De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/4.1:4.1 Meetinstrument
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/4.1
4.1 Meetinstrument
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS371466:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Er is slechts bij een beperkt aantal stellingen om een toelichting gevraagd omdat de interviews anders te lang zouden duren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De zitting heeft drie doelen:
het beproeven van een schikking (artikel 87 Rv);
het verkrijgen van inlichtingen van partijen (artikel 88 Rv);
overleg met partijen over het vervolg van de procedure.
Dit derde doel is weliswaar niet in de wet opgenomen, maar in de praktijk is dit doel algemeen erkend (Van Nispen e.a., 2005). Ik duid deze drie doelen — voor het gemak — verder aan als ‘wettelijke doelen’, hoewel dit derde doel dus niet in de wet is opgenomen.
Er is niet eerder een meetinstrument ontwikkeld waarmee gemeten kan worden in welke mate deze doelen van de zitting worden bereikt. Dat is in dit onderzoek wel gedaan. De ontwikkeling van een dergelijk meetinstrument is in twee opzichten lastig. Ten eerste verschaft de wet weinig helderheid wanneer de wettelijke doelen (in hoge mate) bereikt zijn. Wanneer is bijvoorbeeld het doel ‘het beproeven van een schikking’ bereikt? Is dat het geval als er een schikking is bereikt of hoeft dat niet zo te zijn voor doelbereik? De wet en wetsgeschiedenis geven hierover onvoldoende informatie. Er is daarom veel nagedacht over de vraag hoe deze drie doelen het beste geoperationaliseerd kunnen worden. Daarbij heb ik steeds de dialoog gezocht met de begeleidingscommissie van dit onderzoek (zie paragraaf 1.5.7) om mijn ideeën hierover te toetsen. Ten tweede bestaan er geen objectieve indicatoren aan de hand waarvan tijdens een zitting vastgesteld kan worden in welke mate een doel bereikt is. Doelbereik is daarom gemeten door ieder doel te vertalen in één of meerdere stellingen en deze stellingen vervolgens voor te leggen aan de partijen, advocaten en de rechter van een zitting. Tijdens de interviews is hen vervolgens gevraagd om hun antwoorden op een aantal van deze stellingen toe te lichten.1
Eén van de belangrijkste keuzes die gemaakt moest worden tijdens de ontwikkeling van het meetinstrument was welke doelen gemeten moeten worden als partijen tijdens de zitting een schikking overeenkomen. Er is voor gekozen om dan uitsluitend het eerste doel, het beproeven van een schikking, te meten. Het tweede doel, het verkrijgen van inlichtingen, is dan niet gemeten omdat een (klein aantal) aantal rechters de zitting begint met het beproeven van een schikking. Als partijen er vervolgens samen uitkomen, is het niet relevant om nog informatie te verzamelen over de zaak. Zou dit doel dan toch gemeten worden, dan zou het doelbereik in de zittingen van deze groep rechters mogelijk onterecht laag scoren. Het derde doel, overleg met partijen over het vervolg van de procedure, is niet aan de orde als er een schikking is bereikt, aangezien de zaak in dat geval wordt doorgehaald op de rol en er uberhaupt geen vervolg van de procedure is. Als de zaak tijdens de zitting niet geschikt werd, zijn alle drie de doelen gemeten.
De stellingen waarmee doelbereik is gemeten zijn weergegeven in tabel 42. De respondenten konden antwoorden op een vijfpuntsschaal (1 = zeer oneens, 5 = zeer eens).
Doelen van de zitting
Wel schikking (N=48)
Geen schikking (N=102)
1. het beproeven van een schikking
la. De rechter heeft eruit gehaald wat erin zat om partijen een schikking te laten overeenkomen.
1a. De rechter heeft eruit gehaald wat erin zat om partijen een schikking te laten overeenkomen.
lb. Er is door het gedrag van de rechter sprake van een dwangschikking.
2. het verkrijgen van inlichtingen van partijen
—
2. Alle informatie die van belang is in deze zaak is op tafel gekomen.
3. Overleg met partijen over het vervolg van de procedure
—
3. Alles wat tijdens de zitting mogelijk was om het verdere verloop van het proces tot en met het eindvonnis te plannen, is gedaan.
Er is binnen de begeleidingscommissie van dit onderzoek (zie paragraaf 1.5.7) veel gediscussieerd over de vraag of het doel let beproeven van een schikking’ (in hoge mate) bereikt is als er een schikking tussen partijen tot stand komt (resultaat) of dat het meer gaat om de manier waarop de rechter een schikking beproefd heeft, los van de vraag of er uiteindelijk geschikt wordt of niet. Bij de ‘manier waarop’ gaat het erom dat de rechter alle schikkingsmogelijkheden met partijen heeft afgetast en geen mogelijkheden heeft laten liggen om partijen het samen eens te laten worden. Er is in het onderhavige onderzoek gekozen voor deze laatste opvatting van doelbereik. Vandaar dat bij alle zittingen stelling la ede rechter heeft eruit gehaald wat erin zat om partijen een schikking te laten overeenkomen’) aan de aanwezigen is voorgelegd. Daar zit één duidelijke bovengrens aan: er mag geen sprake zijn van een dwangschikking Dan is immers — in de ogen van de desbetreffende respondent — de manier waarop de rechter de schikking beproefd heeft niet goed te noemen. Daarom is ook stelling lb eer is door het gedrag van de rechter sprake van een dwangschikking’) aan de respondenten voorgelegd als er een schikking is bereikt. In de zittingen waar dat niet het geval was, is die stelling niet voorgelegd.
Ten slotte kan in de praktijk bij het doel ‘het verkrijgen van inlichtingen van partijen’ een onderscheid worden gemaakt tussen de inlichtingen die verzameld worden om vonnis te kunnen wijzen en inlichtingen die verzameld worden voor het beproeven van een schikking. Dit onderscheid is in dit onderzoek echter niet gemaakt omdat het, in ieder geval voor partijen en advocaten, lastig is deze twee vormen van informatieverzameling van elkaar te onderscheiden.