Lokale democratische innovatie
Einde inhoudsopgave
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/5.1:5.1 Inleiding
Lokale democratische innovatie (R&P nr. DR2) 2021/5.1
5.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. J. Westerweel , datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
mr. drs. J. Westerweel
- JCDI
JCDI:ADS248468:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Centraal Bureau voor de Statistiek, www.cbs.nl, geraadpleegd op 21 juni 2019.
Raadsvoorstel 2014-111 (Instellen werkgroep Sociale Raad Peel en Maas), vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2014, p. 1.
Raadsvoorstel 2014-111 (Instellen werkgroep Sociale Raad Peel en Maas), vastgesteld in de raadsvergadering van 11 november 2014, p. 1.
Notitie uitwerking en uitvoering Sociale Raad Peel en Maas, vastgesteld in de raadsvergadering van 14 april 2015, p. 2.
Van Reybrouck 2015.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De decentraliseringsoperatie van het kabinet-Rutte-II op de gebieden jeugd, zorg en werk was voor veel gemeenten aanleiding om het eigen functioneren kritisch onder de loep te nemen. Een daarvan is de gemeente Peel en Maas in de provincie Limburg. Het is een kleine, landelijke gemeente van ongeveer 43.000 inwoners, verspreid over een aantal dorpskernen.1 Eind 2014 stelde de gemeenteraad dat binnen vijf jaar 70% van de inwoners van de gemeente direct of indirect te maken zou krijgen met een of meer van de drie decentralisaties.2 Dat zou onder andere resulteren in intensiever contact tussen inwoners en de gemeente als uitvoerder van die taken. Tegelijkertijd bestonden er in de raad grote zorgen over de groeiende afstand tussen de politiek en de burgers, waarvan vooral de dalende opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen als symptoom werd gezien. Volgens de raad vroeg deze problematiek om een andere manier van besturen.3
De nieuwe manier van besturen werd deels gezocht in de instelling van de Sociale Raad. De Sociale Raad was een gelote burgerraad die in beginsel twee keer per jaar bijeenkwam om gedurende een dag te delibereren over een vraagstuk in het sociaal domein. Het doel van het experiment was om burgers te betrekken bij besluitvorming over kwesties in het sociaal domein. Door middel van loting hoopte men vooral die burgers te bereiken die doorgaans niet participeerden in het politieke proces. Dit moest er ook in resulteren dat de Sociale Raad op een andere wijze tot democratische besluitvorming kwam dan de gemeenteraad. In de startnotie werd benadrukt dat de Sociale Raad door haar gelote samenstelling en besluitvormingsprocedure als tweede volksvertegenwoordiging moest worden aangemerkt, onafhankelijk van en gelijkwaardig aan de gemeenteraad.4 Vanuit institutioneel staatsrechtelijk perspectief roept deze constructie de nodige vragen op. Hoe verhoudt de opzet van het experiment zich bijvoorbeeld tot hoofdschap van de gemeenteraad uit artikel 125 lid 1 Grondwet en het lastverbod voor raadsleden uit artikel 129 lid 6 Grondwet? Deze vragen zullen in het volgende hoofdstuk inhoudelijk behandeld worden. In dit hoofdstuk zal eerst de opzet en praktijk van de Sociale Raad nader worden omschreven. Paragraaf 5.2 staat stil bij de doelstellingen van het experiment en de directe inspiratiebron, namelijk het boek Tegen verkiezingen van de Vlaamse auteur David van Reybrouck.5 Vervolgens wordt in paragraaf 5.3 de concrete opzet uiteengezet. In paragraaf 5.4 wordt het verloop en de resultaten van de gehouden bijeenkomsten beschreven. Paragraaf 5.5 sluit af met een conclusie.