RBP 2025/10
Dwangsom. Stuit de vordering tot schorsing van de executie van dwangsommen de verjaring van verbeurde dwangsommen?
HR 20-12-2024, ECLI:NL:HR:2024:1904
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 december 2024
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04927
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- JCDI
JCDI:BSD527:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:1904, Uitspraak, Hoge Raad, 20‑12‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:1005, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑01‑2024
- Wetingang
Art. 611g Rv; art. 3:316, 3:324 BW
Essentie
Dwangsom. Verjaring. Schorsing tenuitvoerlegging.
Stuit de vordering tot schorsing van de executie van dwangsommen de verjaring van verbeurde dwangsommen?
Samenvatting
Bij vonnis van 9 september 2021 heeft de voorzieningenrechter op vordering van de ene broer de andere broer verboden om de VOF, waarvan zij de vennoten zijn, concurrentie aan te doen. Dit verbod is versterkt met een dwangsom. Het vonnis wordt een dag later betekend. Bij exploot van 21 december 2021 wordt het verbeuren van € 50.000,00 aan dwangsommen aangezegd met bevel tot betaling van dit bedrag. Een week later wordt beslag gelegd.
De schuldenaar vordert vervolgens in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.