Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/8.3.2
8.3.2 Geschrift
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS504761:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie het rapport Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit, Elektronisch verrichten van rechtshandelingen (ministerie van justitie), 's-Gravenhage 1998, no. 2.3, VAN EscH (diss.), blz. 170 en A.M. VAN DER KLAAUW-KOOPS, Het totstandkomen van elektronische contracten in R.E. VAN ESCH & J.E.J. PRINS (red.), Recht en elektronische handel, tweede druk, Deventer 2002, blz. 135 die zich alle(n) baseren op ASSER-ANEMA & VERDAM, blz. 99: 'Geschriften zijn alle zaken, die dragers zijn van verstaanbare leestekens om een gedachteninhoud te vertolken.'.
ASSER-ANEMA & VERDAM, blz. 99.
VAN EscH (diss.), blz. 170 met betrekking tot elektronische gegevens.
ASSER-ANEMA & VERDAM, blz. 99.
Vgl. anders VAN DALE, Groot Woordenboek der Nederlandse taal, Veertiende druk (red. C.A. DEN BOON en D. GEERAERTS), Utrecht/Antwerpen, 2005 dat 'geschrift' definieert als 'datgene wat geschreven is' (en daarmee duidt op de leestekens zelf).
Zulks is bijvoorbeeld anders in art. 22 WvK (voor de vennootschap onder firma), in art. 7:932 lid 1 BW (voor de verzekeringsovereenkomst) en in art. 7:859 BW (voor de borgtocht aangegaan buiten beroep of bedrijf).
Geschriften zijn, volgens de gangbare definitie, alle zaken die dragers zijn van verstaanbare leestekens die — in onderling verband — een gedachte-inhoud vertolken.1 Het maakt niet uit op welk materiaal de leestekens zijn aangebracht en in welk schrift.2 Naast de gebruikelijke leestekens is bijvoorbeeld te denken aan cijferschrift. Ofschoon wordt verlangd dat de leestekens leesbaar zijn, is het niet nodig dat zij rechtstreeks van de gegevensdrager kunnen worden gelezen. Voldoende is dat zij, zo nodig met een hulpmiddel, leesbaar kunnen worden gemaakt (zie ook 8.3.3).3 Het moet wél om leestekens gaan. Foto's, tekeningen en plattegronden (die geen leestekens behelzen) kunnen geen geschrift vormen.4
Voor een goed begrip van het begrip "geschrift" in art. 1021 Rv zij bedacht dat geschriften volgens de gegeven definitie de zaken zijn die dragers zijn van leestekens of schrift, en niet (slechts) de leestekens of het schrift zelf (zie ook 8.4.5.2 sub a).5 Bij een geschrift gaat het in de praktijk dus veelal om een (papieren) (bewijs)stuk waarop leestekens zijn aangebracht. Wel zij opgemerkt dat art. 1021 Rv geen "akte" (ofwel een — door één of beide partijen — ondertekend geschrift) verlangt (vgl. art. 156 lid 1 Rv).6 Zulks neemt niet weg dat een akte wel degelijk als een geschrift als bedoeld in art. 1021 Rv in aanmerking komt (zie ook 8.4.1). Zie 8.5 voor de toepassing van art. 156a Rv naast art. 1021 Rv (zie ook 8.3.3 in fine).