Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.1:1.1 Inleiding
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.1
1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS645006:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit eerste rechtshistorische deel van het onderzoek wordt onderzocht wat, nadat een deel van een zaak is afgescheiden, naar Romeins recht de zakenrechtelijke gevolgen daarvan zijn. Om deze rechtsgevolgen in kaart te brengen, wordt de vraag naar de rechtgevolgen van de verbinding van zaken beantwoord evenals de vraag of na verbinding respectievelijk afscheiding de zakelijke rechten werden gecontinueerd of dat zij tenietgingen. Aan de hand van (voornamelijk) de verzameling teksten uit het Corpus Iuris Civilis (de Instituten, de Digesten en de Codex Justinianus) en aan de hand van de literatuur over deze teksten zal worden getracht de rechtsgevolgen en het wettelijke systeem in kaart te brengen.
Zaken staan in dit onderzoek centraal. Vandaar dat allereerst wordt besproken wat een zaak is. De Romeinen kenden verschillende typen zaken, waardoor deze vraag niet eenduidig te beantwoorden is. Vandaar dat is gekozen om deze verschillende categorieën zaken (kort) onder elkaar te zetten. Na deze bespreking komen de teksten aan bod die handelen over de zakenrechtelijke gevolgen van verbinding. Is na de verbinding sprake van één zaak? Zo ja, wie is eigenaar van die zaak? Wat gebeurt er met de zakelijke rechten op een zaak als deze een onderdeel, modern gezegd een bestanddeel, is geworden van een andere zaak?
Vervolgens zal het onderzoek zich richten op deze bestanddelen en dan met name vanuit het perspectief van één actie: de actio ad exhibendum. Deze actie maakte het, zoals gezegd, mogelijk om een bestanddeel af te scheiden van een zaak. Ze heeft in het Romeinse recht een afzonderlijke plaats, die haar wortels vindt in de vroegste tijd van het Romeinse procesrecht. De lange ontwikkeling die ze heeft doorgemaakt loopt parallel aan de ontwikkeling van het Romeinse procesrecht. Om die reden zal voorafgaand aan de bespreking van de actie de procesrechtelijke ontwikkeling worden geschetst, zonder welke de actie niet goed te begrijpen is. De actie was een veelzijdige, vandaar dat meer gevallen besproken worden waarin zij kon worden ingesteld. In de laatste vier paragrafen van dit eerste hoofdstuk komt de nadruk te liggen op de teksten die handelen over de actio ad exhibendum als afscheidingsactie. Aan de hand van deze teksten alsmede de discussie die in de literatuur is gevoerd, worden de rechtsgevolgen van afscheiding besproken.
De beantwoording van de vragen welke de rechtsgevolgen na verbinding dan wel afscheiding zijn, zal telkens in het licht van de continuïteit van zakelijke rechten geschieden, om zo de (eventuele) continuïteitsgedachte ten aanzien van deze rechten te achterhalen. Daarnaast wordt zowel bij de bespreking van verbinding als van afscheiding van zaken dezelfde opbouw gehanteerd. Eerst komen de rechtsgevolgen voor het eigendomsrecht aan bod, daarna die van de beperkte rechten. Deze opbouw komt ook in de overige delen van dit onderzoek terug.