Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/4.4.3.2
4.4.3.2 De accountant dient na te gaan of het bestuursverslag overeenkomstig titel 9 Boek 2 BW is opgesteld, met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële onjuistheden bevat
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS302929:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Werkgroep toekomst accountantsberoep (2014), p. 7, 12 en 60 e.v.
Inconsistentie wil zeggen dat sprake is van informatie die strijdig is met informatie die is opgenomen in de gecontroleerde financiële overzichten.
Oosterhoff & Joling (2008 II), p. 114.
www.NBA.nl, HRA, voorbeeldteksten, versie oktober 2017, 0.1.1 Goedkeurende controleverklaring, 0.1.1.1 Voorbeeldtekst igv jaarrekening obv Titel 9 Boek 2 BW (geengeconsolideerde jaarrekening opgesteld).
Accountantskamer 12 februari 2010, LJN YH0078, JOR 2010/91, JT 2010- 29 (met annotatie Blokdijk).
De externe accountant dient te onderzoeken of het bestuursverslag overeenkomstig titel 9 Boek BW is opgesteld en met de jaarrekening verenigbaar is. Verenigbaar houdt in dat het bestuursverslag geen ander beeld mag oproepen dan de jaarrekening. Voorts dient de externe accountant vast te stellen of het bestuursverslag in het licht van de tijdens het onderzoek van de jaarrekening verkregen kennis en begrip omtrent de rechtspersoon en zijn omgeving materiële onjuistheden bevat (artikel 2:393 lid 3 BW). Dit laatste onderdeel is in 2015 nieuw toegevoegd als gevolg van de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening.1 De wetgever heeft het begrip ‘materieel’ in dit verband niet gedefinieerd. De invulling hiervan wordt overgelaten aan de Raad voor de Jaarverslaggeving en de NBA.2
In antwoord op kamervragen over het begrip materiele onjuistheden in deze context, heeft de minister van veiligheid en justitie het volgende geantwoord:3‘Gedacht kan worden aan informatie over risico’s en corporate governance, waaronder de in-control verklaring van het bestuur ten aanzien van de beheersing van de financiële verslaggevingsrisico’s’.
Er is sinds de wetswijziging in 2015 sprake van een ‘actieve onderzoeksverplichting’ voor de accountant om materiële onjuistheden in het bestuursverslag te signaleren.4 Voor invoering van deze wet was slechts sprake van een onderzoek van het bestuursverslag dat niet verder ging dan de eis tot toetsing van (1) de verenigbaarheid van het bestuursverslag met de jaarrekening, en (2) de opstelling van het bestuursverslag overeenkomstig Titel 9. De uitbreiding van de onderzoeksverplichting van de accountant vertaalt zich ook in een uitbreiding van de controleverklaring. Als gevolg van de Uitvoeringswet richtlijn jaarrekening is artikel 393 lid 5 sub g BW nieuw toegevoegd, inhoudende dat de accountant in zijn controleverklaring dient te vermelden of er materiële onjuistheden zijn geconstateerd in het bestuursverslag. De toevoeging aan de controleverklaring heeft tot gevolg dat de accountant zijn oordeel op grond van artikel 2:393 lid 6 BW tevens op het bestuursverslag baseert. Wanneer de accountant tijdens het onderzoek van het concept-bestuursverslag dat hem door het bestuur is voorgelegd, een materiële onjuistheid constateert, zal hij aan het bestuur moeten meedelen dat hij geen goedkeurende verklaring kan afleggen wanneer het concept niet wordt aangepast.5 Indien desondanks sprake blijft van een materiële onjuistheid, dient de accountant dit te vermelden in de accountantsverklaring (inclusief de aard van de onjuistheden) en dient hij te beoordelen of ondanks de onjuistheden sprake kan zijn van een goedkeurende verklaring.
Met de wijzigingen van artikel 2:393 lid 3 en 5 BW is gehoor gegeven aan het advies van de Werkgroep Toekomst Accountantsberoep om de rol van de controlerend accountant bij relevante delen van het bestuursverslag te verduidelijken. Conform de suggestie van de werkgroep is de rol van de accountant bij het bestuursverslag expliciet gemaakt. In het verleden lag de rol van de accountant bij het bestuursverslag meer impliciet besloten in het totaaloordeel.6
Volgens de NV COS mag het bestuursverslag geen van materieel belang zijnde inconsistenties7 bevatten (NV COS 720). Is sprake van een materiële inconsistentie, dan dient de accountant te bepalen of de gecontroleerde jaarrekening of andere informatie moet worden herzien. Weigert het management een dergelijke herziening door te voeren, dan dient de accountant te handelen conform NV COS 720. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, dient de accountant als volgt te handelen: het herzien van de oordeelsparagraaf van de controleverklaring, communiceren met management, communiceren met de raad van commissarissen, niet afgeven controle verklaring of teruggeven opdracht.
Voorts moet de accountant beoordelen of hetgeen het bestuur opmerkt naar zijn mening beantwoordt aan het gestelde in titel 9 Boek 2 BW. Indien sprake is van een beursgenoteerde onderneming, dient de accountant tot slot na te gaan of de voorgeschreven mededelingen en gegevens volgens de Nederlandse Corporate Governance Code, het Besluit artikel 10 van de Overnamerichtlijn en het Vaststellingsbesluit nadere voorschriften inhoud jaarverslag zijn opgenomen.8
De inhoud van de werkzaamheden blijkt ook wel uit de verklaring hierover. In het model controleverklaring van de NBA9 is een clausule opgenomen met de volgende strekking: Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvat het jaarverslag andere informatie, die bestaat uit: (i) het bestuursverslag en (ii) de overige gegevens. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie: (a) met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat en (b) alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW vereist is. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en onsbegrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Bestuursverslag in de jurisprudentie
Uit een uitspraak van de Accountantskamer volgen de volgende twee aanwijzingen met betrekking tot de controle van een bestuursverslag:
Indien een bestuursverslag niet aan de vereisten van artikel 2:391 BW voldoet maar niet strijdig is met de jaarrekening kan niet worden volstaan met de mededeling dat het bestuursverslag verenigbaar is met de jaarrekening, maar dient de accountant van een tekortkoming in het bestuursverslag in zijn verklaring melding te maken.
Van de accountant wordt verwacht dat, alvorens hij zijn accountantsverklaring opstelt en dateert, hij ervoor zorg draagt dat het bestuur van de betrokken entiteit het jaarverslag heeft ondertekend en gedateerd, zodat vaststaat dat het bestuur voor deze versie van het bestuursverslag de verantwoordelijkheid op zich neemt.10