Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.4.1:6.3.4.1 Inleiding
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/6.3.4.1
6.3.4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS588749:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Stein 2010, p. 4. Zie art. 480 lid 1 Rv en art. 550 lid 1 Rv. Zie ook par. 5.2.7.3.
Tjittes 2002, p. 65, Meijsen 2013, p. 7 en p. 149.
Overigens is niet uitgesloten dat een derde die wordt lastiggevallen met conservatoir beslag op zijn goederen, praktisch gesproken wel op zijn beurt druk zal uitoefenen op de schuldenaar.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
294. Op zaken van een derde kan de retentor niet alleen executoriaal, maar ook conservatoir beslag leggen. Ook voor conservatoir beslag op goederen van derden bevat Rechtsvordering geen duidelijk spoorboekje. In deze paragraaf zet ik uiteen in hoeverre de procedure voor conservatoir beslag door de retentor op zaken van derden afwijkt van de ‘normale procedure’. Ik ga er in deze paragraaf van uit dat de retentor alleen beslag legt op de teruggehouden zaak. De voornaamste functie van conservatoir beslag is het zekerstellen van het vermogensobject voor verhaal door de beslaglegger. Conservatoir beslag heeft tot gevolg dat de beslagene niet langer met werking jegens de beslaglegger over het object kan beschikken. Vanwege de feitelijke machtsuitoefening door de retentor is de kans dat de beslagene over de zaak beschikt aanzienlijk kleiner (maar niet denkbeeldig). Een andere aanleiding voor conservatoir beslag kan zijn, dat de conservatoir beslaglegger eveneens meedeelt bij uitdeling van de executieopbrengst, wanneer een andere schuldeiser de zaak uitwint.1
In de praktijk wordt conservatoir beslag niet alleen ingezet om verhaalsmogelijkheid te verzekeren, maar ook wel als pressiemiddel.2 Het legt druk op de wederpartij/beslagene. Deze ‘oneigenlijke functie’ van conservatoir beslag creëert bij beslag op de zaken van een derde de verkeerde prikkel, omdat niet de schuldenaar – die gehouden is tot betaling – maar de derde-verhaalsaansprakelijke de druk van het beslag ondervindt.3 In de conservatoire fase heeft het beslag (nog) geen gevolgen voor de schuldenaar zelf. In de executoriale fase is dit anders, omdat de derde na uitwinning wordt gesubrogeerd in de vordering op de schuldenaar.