Ondernemingsrecht 2026/11
De Hoge Raad oordeelt dat een uittredingsvergoeding van een maat een zaakschuld is die kan worden verhaald op het afgescheiden vermogen van de maatschap, ook als de samenstelling van de maatschap is gewijzigd.
HR 18-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1174, m.nt. Martin van Olffen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 juli 2025
- Zaaknummer
24/03463
- Noot
Martin van Olffen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD40758:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1174, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:588, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 11‑09‑2024
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat een uittredingsvergoeding van een maat een zaakschuld is die kan worden verhaald op het afgescheiden vermogen van de maatschap, ook als de samenstelling van de maatschap is gewijzigd.
Partij(en)
Maatschap 1 en maatschap 2 (eisers)
tegen
Mocomar B.V. (verweerder)
Uitspraak
1. Uitgangspunten en feiten
Op 20 mei 1999 zijn Mocomar en 6 andere partijen (laatstgenoemden hierna ook: de 1999-maten) twee maatschappen overeengekomen met terugwerkende kracht tot 1 januari 1994 (hierna respectievelijk ook: maatschap 1 en maatschap 2).
De overeenkomst van maatschap 1 bevat een verblijvensbeding in art. 11.02:
“Indien het lidmaatschap van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.