Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/3.3.2
3.3.2 Bijzaken
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644911:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Scholten (1945), p. 5: Scholten sprak van een mechanische vereniging van zaken. Zie ook: Suijling V (1940), p. 65; Diephuis I (1885), p. 438-439; Stein, WPNR 1991/6030, p. 880.
Suijling V (1940), p. 65.
Asser/Scholten (1945), p. 5.
Diephuis I (1885), p. 436.
Diephuis I (1885), p. 436, voetnoot 3.
Art. 1211 OBW: “De hypotheken strekken zich uit tot alle de latere verbeteringen van het bezwaarde goed ook tot hetgeen, door aanwas of opbouw, met hetzelve vereenigd is.” Ook de bijzaken vielen onder een legaat, als zij na het opstellen van dat legaat aan de gelegateerde zaak waren toegevoegd. Art. 1011 OBW: “Hetgeen echter de erflater, na het legateren van eenig onroerend goed, tot vergrooting van hetzelve aangekocht of verkregen heeft, is, al ware het ook daaraan grenzende, niet in het legaat begrepen, ten zij de erflater anders hadde bevolen. De verbeteringen, verfraaijingen of nieuwe opbouwingen, op den gelegateerden grond door den erflater gemaakt, of de vergrooting van den omtrek van eenen ingesloten grond, zullen zonder nieuwe beschikking gerekend worden een gedeelte van het legaat uit te maken.”
Tot nu toe is alleen gesproken over bestanddelen en (hoofd)zaken. Naast deze twee categorieën bestonden nog twee groepen zaken, de “bijzaken” en de “hulpzaken”. Ook deze termen kwamen niet in het OBW voor. Bijzaken waren die zaken, die mechanisch met een hoofdzaak waren verbonden en daarmee blijvend een economische eenheid vormden, zonder dat zij hun zelfstandigheid verloren.1 Zo waren het zadel, de motor en de wastafel bijzaken van respectievelijk de fiets, de auto en het huis. Zoals een zaak een eenheid vormde met haar bestanddelen, zo vormden de bijzaak en de hoofdzaak eveneens één (economisch) geheel. Vandaar dat Suijling stelde: “Tusschen bijzaken en onzelfstandige (wezenlijke) zaaksdeelen moet daarom scherp worden onderscheiden”.2 Volgens Scholten waren bijzaken onderdeel van de hoofdzaak die “zelfstandig kunnen zijn”.3
Een bijzaak was ondergeschikt aan de hoofdzaak waarmee zij was verbonden. In beginsel volgde de bijzaak dan ook het juridische lot van de hoofdzaak.4 Handelingen die betrekking hadden op de hoofdzaak hadden in beginsel ook betrekking op de bijzaken. Als de hoofdzaak in eigendom werd overgedragen, werden ook de bijzaken bij de overdracht betrokken, tenzij partijen anders afspraken. Het was bijvoorbeeld niet ongebruikelijk om bepaalde bijzaken, zoals leidingen en ornamenten, afzonderlijk te verkopen. De koopprijs van deze zaken kwam dan bovenop de koopprijs van het huis.5
Wat voor het eigendomsrecht gold, was ook van toepassing op de beperkte rechten. Deze strekten zich in beginsel uit over de hoofdzaak en de bijzaken, tenzij partijen stelden dat het beperkte recht op de bijzaken niet van toepassing was. Een hypotheek strekte zich ook uit over de na de vestiging eraan toegevoegde bijzaken.6 De bijzaken waren te vergelijken met de unwesentliche Bestandteile waarop eveneens in beginsel de rechten van de hoofdzaak rustten, maar die afzonderlijke zaken kunnen zijn. Was een zaak een bijzaak geworden, dan had dit niet automatisch het tenietgaan van zakelijke rechten tot gevolg. Continuïteit van de zakelijke rechten op deze bijzaken was mogelijk, namelijk als op deze zaken rechten rustten waarvan de eigenaar van de hoofdzaak niet de rechthebbende was.