Accountantsaansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.2:1.4.2.2 Wanneer is een wettelijke controle in de zin van artikel 2:393 BW verplicht?
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/1.4.2.2
1.4.2.2 Wanneer is een wettelijke controle in de zin van artikel 2:393 BW verplicht?
Documentgegevens:
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS299328:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie artikel 2:360 BW voor de betreffende rechtspersonen.
Huizink (2008), p. 128-133. Uiteraard kunnen kleine rechtspersonen zich vrijwillig laten controleren, hier is geen rekening mee gehouden bij de bepaling van dit percentage.\
Artikel 11 lid 1 Wta.
Westra (2009a), p. 73.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wet maakt voor wat betreft het jaarrekeningenrecht een onderscheid tussen micro, kleine, middelgrote en grote rechtspersonen. Een wettelijke controle van de financiële verslaggeving in de zin van artikel 2:393 BW is alleen verplicht voor middelgrote en grote rechtspersonen (welke onder Titel 9 Boek 2 vallen).1
Het micro jaarrekeningregime is van toepassing indien de waarde van de activa volgens de balans met toelichting, op de grondslag van verkrijgings- en vervaardigingsprijs, niet meer dan EUR 350.000 bedraagt, de netto-omzet over het boekjaar niet meer dan EUR 700.000 bedraagt en het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar minder dan 10 bedraagt. Er is sprake van een ‘kleine’ rechtspersoon indien de waarde van de activa volgens de balans met toelichting niet meer dan EUR 6.000.000 bedraagt, de netto-omzet over het boekjaar niet meer dan EUR 12.000.000 bedraagt en het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar minder dan 50 bedraagt. Van een ‘middelgrote’ rechtspersoon is sprake indien de waarde van de activa volgens de balans met toelichting niet meer dan EUR 20.000.000 bedraagt, de netto omzet niet meer dan EUR 40.000.000 bedraagt en het gemiddeld aantal werknemers over het boekjaar minder dan 250 bedraagt. Een ‘grote’ rechtspersoon is een rechtspersoon waarop de vrijstellingen van artikel 2:395a, 2:396 en 2:397 BW niet van toepassing zijn. Voor de vaststelling welk jaarrekeningregime van toepassing is, dient een rechtspersoon op twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien op twee opeenvolgende balansdata, te hebben voldaan aan twee of drie van de hierboven genoemde vereisten (artikel 2:395a, 2:396 en 2:397 BW). Uit de Nota naar aanleiding van het verslag bij de wet tot wijziging van boek 2 BW in verband met de invoering van de mogelijkheid de jaarrekening van kleine rechtspersonen op te stellen volgens fiscale grondslagen blijkt dat er 7.700 middelgrote rechtspersonen op 565.000 kleine rechtspersonen zijn.2 Huizink veronderstelt in dit verband dat meer dan 98% van alle rechtspersonen ‘klein’ is, ervan uitgaande dat het aantal middelgrote en grote rechtspersonen grofweg 10.000 bedraagt.3 Er zijn nog geen aantallen van micro rechtspersonen bekend.
Alleen een externe accountant die ingeschreven is in het openbaar register van de AFM4 mag de wettelijke controle in de zin van artikel 2:393 BW uitvoeren (zie tevens paragraaf 4.4.2 omtrent deskundigheid). Dit volgt uit de Wta, doch staat niet nadrukkelijk vermeld in artikel 2:393 BW. Indien een controleplichtige rechtspersoon haar jaarrekening laat controleren door een kantoor zonder Wta vergunning of een accountant die niet is ingeschreven in het openbare register van de AFM, dan voldoet de rechtspersoon formeel aan artikel 2:393 BW. De rechtspersoon kan dan geen boete opgelegd worden door de AFM, de accountantsorganisatie echter wel.5
Indien een controleplichtige rechtspersoon ten onrechte geen controle laat uitvoeren, kan dat de volgende consequenties hebben:
Iedere belanghebbende kan naleving van de wettelijke controleplicht vorderen bij de rechtbank (artikel 2:393 lid 8 BW);
De jaarrekening kan niet worden vastgesteld (artikel 2:393 lid 7 BW);
Er is sprake van een economisch delict (artikel 1 sub 4 WED).