Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/12.6.3
12.6.3 Commuun internationaal privaatrecht
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS414376:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Bertrams/Van der velden, Overeenkomsten, p. 11.
De Ly/Burggraaf, B attle of forms en internationale contracten, p. 51. Zie ook par. 12.2.
Het gekozen recht is mijns inziens op grond van het commune internationaal privaatrecht wel van toepassing, indien beide forumkeuzen hetzelfde recht van toepassing verklaren.
Zie hiervoor par. 12.6.1.
Rb. Rotterdam 14 mei 1998, NIPR 2001, 197.
Rb. Roermond 10 maart 1988, NIPR 1989, 139.
Rb. Rotterdam 14 mei 1998, NIPR 2001, 197; Rb. Utrecht 15 oktober 2003, NJF 2004, 73.
Hof Amsterdam 24 april 1997, NIPR 1999, 169; Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274; Rb. Arnhem 15 november 2001, NIPR 2002, 274.
Ten eerste dient de vraag te worden beantwoord welk recht de battle offorms beheerst, indien de forumkeuze valt binnen het toepassingsbereik van art. 8 Rv. Het EVO is ten deze niet toepasselijk. Art. 1 lid 2 sub e EVO sluit forumkeuze van het toepassingsbereik uit.1 Aangezien het in essentie gaat om de totstandkoming van wilsovereenstemming, zal de lex causae (het contractsstatuut) doorslaggevend zijn.2 De rechter gaat derhalve aan de hand van zijn internationaal privaatrecht na welk recht op de overeenkomst van toepassing is en oordeelt op grond van het aldus gevonden recht over de battle offorms. Door de rechtskeuzen die meestal eveneens strijdig zijn, bieden de rechtskeuzen geen oplossing.3 Daarom zal moeten worden teruggegrepen op het recht dat zonder de `battle offorms' van toepassing is op grond van de objectieve verwijzingsregels.4 Naar analogie dienen de art. 3 lid 4 en 8 EVO tot eenzelfde oplossing te leiden als onder art. 23 EEX-V°/17 Verdrag.
Voor overeenkomsten beheerst door Nederlands recht bestaat een verschil bij een battle offorms met art. 23 EEX-V°/17 Verdrag. Dat volgt zowel uit art. 6:225 BW als uit art. 19 Weens Koopverdrag 1980. Op grond van art. 6:225 lid 3 BW prevaleert het aanbod boven de afwijkende aanvaarding. In het aanbod hebben bijzondere bepalingen voorrang boven algemene bepalingen of verwijzingen naar andere stukken. De plaats van de forumkeuze (in de bijzondere of algemene stukken) is daarom van belang voor beoordeling van de battle of forms.5De forumkeuze in de algemene voorwaarden van het aanbod is geldig, mits aan de overige vereisten voor een forumkeuze is voldaan. De Rb. Roermond6 meent dat art. 6:225 lid 3 BW niet geldt in internationale verhoudingen. Mij is niet duidelijk waar de rechtbank zulks op baseert. De scope rule van art. 6:247 BW ziet niet op art. 6:225 lid 3 BW. Aard noch inhoud verzetten zich tegen toepassing in internationale betrekkingen.
Bij toepasselijkheid van het Weens Koopverdrag 1980 (zie art. 1 Weens Koopverdrag 1980) prevaleert de aanvaarding krachtens art. 19 lid 3 Weens Koopverdrag 1980. In het commune internationaal privaatrecht geldt derhalve de eerste oplossing: het aanbod is doorslaggevend voor totstandkoming van de overeenkomst over de bevoegde rechter, tenzij het Weens Koopverdrag 1980 van toepassing is.7 Uitgezonderd van de hoofdregel zijn internationale koopovereenkomsten waarop het Weens Koopverdrag 1980 van toepassing is. Ingevolge art. 19 lid 1 jo 3 Weens Koopverdrag 1980 beheerst de aanvaarding de overeenkomst met inbegrip van de forumkeuze.8