FED 2023/2
Artikel 77, lid 3 DWU bepaalt alleen de aansprakelijkheid van een indirecte vertegenwoordiger voor de verschuldigdheid van douanerechten. Artikel 201 Btw-richtlijn vereist dat er een uitdrukkelijke nationale bepaling dient te zijn om een indirecte vertegenwoordiger aansprakelijk te stellen voor de verschuldigdheid van invoer-btw.
HvJ EU 12-05-2022, ECLI:EU:C:2022:374, m.nt. mr. drs. M. Chin-Oldenziel (U.I.)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
12 mei 2022
- Magistraten
Mrs. Regan, Jarukaitis, Ilešič, Gratsias, Csehi
- Zaaknummer
C-714/20
- Noot
mr. drs. M. Chin-Oldenziel
- Roepnaam
U.I.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS682825:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / In- en uitvoer
Douane (V)
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2022:374, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 12‑05‑2022
- Wetingang
Essentie
Artikel 77, lid 3 DWU bepaalt alleen de aansprakelijkheid van een indirecte vertegenwoordiger voor de verschuldigdheid van douanerechten. Artikel 201 Btw-richtlijn vereist dat er een uitdrukkelijke nationale bepaling dient te zijn om een indirecte vertegenwoordiger aansprakelijk te stellen voor de verschuldigdheid van invoer-btw.
Samenvatting
Een in Italië gevestigde onderneming, U.I., is in haar hoedanigheid van indirect vertegenwoordiger aansprakelijk gesteld voor invoer-btw. Tegen de betreffende importeurs waren faillissementsprocedures ingeleid. U.I. betwist haar aansprakelijkheid op grond dat de Italiaanse rechtsorde niet voorziet in aansprakelijkheid van een indirecte vertegenwoordiger voor invoer-btw. De Italiaanse rechter heeft prejudiciële vragen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.