstoring van de zeeschildpad Caretta caretta bij de voortplanting worden voorkomen, een parallel aan de spoorbaan lopende verbindingsweg tussen Kalo Nero en Elaia te hebben aangelegd of althans te hebben toegestaan, en de asfaltering van wegen te hebben toegelaten;
- —
het verbod van ‘wild kamperen’ niet voldoende te hebben gehandhaafd;
- —
de exploitatie van strandbars op de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt;
- —
de verhuur van strandmeubilair en het leggen van paden met houten vlonders op de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt;
- —
de lichtvervuiling bij de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende te hebben beperkt, en
- —
de visvangst voor de legstranden van de zeeschildpad Caretta caretta niet voldoende aan banden te hebben gelegd.
- 3)
De Helleense Republiek heeft artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43 geschonden door in 2012 vergunning te hebben verleend voor drie vakantiewoningen bij Vounaki, in het gebied ‘Duinen van Kyparissia’, zonder dit project vooraf te onderwerpen aan een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied, rekening houdende met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
- 4)
De Helleense Republiek heeft artikel 12, lid 1, onder b), van richtlijn 92/43 geschonden door in 2006 bouwwerkzaamheden bij Agiannaki, in de nabijheid van legstranden van de zeeschildpad, te hebben toegestaan.
- 5)
De Helleense Republiek heeft artikel 12, lid 1, onder b) en d), van richtlijn 92/43 geschonden door geen volledig rechtskader voor de bescherming van de zeeschildpad Caretta caretta in de beschermingszone ‘Duinen van Kyparissia’ te hebben vastgesteld.
- 6)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
- 7)
De Europese Commissie en de Helleense Republiek dragen elk hun eigen kosten.’
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 18‑02‑2016
Oorspronkelijke taal: Duits.
Zie mijn conclusie in de zaak Commissie/Frankrijk (Cricetus cricetus, C-383/09, EU:C:2011:23, punten 73–76) alsook het over 2015 uitgebrachte rapport van de Franse regering aan de Permanente Commissie voor het Verdrag van Bern, T-PVS/Files (2015) 46 over de sindsdien geboekte zeer beperkte vooruitgang.
Zie laatstelijk het rapport van de NGO (niet-gouvernementele organisatie) Archelon over 2015 aan de Permanente Commissie voor het Verdrag van Bern, T-PVS/Files (2015) 53, blz. 4.
Http://www.iucnredlist.org/details/83644804/0.
Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206, blz. 7), zoals gewijzigd bij richtlijn 2006/105/EG van de Raad van 20 november 2006 (PB L 363, blz. 368).
Neergelegd te Bern op 19 september 1979, European Treaty Series nr. 104; zie ook PB 1982, L38, blz. 3.
Zie over het standpunt van de Permanente Commissie, haar Recommendation nr.174 (2014) on the Conservation of the Loggerhead Sea Turtle (Caretta caretta) and of Sand Dunes and other Coastal Habitats in Southern Kyparissia Bay (Natura 2000 — GR 2550005 ‘Thynes Kyparissias’, Peloponnesos, Greece).
Beschikking 2006/613/EG van de Commissie van 19 juli 2006 tot vaststelling, op grond van richtlijn 92/43/EEG van de Raad, van de lijst van gebieden van communautair belang voor de mediterrane biogeografische regio (PB L 259, blz. 1).
Zoals in kaart gebracht in juli 2014, bijlage I, nr.1 bij het verweerschrift.
http://natura2000.eea.europa.eu/Natura2000/SDF.aspx?site=GR2550005.
Arrest Commissie/Frankrijk (Cricetus cricetus, C-383/09, EU:C:2011:369, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
Zie het arrest Commissie/Griekenland (Caretta caretta, C-103/00, EU:C:2002:60, punt 28).
Zie in die zin arrest Nomarchiaki Aftodioikisi Aitoloakarnanias e.a. (C-43/10, EU:C:2012:560, punten 100 en 102).
Arresten Commissie/Frankrijk (C-241/08, EU:C:2010:114, punt 32), Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punt126) en Commissie/Bulgarije (Kaliakra, C-141/14, EU:C:2016:8, punt 56).
Arresten Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punt 128) en Commissie/Bulgarije (Kaliakra, C-141/14, EU:C:2016:8, punt 57).
Arresten Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punt 142) en Commissie/Bulgarije (Kaliakra, C-141/14, EU:C:2016:8, punt 58).
Arresten Waddenvereniging en Vogelbeschermingsvereniging (C-127/02, EU:C:2004:482, punt 43), Commissie/Italië (C-179/06, EU:C:2007:578, punt 33) en Azienda Agro-Zootecnica Franchini en Eolica di Altamura (C-2/10, EU:C:2011:502, punt 41).
Arresten Waddenvereniging en Vogelbeschermingsvereniging (C-127/02, EU:C:2004:482, punt 36), Commissie/Frankrijk (C-241/08, EU:C:2010:114, punt 30) en Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punt 142).
Arrest Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punten 156 en 192).
Arrest Commissie/Griekenland (Caretta caretta, C-103/00, EU:C:2002:60, punt 38).
Http://www.iucnredlist.org/details/83644804/0.
Arresten Commissie/Griekenland (Caretta caretta, C-103/00, EU:C:2002:60, punt 31), Commissie/Griekenland (Vipera schweizeri, C-518/04, EU:C:2006:183, punt 21) en Commissie/Bulgarije (Kaliakra, C-141/14, EU:C:2016:8, punt 76).
Arrest Commissie/Verenigd Koninkrijk (C-6/04, EU:C:2005:626, punt 25).
Bijlage 17k bij het verzoekschrift (blz. 449 e.v. van de bijlagen).
Zie hierboven, punt 34.
Arresten Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punten 124 en 125), Grüne Liga Sachsen (C-399/14, EU:C:2016:10, punt 33) en Commissie/Bulgarije (Kaliakra, C-141/14, EU:C:2016:8, punten 51 en 52).
Zie mijn conclusie in de zaak Commissie/Bulgarije (Kaliakra, C-141/14, EU:C:2015:528, punt 87).
Arresten Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punt 157) en Grüne Liga Sachsen (C-399/14, EU:C:2016:10, punten 56 en 57).
Rapport van december 2013, blz. 357 e.v. van de bijlagen bij het verzoekschrift (blz. 28 e.v. van het rapport); overigens vermeldt ook het advies van de raad van state, blz. 37 en 38, op gelijke wijze onrechtmatig aangelegde wegen.
Rapport van december 2013, blz. 357 e.v. van de bijlagen bij het verzoekschrift (blz. 26 en 27 van het rapport).
Arrest Commissie/Spanje (Spaanse bruine beer, C-404/09, EU:C:2011:768, punt 128).
Zie het advies van de raad van state, blz. 33.
Zie het advies van de raad van state, blz. 33.
Zie hierna, punten 85 e.v.
Bijlage 1 bij het verweerschrift, ‘Χ.08a COMPARATIVE MAP HABITAT SEA 2014 & SEA 2002.jpg’.
Zie hierboven, punten 71–73.
Blz. 33 van het advies van de raad van state.
Zie de foto's, afbeeldingen 16 en 17 op de blz. 60 en 61 van de bijlage bij het verzoekschrift.
Bijlage 18 bij het verzoekschrift, blz. 495 en 496.
Arresten Waddenvereniging en Vogelbeschermingsvereniging (C-127/02, EU:C:2004:482, punt 34) en Nomarchiaki Aftodioikisi Aitoloakarnanias e.a. (C-43/10, EU:C:2012:560, punt 110).
Zie hierboven, punt 34.
Zie mijn conclusie in de zaak Waddenvereniging en Vogelbeschermingsvereniging (C-127/02, EU:C:2004:60, punten 30-37).
Bijlage 17k bij het verzoekschrift (blz. 449 e.v. van de bijlagen).
Arresten Commissie/Frankrijk (Cricetus cricetus, C-383/09, EU:C:2011:369, punten 19-21 en aldaar aangehaalde rechtspraak) en Commissie/Cyprus (Natrix n. cypriaca, C-340/10, EU:C:2012:143, punt 62).
Arrest Commissie/Spanje (Lutra lutra, C-221/04, EU:C:2006:329, punt 71).
Arresten Commissie/Ierland (C-183/05, EU:C:2007:14, punt 29) en Commissie/Cyprus (Natrix n. cypriaca, C-340/10, EU:C:2012:143, punt 60).
Arresten Commissie/Griekenland (Vipera schweizeri, C-518/04, EU:C:2006:183, punt 16), Commissie/Ierland (C-183/05, EU:C:2007:14, punt 30), en Commissie/Cyprus (Natrix n. cypriaca, C-340/10, EU:C:2012:143, punt 61).
Zie hierboven, punt 43.
Zie, ter illustratie, de kritiek in het arrest Commissie/Griekenland (Caretta caretta, C-103/00, EU:C:2002:60, punten 34–38).
De NGO Archelon, geciteerd in voetnoot 3, blz. 8 en 9, verklaarde bij de Permanente Commissie voor het Verdrag van Bern zelfs dat de opschorting van de procedure voor bouwvergunningen slechts voor maximaal drie jaar geldt en daarom in 2016 afloopt, wanneer dienaangaande niet tijdig een bestendige regeling voor de bescherming van het gebied is vastgesteld.
Blz. 39–40 van het advies.
Zie hierboven, punt 126.
Zie hierboven, punt 55.