NJB 2026/307:Medeplegen (poging) tot dwang door versturen van dreigbrieven om bedrijven te laten stoppen met faciliteren van bouw van windmolenparken, art. 284 lid 1 sub 1 Sr: herhaling en toepassing bestendig kader medeplegen. In casu kon het hof oordelen dat de verdachte in bewuste en nauwe samenwerking met een medeverdachte de in de bewezenverklaring genoemde brieven heeft verstuurd en dat de bijdrage van de verdachte in de voorbereiding en uitvoering van deze feiten van zodanig gewicht was dat hij als medepleger kan worden aangemerkt. Daartoe telt onder meer dat de verdachte dreigbrieven liet drukken – waarbij de wijze van instructie van de drukker erop duidt dat de verdachte kennis had van de illegale inhoud van het drukwerk –, met voormelde medeverdachte overlegde over de inhoud van de dreigbrieven, over het effect dat de inhoud van de brieven sorteerde en over naar welke bedrijven of personen deze brieven moesten worden gestuurd, terwijl de verdachte ook bijdroeg aan het achterhalen van de voor verzending van de dreigbrieven vereiste adressen en deze adressen aan voormelde medeverdachte doorgaf. Rollen medeplegers hoeven niet geheel gelijkwaardig te zijn. CAG: anders.