RFR 2024/99
Erfrecht. Moet de langstlevende echtgenoot zekerheid stellen voor voldoening van de niet-opeisbare vordering van de zoon uit de nalatenschap van erflater?
Hof Arnhem-Leeuwarden 14-05-2024, ECLI:NL:GHARL:2024:3287
- Instantie
Hof Arnhem-Leeuwarden
- Datum
14 mei 2024
- Magistraten
Mrs. J.G. Knot, H. Phaff, L. van Dijk
- Zaaknummer
200.323.975/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS974149:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Burgerlijk procesrecht / Beslag en executie
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHARL:2024:3287, Uitspraak, Hof Arnhem-Leeuwarden, 14‑05‑2024
- Wetingang
Essentie
Erfrecht.
Moet de langstlevende echtgenoot zekerheid stellen voor voldoening van de niet-opeisbare vordering van de zoon uit de nalatenschap van erflater?
Samenvatting
Appellant is een zoon van erflater. Hij is geboren uit diens tweede huwelijk. Erflater is in 1998 overleden en was op dat moment gehuwd met geïntimeerde (hierna te noemen: "de echtgenote"). Hij heeft bij testament tot zijn enige erfgenamen benoemd de echtgenote, de zoon en de kinderen die hij samen met de echtgenote had. In het testament is voorts een ouderlijke boedelverdeling opgenomen als bedoeld in art. 1167 OBW. Aan de echtgenote zijn ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.