Rb. Rotterdam, 04-08-2020, nr. C/10/600888 / JE RK 20-2081
ECLI:NL:RBROT:2020:7090
- Instantie
Rechtbank Rotterdam
- Datum
04-08-2020
- Zaaknummer
C/10/600888 / JE RK 20-2081
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBROT:2020:7090, Uitspraak, Rechtbank Rotterdam, 04‑08‑2020; (Beschikking)
Uitspraak 04‑08‑2020
Inhoudsindicatie
de kinderrechter verleent vervangende toestemming voor een vakantie met het pleeggezin
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/600888 / JE RK 20-2081
datum uitspraak: 4 augustus 2020
beschikking vervangende toestemming voor een vakantie
in de zaak van
de gecertificeerde instelling het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind] ,
geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam moeder] ,
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,
[nam vader] ,
hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 23 juli 2020.
Op 4 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de pleegvader, [naam pleegvader], als informant,
- een vertegenwoordiger van de GI, [naam vertegenwoordiger].
Hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, zijn de ouders niet verschenen.
De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.
[naam kind] verblijft in een netwerkpleeggezin, [naam pleeggezin] .
Bij beschikking van 5 maart 2020 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 5 maart 2021. De kinderrechter heeft bij deze beschikking tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een netwerkpleeggezin verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling.
Het verzoek
De GI heeft een geschil voorgelegd met betrekking tot de uitvoering van de ondertoezichtstelling, te weten vervangende toestemming voor het op vakantie naar het buitenland gaan van [naam kind] met het pleeggezin.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het is in het belang van [naam kind] dat hij met het pleeggezin op vakantie gaat om de onderlinge band te versterken. Ook kan hij ontspannen op vakantie. De GI heeft meermalen via de e-mail toestemming aan de ouders gevraagd. De ouders willen geen toestemming geven. Zij stellen het belang van [naam kind] hiermee niet voorop.
Het standpunt van de pleegvader
De pleegvader is het eens met het verzoek. Het gaat goed met [naam kind] in het pleeggezin.
De mening van [naam kind]
heeft het naar zijn zin in het pleeggezin. Hij wil graag met de pleegouders mee op vakantie naar Duitsland. Volgend jaar begint hij aan een nieuwe opleiding bij Defensie.
De beoordeling
De kinderrechter stelt vast dat overeenstemming tussen betrokkenen niet mogelijk is en acht de volgende beslissing in het belang van [naam kind] wenselijk. [naam kind] verblijft al lange tijd in het netwerkpleeggezin. Hij heeft de mogelijkheid om met dit pleeggezin op vakantie te gaan. De ouders hebben hier echter bezwaar tegen en willen geen toestemming geven.
De kinderrechter acht het in het belang van [naam kind] dat hij met het pleeggezin op vakantie naar Duitsland kan. [naam kind] wil zelf graag mee op vakantie met het pleeggezin. Op grond van artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) dient het belang van [naam kind] voorop te staan. De ouders stellen echter hun eigen emoties en belangen op de eerste plaats en gaan voorbij aan het belang van [naam kind] .
De kinderrechter zal daarom vervangende toestemming verlenen aan de pleegouders om met [naam kind] op vakantie te gaan naar Duitsland.
De beslissing
De kinderrechter:
verleent vervangende toestemming aan het pleeggezin [naam pleeggezin] , voor een vakantie naar Duitsland van 7 augustus 2020 tot 21 augustus 2020 voor de minderjarige:
[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2004 te [geboorteplaats kind] .
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2020 door mr. A.C. Enkelaar, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 augustus 2020. | ||