HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:70, r.o. 3.5, NJ 2016/51
Rb. Noord-Nederland, 21-08-2024, nr. C/19/131097 / HA ZA 20-82
ECLI:NL:RBNNE:2024:3520
- Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
- Datum
21-08-2024
- Zaaknummer
C/19/131097 / HA ZA 20-82
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBNNE:2024:3520, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 21‑08‑2024; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBNNE:2024:3519, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 03‑07‑2024; (Eerste aanleg - meervoudig)
ECLI:NL:RBNNE:2022:5577, Uitspraak, Rechtbank Noord-Nederland, 21‑09‑2022; (Tussenuitspraak)
- Vindplaatsen
Computerrecht 2025/50 met annotatie van J. van Helden
NTHR 2024/72, 235
Uitspraak 21‑08‑2024
Inhoudsindicatie
Herstelvonnis m.b.t. artikelnummer
Partij(en)
RECHTBANK Noord-Nederland
Civiel recht
zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/19/131097 / HA ZA 20-82
HERSTELVONNIS van 21 augustus 2024
in de zaak van
1. ENVIEM HOLDING B.V.,
te Harderwijk, 2. ENVIEM B.V.,
te Harderwijk, 3. TRANSNATIONAL BLENDERS B.V.,
te Dordrecht, 4. ENVIEM RETAIL HOLDING B.V.,
te Harderwijk, 5. ENVIEM RETAIL NEDERLAND B.V.,
te Harderwijk, 6. ENVIEM RETAIL B.V.,
te Harderwijk, 7. FASE FACILITY SERVICES B.V,
te Harderwijk, 8. OLIEHANDEL NEDERLAND B.V.,
te Harderwijk, 9. MAIN B.V.,
te Amsterdam, 10. ENVIEM WHOLESALE HOLDING B.V.,
te Den Helder,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
hierna samen te noemen: Enviem c.s.,
advocaat mr. A.W. Duthler te 's-Gravenhage,
tegen
1. I-BEHEER ICT B.V.,
te Coevorden, hierna ook te noemen: I-Beheer, 2. I-BEHEER GROEP B.V.,
te Coevorden,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
hierna samen te noemen: I-Beheer c.s.,
advocaat mr. G.A.C. van den Hout te Groningen.
1. De procedure
1.1.
Bij brief van 5 juli 2024 heeft I-Beheer de rechtbank verzocht om verbetering van het op 3 juli 2024 in deze zaak gewezen vonnis. Volgens I-Beheer staat in het dictum van het vonnis een kennelijke fout. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.25 van het vonnis geoordeeld dat de wettelijke handelsrente op grond van artikel 6:119a BW zal worden toegewezen terwijl in het dictum onder de punten 3.7 tot en met 3.10 de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW is toegewezen.
1.2.
Enviem c.s. heeft, in reactie op dit verzoek van I-Beheer, de rechtbank per brief van 8 juli 2024 gevraagd om het vonnis onder de punten 3.2 en 3.3 te verbeteren. Enviem c.s. meent dat het dictum onder 3.2 en 3.3 een kennelijke fout bevat omdat de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW had moeten worden toegewezen.
1.3.
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld zich over de wederzijdse correctieverzoeken uit te laten.
1.4.
I-Beheer heeft per brief van 10 juli 2024 aangevoerd dat voor toewijzing van het correctieverzoek van Enviem c.s. geen grond bestaat.
1.5.
Enviem c.s. heeft vervolgens per brief van 12 juli 2024 bezwaren aangevoerd tegen toewijzing van het correctieverzoek van I-Beheer.
2. De verdere beoordeling
in conventie
2.1.
Het verzoek tot van Enviem c.s. tot verbetering van het vonnis zal worden afgewezen omdat geen sprake is van een fout. De wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW heeft alleen betrekking op de primaire betalingsverplichting uit een handelsovereenkomst, dat wil zeggen de geldelijke tegenprestatie voor geleverde diensten op grond van een handelsovereenkomst, en niet op andere geldelijke verplichtingen zoals die uit onverschuldigde betaling.
in reconventie
2.2.
De rechtbank heeft geconstateerd het vonnis van 3 juli 2024 onder de punten 3.7 tot en met 3.10 inderdaad een kennelijke fout bevat. De door rechtbank toegewezen bedragen hebben, zoals volgt uit r.o. 2.23, betrekking op openstaande factuurbedragen. Onder r.o. 2.25 van het vonnis is geoordeeld dat de gevorderde wettelijke handelsrente toewijsbaar op grond van artikel 6:119a BW. Dat in het dictum vervolgens de letter ‘a’ bij de vermelding van het wetsartikel ontbreekt, is dan ook een voor een ieder kenbare kennelijke fout. De rechtbank merkt daarbij op dat ook de rente als bedoeld in artikel 6:119a BW “wettelijke rente” is, aangezien deze rechtstreeks voortvloeit uit de wet. Dat in de praktijk ook wel gesproken wordt van handelsrente om een onderscheid te maken ten opzichte van de ‘gewone’ rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, maakt dat niet anders.
De kennelijke fout leent zich voor eenvoudig herstel, waartoe de rechtbank zal overgaan op de wijze als hierna vermeld.
3. De beslissing in conventie en in reconventie
De rechtbank
3.1.
wijst het verzoek van Enviem c.s. tot verbetering van het vonnis af.
3.2.
verbetert het tussen partijen gewezen vonnis van 3 juli 2024 in die zin, dat in het dictum onder 3.7 tot en met 3.10 in plaats van ‘artikel 6:119 BW’ steeds moet worden gelezen ‘artikel 6:119a BW’,
3.3.
bepaalt dat deze verbetering zal worden gehecht aan de minuut van het vonnis van3 juli 2024,
Voor het overige blijft het vonnis van 3 juli 2024, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Deze verbetering is aangebracht door mrs. L. Groefsema, voorzitter, C.J.R. de Locht en S. van Gessel en uitgesproken op 21 augustus 2024 door mr. S. van Gessel in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.M.N. Baurdoux.
Uitspraak 03‑07‑2024
Inhoudsindicatie
Eindvonnis na bewijsopdracht
Partij(en)
RECHTBANK Noord-Nederland
Civiel recht
zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/19/131097 / HA ZA 20-82
Vonnis van 3 juli 2024
in de zaak van
1. ENVIEM HOLDING B.V.,
te Harderwijk, 2. ENVIEM B.V.,
te Harderwijk, 3. TRANSNATIONAL BLENDERS B.V.,
te Dordrecht, 4. ENVIEM RETAIL HOLDING B.V.,
te Harderwijk, 5. ENVIEM RETAIL NEDERLAND B.V.,
te Harderwijk, 6. ENVIEM RETAIL B.V.,
te Harderwijk, 7. FASE FACILITY SERVICES B.V,
te Harderwijk, 8. OLIEHANDEL NEDERLAND B.V.,
te Harderwijk, 9. MAIN B.V.,
te Amsterdam, 10. ENVIEM WHOLESALE HOLDING B.V.,
te Den Helder,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
hierna samen te noemen: Enviem c.s.,
advocaat mr. A.W. Duthler te 's-Gravenhage,
tegen
1. I-BEHEER ICT B.V.,
te Coevorden, hierna ook te noemen: I-Beheer, 2. I-BEHEER GROEP B.V.,
te Coevorden,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
hierna samen te noemen: I-Beheer c.s.,
advocaat mr. G.A.C. van den Hout te Groningen.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 21 september 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte uitlating bewijslevering met producties 120 en 121 van I-Beheer c.s. van 5 oktober 2022;
- de akte uitlating bewijslevering (houdende opgave van getuigen en verhinderdata) van Enviem c.s. van 5 oktober 2022;
- de (aanvullende) akte uitlaten bewijslevering, met producties I en II.A tot en met II.G van Enviem c.s. van 9 december 2022;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor (enquête zijdens Enviem c.s. alsmede enquête zijdens I-Beheer c.s.) van 9 december 2022;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor (contra-enquête zijdens Enviem c.s.) van 21 maart 2023;
- de op 30 maart 2023 ontvangen beter leesbare versie van productie 24A van Enviem c.s.
- de akte uitlaten enquête tevens verzoek tot bevel overleggen van bescheiden, met productie I-H, van Enviem c.s. van 19 april 2023;
- de akte uitlaten enquête, met productie 122 van I-Beheer c.s. van 19 april 2023;
- de antwoordakte (tevens houdende wijziging van het verzoek tot bevel overleggen van bescheiden) met productie III van Enviem c.s. van 17 mei 2023;
- de antwoordakte met producties 123 tot en met 127 van I-Beheer c.s. van 17 mei 2023;
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
in conventie
2.1.
Verwezen en overgenomen wordt hetgeen in het vonnis van 21 september 2022 is overwogen en beslist, zulks met uitzondering van een correctie als hierna vermeld onder overweging nummer 2.10.
2.2.
Bij tussenvonnis van 21 september 2022 heeft de rechtbank Enviem c.s. opgedragen om te bewijzen
- -
dat de facturen met nummers 608385 en 608431 ten bedrage van € 8.668,44, beide gericht aan Enviem B.V., betrekking hebben op één en dezelfde levering;
- -
dat de facturen 609145, 609353, 609543, 609749, 609913 en 610079 zijn voldaan zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond, in het bijzonder dat geen SLA Gold overeenkomst tot stand is gekomen.
Beoordeeld moet nu worden of Enviem c.s. in de bewijsopdracht is geslaagd.
Ten aanzien van de gestelde dubbele facturatie voor dezelfde levering
2.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is Enviem c.s. er niet in geslaagd om te bewijzen dat de facturen met nummers 608385 en 608431 betrekking hebben op één en dezelfde levering. Dat volgt namelijk niet uit de door haar overgelegde bewijsstukken en ook niet uit de getuigenverklaringen.
2.4.
Enviem c.s. stelt aan de hand van de door haar overgelegde stukken dat de factuur met nummer 608431 van 11 februari 2019 niet is voorzien van een goedkeuringsparaaf en dus niet betaald had mogen worden, en dat het bij Enviem regel was dat voor een dergelijke bestelling nooit mondeling opdracht mocht worden gegeven. Deze bevoegdheidsbeperking heeft echter betrekking op de interne verhoudingen binnen Enviem en laat onverlet dat wel degelijk twee (of meer) soortgelijke bestellingen van zes stuks desktop pc’s kunnen hebben plaatsgevonden.
2.5.
De facturen 608385 en 608431 dateren van 8 februari respectievelijk 11 februari 2019. Enviem c.s. wijst er op dat 8 februari 2019 viel op een vrijdag en 11 februari op een maandag, dat tussen deze data geen werkdagen zitten en dat op beide facturen dezelfde omschrijving staat (namelijk: 6 desktop pc’s met Microsoft Office pakket en een licentie voor Kaspersky antivirusbeveiliging). I-Beheer voert aan, onder overlegging van interne administratie, dat het ging om twee verschillende spoedleveringen van, beide keren, zes pc’s. De verklaringen van de door Enviem c.s. opgeroepen getuigen bevestigen dit verweer van I-Beheer. Zo verklaart getuige [naam 1] , manager procurement van Enviem Retail B.V. dat Enviem op 8 februari 2019 een order heeft geplaatst om zes pc’s te leveren en dat zij op 11 februari 2019 een tweede order heeft geplaatst van zes pc’s, en dat de twaalf pc’s zijn geleverd in Dordrecht bij Transnational Blenders B.V. Ook uit de verklaring van getuige [naam 2] , destijds finance manager bij Enviem Holding, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de facturen van vrijdag 8 februari 2019 en maandag 11 februari 2019 betrekking hadden op twee verschillende leveringen. [naam 2] verklaart, voor zover hier relevant, als volgt (vetdruk rechtbank):
“Ik was tot 30 december 2019 in dienst bij Enviem Holding in de functie van finance manager. Vanuit mijn functie was ik mede verantwoordelijk voor de ICT binnen Transnational Blenders B.V. in Dordrecht. We waren eind 2018 bezig met het live gaan van een nieuwe Enterprise resource planning (ERP). Daar was ik de projectleider van, samen met een externe kracht. We zijn in december 2018 live gegaan. Kort daarna ontstonden problemen met de ICT voorziening. Dat escaleerde in januari 2019. Er waren grote problemen met de bedrijfsvoering doordat de vertaling naar productieplanning problemen met zich mee bracht. Er waren computers uitgevallen. Ik heb de problemen aangekaart in een e-mail aan onze CFO. Daarnaast heb ik dezelfde middag I-Beheer gebeld vanwege de spoed en calamiteit die was ontstaan met de computers. Er moesten een aantal pc’s met spoed vervangen worden. Hoeveel weet ik niet meer. Of het er 12 of 18 zijn geweest, dat weet ik niet. De nood was hoog. Als ik het me goed herinner, heeft I-Beheer de pc’s direct geleverd en geïnstalleerd. Daarmee waren de problemen op dat punt opgelost voor dat moment.
Er is niet een specifieke persoon vanuit Enviem geweest die de door I-Beheer geleverde pc’s in ontvangst heeft genomen. Wellicht is [naam 3] erbij geweest, maar dat weet ik niet.
I-Beheer heeft de pc’s op ons verzoek met spoed geïnstalleerd.
Op vragen van mevrouw mr. Duthler antwoord ik als volgt:
In Dordrecht bij Transnational Blenders B.V. bevinden zich tussen de 20 en 30 werkstations. Volgens mij moesten alle werkplekken vervangen worden. Alle pc’s die in Dordrecht op het hoofdkantoor en op de planning aanwezig waren waar een tool opdraaide met betrekking tot takentoewijzing, moesten vervangen worden. Het zullen er 12 of 18 zijn geweest, dat weet ik niet precies.
Op uw vraag of het laptops of desktops betroffen, antwoord ik dat ik niet meer weet. De tool met takentoewijzing stond niet op alle pc’s. Ik heb de opdracht tot levering van de pc’s telefonisch aan I-Beheer verstrekt. Dat was op een vrijdag, volgens mij de vrijdag voor het derde weekend van januari 2019. Er was een noodsituatie, ik moest geholpen worden, vandaar dat er telefonisch was besteld. Er was sprake van een bepaalde vorm van paniek.
Op uw vraag hoe het kan dat de offertes in februari zijn verstuurd, antwoord ik dat ik dat niet weet.”
Uit deze verklaring volgt dat de pc’s met grote spoed zijn geleverd na telefonische bestelling door finance manager [naam 2] , en dat het in totaal om 12 of 18 stuks ging. De rechtbank acht het niet onaannemelijk dat de heer [naam 2] daarbij doelde op het weekend van vrijdag 8 februari 2019 omdat hij niet zeker was van de precieze datums toen hij verklaarde ‘volgens mij de vrijdag voor het derde weekend van januari 2019’.
2.6.
Enviem c.s. wijst er op dat getuige [naam 1] verklaart dat er 12 pc’s waren geleverd door I-Beheer, terwijl er 18 pc’s waren gefactureerd. Enviem c.s. overlegt bij haar Akte Uitlating Enquête een derde factuur, genummerd 608455 van 22 februari 2019 waarop wederom zes desktop pc’s in rekening worden gebracht. Voor die derde levering van zes pc’s is volgens Enviem c.s. geen ticket aangemaakt voor installatie-uren. I-Beheer betwist dit, en verwijst naar het ticketnummer op factuur 608455. Volgens I-Beheer zijn in totaal 18 pc’s geleverd. De rechtbank constateert dat de getuigen [naam 2] en Van [naam 1] spreken over “12 of 18 pc’s” zodat ook op dit punt niet is gebleken van onterechte facturatie. Wat daar verder ook van zij, Enviem c.s. heeft de derde factuur (608455) niet aan haar vordering tot terugbetaling van € 8.668,44 ten grondslag gelegd en de bewijsopdracht heeft daar ook geen betrekking op. De rechtbank gaat daarom verder aan dit betoog voorbij.
2.7.
Enviem c.s. heeft niet bewezen dat de facturen met nummers 608385 en 608431 betrekking hebben op één en dezelfde levering. Nu de onverschuldigdheid van de betaling niet is komen vast te staan, zal de rechtbank de vordering tot betaling aan Enviem Holding B.V. van € 8.668,44 afwijzen.
Ten aanzien van de SLA Gold
2.8.
De facturen met nummers 609145, 609353, 609543, 609749, 609913 en 610079 hebben blijkens de omschrijving op de factuur betrekking op SLA Gold voor 17 servers. De afkorting ‘SLA’ staat voor Service Level Agreement. Naar het oordeel van de rechtbank is Enviem c.s. er niet in geslaagd om te bewijzen dat de genoemde facturen zijn voldaan zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond, in het bijzonder dat geen SLA Gold overeenkomst tot stand is gekomen. Uit de verklaring van getuige [naam 2] , destijds finance manager bij Enviem Holding, volgt juist het tegendeel. Uit zijn verklaring volgt dat [naam 2] de SLA Gold overeenkomst mondeling heeft afgesloten met I-Beheer ten behoeve van de 17 lokale servers bij Transnational Blenders. Voor zover Enviem c.s. heeft willen betogen dat interne bevoegdheidsbeperkende regels in de weg stonden aan de totstandkoming van de SLA Gold overeenkomst, is het volgende van belang. De heer [naam 2] was de finance manager binnen het Enviem-concern en was, zo verklaart getuige Van [naam 1] , verantwoordelijk voor de ICT. De facturen voor de SLA Gold overeenkomst zijn door [naam 2] geaccordeerd, zo verklaart hij. Deze werden vervolgens voldaan. Ook na het vertrek van [naam 2] , in april 2019, werden de maandelijkse facturen voor de SLA Gold overeenkomst zonder protest betaald. De verdere betaling van de SLA Gold facturen werd pas gestaakt nadat Enviem in oktober 2019 getroffen werd door de ransomware aanval en daarover tussen partijen een conflict ontstond. Onder deze omstandigheden mocht I-Beheer redelijkerwijze aannemen dat aan [naam 2] een toereikende volmacht was verleend om de SLA Gold overeenkomst mondeling aan te gaan. Eventuele interne bevoegdheidsbeperkende regels van Enviem c.s. en interne wensen om de schriftelijke overeenkomst niet te ondertekenen, doen dan ook niets af aan de mondelinge totstandkoming van de SLA Gold overeenkomst. In elk geval kan uit geen van de getuigenverklaringen en door Enviem c.s. overgelegde bewijsstukken worden afgeleid dat de facturen voor de SLA Gold zijn voldaan zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond.
2.9.
De totale vordering onder punt 4. van het petitum met betrekking tot Transnational Blenders B.V. bedraagt € 25.782,08 inclusief btw, te weten € 1.715,18 terzake van een beweerde dubbele betaling van factuur nummer 609805, en € 24.066,90 terzake van betaalde SLA Gold-facturen (nummers 609145, 609353, 609543, 609749, 609913 en 610079). Ten aanzien van de vordering van € 1.715,18 heeft de rechtbank reeds onder rechtsoverweging 4.38 van het tussenvonnis van 21 september 2022 geoordeeld dat deze zal worden afgewezen. Nu niet is komen vast te staan dat de SLA Gold-facturen onverschuldigd zijn betaald, zal de rechtbank ook de vordering tot terugbetaling aan Transnational Blenders B.V. van € 24.066,90 afwijzen.
Correctie rechtsoverweging 4.36 tussenvonnis.
2.10.
Factuur nummer 607207 ten bedrage van € 22.487,85 is tweemaal aan I-Beheer betaald. I-Beheer heeft dat erkend. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 21 september 2022 onder rechtsoverweging 4.36 geoordeeld dat de vordering tot terugbetaling van € 22.487,85 toewijsbaar is aan Transnational Blenders B.V. Dat is echter niet de juiste vennootschap aan wie moet worden terugbetaald. De eerste betaling van het factuurbedrag op 28 september 2018 was afkomstig van Transnational Blenders en vond verschuldigd plaats; het was de tweede betaling van dezelfde factuur op 1 november 2018 die onverschuldigd heeft plaatsgevonden. De vordering moet daarom worden toegewezen niet aan Transnational Blenders maar aan Enviem Retail B.V. zoals Enviem c.s. heeft gevorderd. De rechtbank acht het gezien de aard van de misslag, waarbij zij per abuis de onjuiste vennootschap heeft vermeld, niet noodzakelijk om partijen in de gelegenheid te stellen zich eerst nog over deze onjuiste feitelijke grondslag van het tussenvonnis uit te laten. De rechtbank zal de misslag corrigeren in de onderhavige eindbeslissing door toewijzing van € 22.487,85 aan Eviem Retail B.V. in plaats van aan Transnational Blenders B.V.
Slotsom in conventie
2.11.
Onder verwijzing naar het tussenvonnis van 21 september 2022 en hetgeen in het onderhavig vonnis is overwogen, zullen de volgende vorderingen worden toegewezen:
€ 50.000,00 € 50.000,00 aan Enviem B.V. als vergoeding van schade ten gevolge van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de netwerkbeheerovereenkomst.
De vertragingsrente over dit bedrag is op grond van het bepaalde in artikel 6:119 van het Burgerlijk Wetboek (BW) toewijsbaar vanaf 12 oktober 2019. Het betreft de gewone wettelijke rente en niet de door Enviem c.s. gevorderde handelsrente. De wettelijke handelsrente als bedoeld in art. 6:119a BW heeft uitsluitend betrekking op verplichtingen tot betaling uit handelsovereenkomsten. Een verplichting tot vergoeding van schade kan daartoe niet worden gerekend. Nu Enviem c.s. de wettelijke handelsrente heeft gevorderd, dient te worden aangenomen dat zij tevens aanspraak maakt op het mindere, te weten de wettelijke rente. Deze komt op de voet van art. 6:119 BW voor vergoeding in aanmerking.1.
€ 11.184,44 € 11.184,44 aan Enviem Holding B.V. met betrekking tot de dubbel betaalde factuur met nummer 607279. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW zal worden toegewezen met ingang van de datum van onverschuldigde betaling, te weten 19 november 2018 zoals volgt uit de als productie 19 door Enviem c.s. overgelegde rekeningafschriften.
€ 11.184,44 € 22.487,85 aan Enviem Retail B.V. met betrekking tot de dubbel betaalde factuur met nummer 607207. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW is toewijsbaar vanaf 1 november 2018.
Ten aanzien van het verzochte bevel tot overleggen van boeken, bescheiden en geschriften
2.12.
Enviem c.s. verzoekt de rechtbank om op grond van artikel 162 Rv of artikel 22 Rv I-Beheer te bevelen om ongefilterde overzichten uit haar ticketingsysteem te overleggen over de jaren 2017, 2018 en 2019, bij voorkeur gerelateerd aan de facturen waarmee de ticketnummers zijn verrekend. Enviem meent dat I-Beheer uren dubbel heeft gefactureerd, namelijk één keer onder de noemer ‘netwerkbeheercontract’ en één keer onder de noemer ‘strippenkaarten’, en stelt in bewijsnood te verkeren. Enviem stelt dat als de inhoud van de te verstrekken overzichten daartoe aanleiding geeft, zij in een volgende akte “mogelijk haar eis [zal] willen wijzigen”.
De rechtbank zal dit verzoek van Enviem c.s. niet honoreren omdat de informatie die Enviem c.s. met het gevraagde bevel wenst te verkrijgen niet noodzakelijk is voor de beoordeling van de vorderingen die zijn ingesteld in de onderhavige procedure.
in reconventie
2.13.
Verwezen en overgenomen wordt hetgeen in het vonnis van 21 september 2022 is overwogen en beslist.
2.14.
Naast de overeenkomst voor netwerkbeheer, waarbij I-Beheer op basis van een vooraf vastgesteld aantal uren werkzaamheden voor Enviem c.s. verrichtte, nam Enviem c.s. werkuren af bij I-Beheer op basis van zogenoemde strippenkaarten. Een strippenkaart vanI-Beheer bestaat uit 100 uren, die door de klant vooraf worden afgenomen en betaald, en waar de door I-Beheer gewerkte uren vervolgens van worden afgeschreven. (r.o. 2.8 tussenvonnis). I-Beheer heeft in de periode augustus tot en met november 2019 vijfmaal een strippenkaart in rekening gebracht aan Enviem. Het betreft de facturen met nummers 609800, 609960, 610284, 610432 en 610468, totaal ten bedrage van € 38.659,50. I-Beheer vordert betaling van deze facturen. In haar tussenvonnis van 21 september 2022 heeft de rechtbank I-Beheer c.s. opgedragen om te bewijzen dat Enviem B.V. de strippenkaarten als vermeld op de genoemde facturen heeft afgenomen.
2.15.
I-Beheer heeft in dat kader een akte uitlating bewijs genomen met daarbij producties 120 en 121. Daarnaast heeft I-Beheer als getuige laten horen de heer [naam 4] , servicedeskmedewerker bij I-Beheer. Enviem heeft in contra-enquête de heren [naam 5] en [naam 6] laten horen en heeft eveneens producties overgelegd.
2.16.
I-Beheer heeft als productie 121 een overzicht in het geding gebracht van alle strippenkaarttickets van 2019. Naar haar zeggen bevat dit overzicht uitsluitend strippenkaarttickets. Volgens I-Beheer gaat het in totaal om 1.798,53 strippenkaarturen over 2019. I-Beheer heeft onweersproken gesteld dat zij in totaal negentien strippenkaarten heeft gefactureerd, dus totaal 1900 uren. Ten aanzien van het verschil (101,47 uren) stelt I-Beheer dat het “de meest logische verklaring [is] dat Enviem voor ongeveer een strippenkaart ‘in het rood’ stond bij I-Beheer”.Enviem c.s. betwist niet dat de werkzaamheden als vermeld op dit overzicht zijn verricht. Zij voert aan dat een aantal posten op het ticketoverzicht al afzonderlijk is gefactureerd en dus niet mag meetellen voor de strippenkaarturen. Daarnaast voert Enviem aan dat op het ticketoverzicht werkzaamheden staan vermeld die onder de netwerkbeheer-overeenkomst vielen en die dus niet ten laste van een strippenkaart in rekening mogen worden gebracht.
2.17.
De rechtbank constateert dat I-Beheer geen opgave heeft gedaan van de strippenkaartwerkzaamheden uitgesplitst per factuur met nummers 609800, 609960, 610284, 610432 en 610468. In plaats daarvan heeft I-Beheer volstaan met een opgave van alle werkzaamheden die, volgens I-Beheer, in heel 2019 als strippenkaarturen zijn gewerkt. In totaal zijn in 2019 negentien strippenkaarten (1900 uren) gefactureerd, en I-Beheer vordert betaling van de laatste vijf facturen (500 uren). De gekozen wijze van bewijslevering leidt er toe dat de vordering met betrekking tot de vijf betwiste strippenkaartfacturen slechts toewijsbaar kan zijn indien en voor zover vast komt te staan dat I-Beheer in 2019 meer dan 1400 strippenkaarturen heeft gewerkt. Naar het oordeel van de rechtbank volgt dat echter niet uit het door I-Beheer aangedragen bewijs.
2.18.
De rechtbank neemt ten eerste in aanmerking dat I-Beheer 1900 strippenkaarturen heeft gefactureerd terwijl uit haar eigen overzicht al volgt dat hooguit 1798,53 uren strippenkaartwerkzaamheden zijn verricht. I-Beheer gaat er veronderstellenderwijs van uit dat Enviem voor ongeveer een strippenkaart ‘in het rood’ zal hebben gestaan bij I-Beheer. De rechtbank gaat daaraan voorbij omdat I-Beheer geen feiten aanvoert die deze veronderstelling zouden kunnen dragen.
2.19.
De rechtbank is ten tweede van oordeel, na nauwgezette bestudering van productie 121, dat in het ticketoverzicht inderdaad werkzaamheden staan vermeld die vermoedelijk onder de netwerkbeheerovereenkomst vallen zoals Enviem heeft aangevoerd, en dat in ieder geval niet is komen vast te staan dat ze onder de strippenkaarten gedeclareerd mochten worden. Zo staan op het overzicht werkzaamheden vermeld onder de noemer ‘preventief onderhoud op locatie’ en ‘preventief onderhoud op afstand’, ‘PO op locatie’, ‘Enviem PO op locatie’ en ‘Onderhoud: Prestatiecontrole en ticketoverzicht’. Zonder nadere toelichting van I-Beheer, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom deze onderhoudswerkzaamheden onder de strippenkaarten zouden vallen. I-Beheer verwijst weliswaar naar een emailbericht van [naam 2] van 7 januari 2016 waarin wordt vermeld dat eventueel wat extra preventieve uren kunnen worden omgezet naar een strippenkaart, maar daaruit volgt niet dat de in productie 121 genoemde preventieve onderhoudsuren ‘extra’ waren bovenop de normale onderhoudsuren van de netwerkbeheerovereenkomst. Dat volgt ook niet uit de getuigenverklaringen. Ook van de ‘standby’ uren en de uren voor het bijwerken van de Kaspersky omgeving die op het ticketoverzicht staan vermeld, valt niet in te zien waarom deze onder strippenkaarturen zouden vallen in plaats van onder de netwerkbeheerovereen-komst.
2.20.
Naar het oordeel van de rechtbank is I-Beheer niet geslaagd in de bewijsopdracht. Uit het overgelegde ticketoverzicht is voor de rechtbank niet af te leiden dat I-Beheer in 2019 meer dan 1400 strippenkaarturen heeft gewerkt. Ook uit de getuigenverklaringen blijkt dat niet. Nu niet is komen vast te staan dat Enviem B.V. de strippenkaarten als vermeld op de facturen 609800, 609960, 610284, 610432 en 610468 heeft afgenomen, zal dit deel van de vordering ten bedrage van € 38.659,50 worden afgewezen.
2.21.
Of I-Beheer daarnaast een aantal tickets als vermeld op het overzicht separaat heeft gefactureerd en dus ten onrechte dubbel claimt, zoals Enviem in haar laatste akte heeft aangevoerd – en waarop I-Beheer nog niet heeft kunnen reageren – behoeft daarom geen bespreking.
Geen opheffing beslag
2.22.
I-Beheer vordert opheffing van het door Enviem c.s. gelegde conservatoire beslag. Zij stelt dat Enviem beslag heeft gelegd onder de Rabobank en de ABN Amrobank waar I-Beheer rekeningen aanhoudt. Uit het onderhavige vonnis volgt echter dat de vordering van Enviem c.s. in conventie significant hoger is dan de vordering van I-Beheer B.V. in reconventie. Voor algehele opheffing bestaat naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen grond. I-Beheer heeft niet aangegeven voor welk bedrag de gelegde beslagen doel hebben getroffen. De rechtbank ziet daarom ook geen grond voor een gedeeltelijke opheffing van de gelegde beslagen. De vordering zal worden afgewezen.
Slotsom in reconventie
2.23.
Onder verwijzing naar het tussenvonnis van 21 september 2022 en hetgeen in het onderhavig vonnis is overwogen, zijn de, behoudens de hierna onder 2.24 te noemen verrekening, de volgende bedragen toewijsbaar:
€ 5.242,11 € 5.242,11 ten laste van Enviem B.V. ter zake van de facturen 610477, 610479, 610478, 610475, 610476, 610297, 610709 en 610466;
€ 5.242,11 € 5.406,60 ten laste van Enviem Retail Nederland B.V. ter zake van facturen genummerd 610064, 610364, 610576, 610871 en IB 610987;
€ 5.242,11 € 334,11 ten laste van Transnational Blenders B.V. ter zake van de facturen 610352, 610564, 610859, IB 610978, 610187, 610374, 610587, 610882 en IB610996 (restant na verrekening inzake iVanti);
€ 5.242,11 en daarnaast € 17.147,16 ten laste van Transnational Blenders B.V. ter zake van de facturen 610376, 610589, 610884 en IB 610998;
€ 5.242,11 € 1.559,28 ten laste van Fase Facility Services B.V. ter zake van de facturen 610544, 610838 en IB 610966
2.24.
I-Beheer vermeldt in haar conclusie van eis in reconventie dat een bedrag groot € 10.299,28 door middel van verrekening in mindering moet worden gebracht op haar vordering omdat zij enkele facturen had moeten crediteren. I-Beheer heeft bij de formulering van haar eis in reconventie geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende vennootschappen Enviem en heeft alle vorderingen wegens onbetaald gelaten facturen op één hoop gegooid. De rechtbank zal daarom het bedrag van € 10.299,28 pro rato op de verschillende toe te wijzen bedragen in mindering brengen, zodat de volgende bedragen worden toegewezen:
€ 3.423,61 € 3.423,61 ten laste van Enviem B.V.
€ 3.423,61 € 3.531,04 ten laste van Enviem Retail Nederland B.V.
€ 3.423,61 € 11.416,97 ten laste van Transnational Blenders B.V.
€ 3.423,61 € 1.018,36 ten laste van Fase Facility Services B.V.
2.25.
De gevorderde wettelijke handelsrente is toewijsbaar op grond van artikel 6:119a BW. Omdat I-Beheer geen eerdere ingangsdatum van de renteperiode heeft gevorderd en uit haar stellingen ook geen concrete ingangsdatum is te herleiden, zal de rechtbank de rente toekennen met ingang van 15 juli 2020, te weten de datum dat de eis in reconventie is ingesteld.
Buitengerechtelijke incassokosten
2.26.
I-Beheer vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Uit haar stellingen volgt echter niet dat I-Beheer, behoudens één ingebrekestelling, buitengerechtelijke incassohandelingen heeft verricht of daarvoor kosten heeft gemaakt, en ook niet dat zij de vordering ter incasso uit handen heeft gegeven zoals artikel 2.6 van haar algemene voorwaarden vereist alvorens aanspraak te kunnen maken op vergoeding van incassokosten. De vordering inzake buitengerechtelijke incassokosten zal daarom worden afgewezen.
In conventie en in reconventie
Proceskosten
2.27.
Enviem c.s. hebben naast I-Beheer ICT B.V. ook I-Beheer Groep B.V. gedagvaard zonder een vordering in te stellen tegen laatstgenoemde vennootschap. Zoals de rechtbank bij tussenvonnis reeds heeft geoordeeld, zal Enviem c.s. daarom worden veroordeeld in de kosten van de procedure van I-Beheer Groep B.V. welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.
Omdat partijen voor het overige, zowel in conventie alsook in reconventie, over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de proceskosten tussen hen compenseren, in die zin dat elke partij zijn eigen proceskosten draagt.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie
3.1.
veroordeelt I-Beheer ICT B.V. tot betaling van schadevergoeding ten bedrage van € 50.000,00 aan Enviem B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening,
3.2.
veroordeelt I-Beheer ICT B.V. tot betaling van € 11.184,44 aan Enviem Holding B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 19 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening,
3.3.
veroordeelt I-Beheer ICT B.V. tot betaling van € 22.487,85 aan Enviem Retail B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 1 november 2018 tot aan de dag der algehele voldoening,
3.4.
verklaart de veroordelingen onder 3.1, 3.2, en 3.3 uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
verklaart Enviem Retail Holding B.V., Enviem Retail Nederland B.V. en Oliehandel Nederland B.V. niet-ontvankelijk,
3.6.
veroordeelt Enviem c.s. in de kosten van de procedure van I-Beheer Groep B.V., tot op heden begroot op nihil.
in reconventie
3.7.
veroordeelt Enviem B.V. tot betaling van € 3.423,61 aan I-Beheer ICT B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.8.
veroordeelt Enviem Retail Nederland B.V. tot betaling van € 3.531,04 aan I-Beheer ICT B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.9.
veroordeelt Transnational Blenders B.V. tot betaling van € 11.416,97 aan I-Beheer ICT B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.10.
veroordeelt Fase Facility Services B.V. tot betaling van € 1.018,36 aan I-Beheer ICT B.V. te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 15 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.11.
verklaart de veroordelingen onder 3.7, 3.8, 3.9 en 3.10 uitvoerbaar bij voorraad;
in conventie en in reconventie
3.12.
compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij zijn eigen kosten draagt;
3.13.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. L. Groefsema, voorzitter, C.J.R. de Locht en S. van Gessel en uitgesproken op 3 juli 2024 door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.M.N. Baurdoux.
svg
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 03‑07‑2024
Uitspraak 21‑09‑2022
Inhoudsindicatie
Aansprakelijkheid van de netwerkbeheerder voor schade ten gevolge van een ransomware aanval. Aansprakelijkheidsbeperking in algemene voorwaarden niet onredelijk.
Partij(en)
RECHTBANK Noord-Nederland
Civiel recht
zittingsplaats Assen
Zaaknummer: C/19/131097 / HA ZA 20-82
Vonnis van 21 september 2022
in de zaak van
1. ENVIEM HOLDING B.V.,
te Harderwijk, 2. ENVIEM B.V.,
te Harderwijk, 3. TRANSNATIONAL BLENDERS B.V.,
te Dordrecht, 4. ENVIEM RETAIL HOLDING B.V.,
te Harderwijk, 5. ENVIEM RETAIL NEDERLAND B.V.,
te Harderwijk, 6. ENVIEM RETAIL B.V.,
te Harderwijk, 7. FASE FACILITY SERVICES B.V,
te Harderwijk, 8. OLIEHANDEL NEDERLAND B.V.,
te Harderwijk, 9. MAIN B.V.,
te Amsterdam, 10. ENVIEM WHOLESALE HOLDING B.V.,
te Den Helder,
eisers in conventie,
verweerders in reconventie,
hierna samen te noemen: Enviem c.s.,
advocaat mr. A.W. Duthler te 's-Gravenhage,
tegen
1. I-BEHEER ICT B.V.,
te Coevorden, hierna ook te noemen: I-Beheer, 2. I-BEHEER GROEP B.V.,
te Coevorden,
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
hierna samen te noemen: I-Beheer c.s.,
advocaat mr. G.A.C. van den Hout te Groningen.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 januari 2022 en de daarin genoemde stukken;
- de akte overlegging aanvullende producties genummerd 111 tot en met 114 van I-Beheer c.s. van 30 maart 2022- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 maart 2022- de akte overlegging aanvullende producties genummerd 115 tot en met 119 van I-Beheer c.s. van 13 april 2022- de antwoordakte van Enviem c.s. van 11 mei 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten in conventie en reconventie
2.1.
Enviem Holding B.V. is enig aandeelhouder en bestuurder van Enviem B.V. Enviem B.V. staat op haar beurt aan het hoofd van een groep vennootschappen, waaronder eisers in conventie sub 3 tot en met 10, die werkzaamheden verrichten en diensten verlenen in de olie- en brandstoffensector waaronder de exploitatie van 420 tankstations. Het hoofdkantoor van Enviem c.s. is gevestigd in Harderwijk, alwaar circa 60 mensen werkzaam zijn.
2.2.
I-Beheer B.V. drijft een onderneming die zich richt op ICT beheer dienstverlening voor de zakelijke markt.
2.3.
Per 1 januari 2010 is een overeenkomst gesloten met betrekking tot netwerkbeheer tussen I-Beheer ICT B.V. enerzijds en Gulf Harderwijk, die later is opgegaan in Enviem Retail B.V., anderzijds. Deze overeenkomst werd tot 2016 steeds stilzwijgend verlengd.
2.4.
Op 13 januari 2016 is een nieuwe overeenkomst voor netwerkbeheer gesloten. Partijen bij deze nieuwe overeenkomst waren enerzijds I-Beheer ICT B.V. en anderzijds Enviem B.V. Deze overeenkomst is per 1 januari 2018 schriftelijk met twee jaar verlengd tot 31 december 2019, waarbij de omschrijving van de werkzaamheden en het aantal uren is uitgebreid. De overeenkomst behelsde preventief onderhoud, remote health check en 24x7 monitoring, voor een vast aantal uren per jaar. De tekst van deze verlengde overeenkomst luidt, voor zover hier van belang als volgt:
Uitvoerder : I-Beheer ICT B.V.Opdrachtgever : Enviem B.V. Locatie Harderwijk (Gulf, ITTS), Dordrecht
(TNB), Amsterdam en Den Helder
Ingangsdatum : 1 januari 2018
Einddatum : 31 december 2019
Totaal overeengekomen uren : 1228 uur
(…)
Omschrijving werkzaamheden binnen overeengekomen uren:
Preventief onderhoud: 1000 uur per jaar, 19 uur per week, waarvan om de week op locatie en om de week op afstand en waarvan 4 uur per week PO op afstand voor TNB en 7 uur per week op locatie TNB, Dordrecht voor algemene werkzaamheden. Tevens ook 1 uur per maand locatie Nigtevecht in combinatie met PO Main.
Dit houdt het volgende in:
- -
Back-up controle servers
- -
Harddisk controle servers
- -
Virusdefinities servers/werkstations
- -
Service pack / beveiligingsupdates
- -
Schoonmaak servers
- -
Inventarisatie gegevens bijwerken ASP
24*7 monitoring: 52 servers
- -
Monitoring van de capaciteit van het geheugen en beschikbaarheid
- -
Indien er een capaciteit probleem is, zal op Uitvoerder de Opdrachtgever schriftelijk adviseren over welke mogelijk (preventieve) oplossingen er zijn.
Remote health check op 38 servers: 228 uur per jaar, 19 uur per maand
- -
Controle op de serverlogs
- -
Controle op de server capaciteit
- -
Beveiliging van de ICT omgeving
- -
Back up
- -
Betrouwbaarheid/capaciteit
Remote Health Checks worden uitgevoerd op de volgende 38 servers:
Harderwijk: 19 servers
(…)
Dordrecht: 8 servers
(…)
Main: 8 servers
(…)
Enviem Wholesale Den Helder: 3 servers
(…)
Monitoring wordt op de volgende 52 servers uitgevoerd:
Harderwijk: 25 servers
(…)
Dordrecht: 12 servers
(…)
Main: 11 servers
(…)
Enviem Wholesale Den Helder: 4 servers
(…)
2. Uitvoering van de overeenkomst
A) Uitvoerder moet bij zijn werkzaamheden de zorgen van een goed opdrachtnemer in acht nemen.
B) Voor het overige is de wijze van uitvoering van de opdracht geheel overgelaten aan de Uitvoerder.
(…)
(…)
4. Duur en beëindiging van de overeenkomst
A) Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van 1 jaar, ingaande op 1 januari 2016.
B) Na afloop van de periode van 1 jaar van artikel 4.A) wordt de overeenkomst telkens stilzwijgend verlengd met 2 jaar, behoudens opzegging.
(…)
7. Security
A) Aangaande security dienen minimaal door Opdrachtgever de volgende maatregelen te zijn getroffen:
Deugdelijke antivirusbeveiliging;
Firewall.
B) Uitvoerder zal de deugdelijkheid van de security beoordelen en haar bevindingen aan Opdrachtgever mededelen.
C) Indien de security door Uitvoerder als niet deugdelijk wordt beschouwd, dan is Uitvoerder niet aansprakelijk voor enige schade die als gevolg van de niet deugdelijke security is ontstaan of in de toekomst kan ontstaan.
D) Uitvoerder kan op verzoek/aanvraag van Opdrachtgever zorgdragen voor een deugdelijke security. Deze aanvraag/opdracht zal worden behandeld als zijnde meerwerk als in art. 8 van deze overeenkomst.
(…)
12. Overige bepalingen
A) Opdrachtgever verklaart door ondertekening tevens bekend te zijn en akkoord te gaan met de algemene voorwaarden van Uitvoerder, welke exclusief op deze overeenkomst van toepassing zijn.
B) Deze overeenkomst bevat alle afspraken welke tussen partijen zijn gemaakt omtrent de in deze overeenkomst genoemde onderwerpen en treedt in de plaats van alle eerdere overeenkomsten welke tussen partijen daaromtrent zijn gesloten.
(…)
Begrippenlijst
Beheer Het in stand houden van de ICT objecten, het herstellen van geconstateerde gebreken en het aanpassen van ICT voorzieningen aan gewijzigde omstandigheden. Ook het implementeren van nieuwe versies van applicatie- en systeemprogrammatuur behoort tot het beheer.
(…)
Beveiliging De mate waarin de authenticiteit, vertrouwelijkheid, integriteit en exclusiviteit van gegevens wordt gewaarborgd.
(…)
2.5.
Verticaal in de kantlijn staat op de verlengingsovereenkomst van 1 januari 2018 vermeld: “Levering en betaling geschieden uitsluitend volgens onze voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Meppel 05066725”.
2.6.
De algemene voorwaarden van I-Beheer ICT B.V. die zij heeft gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel op 24 januari 2017 onder nummer 05066752 luiden, voor zover relevant, als volgt:
2. Prijs en betaling
(…)2.6 Indien Cliënt de verschuldigde bedragen niet binnen de overeengekomen termijn betaalt, zal Cliënt, zonder dat enige ingebrekestelling nodig is, over het openstaande bedrag de wettelijke rente bij handelsovereenkomsten verschuldigd zijn. Indien Cliënt na ingebrekestelling nalatig blijft de vordering te voldoen, kan de vordering uit handen worden gegeven, in welk geval Cliënt naast het al dan verschuldigde totale bedrag tevens gehouden zal zijn tot volledige vergoeding van buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten, waaronder alle kosten berekend door externe deskundigen naast de in rechte vastgestelde kosten, verband houdende met de inning van deze vordering of van rechtsuitoefening anderszins, waarvan de hoogte wordt bepaald op minimaal 15% van het totale bedrag.
10. Aansprakelijkheid van I-Beheer; vrijwaring
10.1
I-Beheer aanvaardt wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding voor zover dat uit dit artikel 10 blijkt.
10.2
De totale beroepsaansprakelijkheid van I-Beheer wegens toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst is beperkt tot vergoeding van directe schade tot maximaal het bedrag van de voor die overeenkomst bedongen prijs (excl. BTW). Indien de overeenkomst hoofdzakelijk een duurovereenkomst is met een looptijd van meer dan één jaar, wordt de bedongen prijs gesteld op het totaal van de vergoedingen (excl. BTW) bedongen voor één jaar. In geen geval zal de totale vergoeding voor directe schade echter meer bedragen dan € 50.000,00 (vijftigduizend euro).
Onder directe schade wordt uitsluitend verstaan:
a. de redelijke kosten die Cliënt zou moeten maken om de prestatie van I-Beheer aan de overeenkomst te laten beantwoorden. Deze schade wordt echter niet vergoed indien Cliënt de overeenkomst heeft ontbonden;
b. de kosten die Cliënt heeft gemaakt voor het noodgedwongen langer operationeel houden van zijn oude systeem of systemen en daarmee samenhangende voorzieningen doordat I-Beheer op een voor hem bindende leverdatum niet heeft geleverd, verminderd met eventuele besparingen die het gevolg zijn van de vertraagde levering;
c. redelijke kosten, gemaakt ter vaststelling van de oorzaak en de omvang van de schade, voor zover de vaststelling betrekking heeft op directe schade in de zin van deze voorwaarden;
d. redelijke kosten, gemaakt ter voorkoming of beperking van schade, voor zover Cliënt aantoont dat deze kosten hebben geleid tot beperking van directe schade in de zin van deze voorwaarden.
10.3
De totale aansprakelijkheid van I-Beheer voor schade door dood of lichamelijk letsel of voor materiële beschadiging van zaken bedragen per incident € 500.000,00
(vijfhonderdduizend euro) en zal in geen geval meer bedragen dan € 2.000.000,00 (twee.
miljoen euro) per jaar.
10.4
Aansprakelijkheid van I-Beheer voor indirecte schade, daaronder begrepen gevolgschade, gederfde winst, gemiste besparingen en schade door bedrijfsstagnatie, is uitgesloten.
10.5
Buiten de in artikel 10.2 en 10.3 genoemde gevallen rust op I-Beheer geen enkele aansprakelijkheid voor schadevergoeding, ongeacht de grond waarop een actie tot schadevergoeding zou worden gebaseerd.
De in artikel 10.2 en 10.3 genoemde maximumbedragen komen echter te vervallen indien en voor zover de schade het gevolg is van opzet of grove schuld van I-Beheer.(…)
2.7.
De voorgaande versie van algemene voorwaarden van I-Beheer, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel op 11 september 2012, luidt ten aanzien van de geciteerde artikelen 2.6 en 10 hetzelfde.
2.8.
Naast de overeenkomst voor netwerkbeheer, waarbij I-Beheer op basis van een vooraf vastgesteld aantal uren werkzaamheden voor Enviem c.s. verrichtte, nam Enviem c.s. werkuren af bij I-Beheer op basis van zogenoemde strippenkaarten. Een strippenkaart van I-Beheer bestaat uit 100 uren, die door de klant vooraf worden afgenomen en betaald, en waar de door I-Beheer gewerkte uren vervolgens van worden afgeschreven.
2.9.
Enviem B.V. is op 12 oktober 2019 getroffen door een ransomware aanval waarbij haar gegevensbestanden en ook haar back-up bestanden werden versleuteld. Hierdoor kon Enviem enige tijd niet meer bij haar bedrijfsgegevens en werd de bedrijfsvoering belemmerd. Enviem c.s. heeft de versleuteld geraakte bedrijfsinformatie deels kunnen laten reconstrueren uit snapshots die anderhalve week tevoren door I-Beheer waren gemaakt. Enviem c.s. heeft de aanvaller geen losgeld betaald.
2.10.
Enviem c.s. heeft forensisch onderzoeksbureau NFIR ingeschakeld om onderzoek te verrichten naar de oorzaak en omvang van de ransomware aanval.
2.11.
Per brief van 21 februari 2020 heeft Enviem c.s. I-Beheer in gebreke gesteld en de ontbinding ingeroepen van de overeenkomst voor netwerkbeheer. Ten aanzien van de contractuele verhouding tussen partijen staat in deze brief van Enviem vermeld:
“ I-Beheer verzorgde voor Enviem het beheer van haar netwerk, waartoe ook de beveiliging van de ICT-omgeving van Enviem behoorde. Het contract tussen Enviem en I-Beheer bestond uit in ieder geval de volgende documenten:
Overeenkomst netwerkbeheer Enviem Nr 510231234 d.d. 1 januari 2016;
Verlenging netwerkbeheercontract Enviem BV d.d. 1 januari 2018;
Algemene voorwaarden van I-Beheer ICT B.V. zoals laatstelijk gedeponeerd op 24 januari 2017 bij de Kamer van Koophandel.
Aanvullend op deze documenten zijn mondeling nadere afspraken gemaakt (…).”
2.12.
Enviem c.s. hebben 43 facturen van I-Beheer ICT B.V., totaal ten bedrage van € 167.683,36, onbetaald gelaten.
3. Het geschil
in conventie
3.1.
Enviem c.s. vordert na wijziging eis om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. Primair: I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade € 533.008,49 incl. BTW en € 452.023,84 excl. BTW aan Enviem B.V. als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst netwerkbeheer of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
Subsidiair: I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade € 296.213,39 incl. BTW en € 244.804,45 excl. BTW aan Enviem B.V. als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst netwerkbeheer of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
Meer subsidiair: I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade € 50.000,- excl. BTW aan Enviem B.V. als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de Overeenkomst netwerkbeheer of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
2. I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade € 7.731,90 incl. BTW en € 6.390,00 excl. BTW aan Transnational Blenders B.V. als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst tot creditering van genoemd bedrag.
3. I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade € 533.008,49 aan Enviem B.V., Enviem Retail B.V., Fase Facility Services B.V., Main B.V., Enviem Wholesale Holding B.V. als gevolg van de onrechtmatige daad die I-Beheer ICT B.V. jegens deze vennootschappen heeft gepleegd of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
4. I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van een totaalbedrag van € 170.005,36 incl. BTW en € 140.500,29 excl. BTW aan Enviem c.s., waarvan aan:
- Enviem Holding B.V. een bedrag van € 19.852,88 incl. BTW en € 16.407,34 excl. BTW
- Enviem Retail B.V. een bedrag van € 22.487,85 incl. BTW en € 18.585,00 excl. BTW
- Transnational Blenders B.V. een bedrag van € 25.782,08 incl. BTW en € 21.307,50 excl. BTW
- Enviem B.V. een bedrag van € 101.882,55 incl. BTW en € 84.200,45 excl. BTW
ten titel van onverschuldigde betaling of een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag;
5. I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot betaling van de door Enviem c.s. bij inleidende dagvaarding gevorderde buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten, waaronder maar niet uitsluitend de proceskosten, het salaris gemachtigde, de nakosten, de kosten van beslaglegging en de wettelijke handelsrente over dat gedeelte van de hoofdsom dat betrekking heeft op de schade die is ontstaan als gevolg van de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst en de onrechtmatige daad vanaf 12 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening en de wettelijke handelsrente over dat gedeelte van de hoofdsom dat betrekking heeft op de onverschuldigde betaling vanaf datum dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.
3.2.
Enviem c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de ransomware aanval heeft kunnen plaatsvinden doordat I-Beheer toerekenbaar tekort is geschoten in haar contractuele verplichtingen jegens Enviem B.V. en in de op haar als opdrachtnemer rustende zorgplicht. I-Beheer is aansprakelijk voor de hierdoor ontstane schade.I-Beheer heeft daarnaast jegens Enviem c.s. onrechtmatig gehandeld door haar bloot te stellen aan onaanvaardbaar grote ICT beveiligingsrisico’s. I-Beheer heeft nagelaten de noodzakelijke maatregelen te nemen en Enviem c.s. te waarschuwen voor deze risico’s. I-Beheer is aansprakelijk voor de schade die Enviem c.s. heeft geleden ten gevolge van de verwezenlijking van de risico’s waaraan I-Beheer haar heeft blootgesteld. De schade bestaat uit de kosten van doorbetaling van niet-productieve werknemers, overuren van personeel voor herstelwerkzaamheden, kosten forensisch onderzoek en mitigatie door NFIR en kosten voor het inschakelen van derden.Daarnaast stelt Enviem c.s. dat I-Beheer onjuiste en onterechte facturen aan Enviem heeft verstuurd, welke facturen Enviem onverschuldigd heeft voldaan, en dat I-Beheer ten onrechte heeft nagelaten toegezegde creditfacturen te versturen en toegezegde kortingen te verrekenen.
3.3.
I-Beheer c.s. voert verweer. Zij stelt haar verplichtingen jegens Enviem c.s. te hebben nageleefd zodat van toerekenbaar tekortschieten of onrechtmatig handelen geenszins sprake is geweest. Niet I-Beheer maar een ander bedrijf, Guardian 360, was verantwoordelijk voor de beveiliging van het netwerk van Enviem c.s. Causaal verband met de beweerde schade ontbreekt aangezien de oorzaak van de schade niet vast staat. Voorts geldt een beperking van aansprakelijkheid op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden.De betalingen die I-Beheer van Enviem c.s. heeft ontvangen, waren wel degelijk verschuldigd, behoudens een tweetal facturen die Enviem per abuis dubbel heeft voldaan. Er is sprake van rechtsverwerking.I-Beheer c.s. concluderen tot niet-ontvankelijkheid van Enviem c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Enviem c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Enviem c.s. in de kosten van deze procedure.
3.4.
Op de stellingen van partijen in conventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
3.5.
I-Beheer c.s. vordert in reconventie na wijziging eis om bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. Enviem te veroordelen tot nakoming van de met I-Beheer gesloten overeenkomsten, door middel van betaling van € 157.384,12, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente;
II. De tussen I-Beheer en Enviem gesloten overeenkomsten partieel per 21 februari 2020 te ontbinden, als verzocht;
III. Primair: Enviem te veroordelen tot vergoeding van de door I-Beheer geleden schade als gevolg van de partiële ontbinding, begroot op € 335.659,50, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente;
Subsidiair: Enviem te veroordelen tot vergoeding van de door I-Beheer geleden schade als gevolg van de partiële ontbinding, begroot op € 258.340,50, te vermeerderen met 15% buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke handelsrente;
Meer subsidiair: Enviem te veroordelen tot vergoeding van de door I-Beheer c.s. geleden schade als gevolg van de partiële ontbinding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
IV. het door Enviem c.s. gelegde conservatoire beslag op te heffen;
en Enviem c.s. te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.6.
I-Beheer c.s. legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Enviem c.s. sinds juni 2019 diverse openstaande facturen ten onrechte onbetaald laat, zowel voor de netwerkbeheerovereenkomst als voor de strippenkaarten en andere opdrachten. Daarnaast stelt I-Beheer c.s. zich op het standpunt dat Enviem c.s. aansprakelijk is voor schade die zij lijdt ten gevolge van de ontbinding van de overeenkomst.
3.7.
Enviem c.s. voert verweer. Enviem c.s. concludeert tot niet-ontvankelijkheid van I-Beheer c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van I-Beheer c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van I-Beheer c.s. in de kosten van deze procedure.
3.8.
Op de stellingen van partijen in reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie
4.1.
De vorderingen van Enviem c.s. hebben ten eerste betrekking op schadevergoeding ten gevolge van de ransomware aanval en ten tweede op terugvordering van bedragen die volgens Enviem c.s. gecrediteerd zouden worden of onverschuldigd zijn voldaan. De vorderingen zullen in die volgorde worden beoordeeld.
Ten aanzien van de vordering onder 1.
Is I-Beheer tekortgeschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen?
4.2.
Enviem B.V. vordert van I-Beheer ICT B.V. vergoeding van schade als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de netwerkbeheerovereenkomst. Enviem stelt dat de ransomware aanval heeft kunnen plaatsvinden door een zestal risicofactoren, te weten: er stonden RDP-poorten open; er werd geen zogenoemde whitelisting toegepast (waarbij alleen vooraf goedgekeurde IP-adressen toegang kunnen krijgen); de wachtwoorden die I-Beheer gebruikte voor het uitvoeren van het beheer voor de servers waren één en dezelfde en bovendien gemakkelijk te achterhalen; er was geen netwerksegmentatie doorgevoerd; updates van servers waren niet doorgevoerd; en een server die al jaren buiten service was en niet meer werd gebruikt, was niet uitgezet, maar hing nog steeds onbeveiligd aan het internet.
4.3.
I-Beheer betwist dat zij dezelfde of zwakke wachtwoorden hanteerde en stelt dat updates van de servers wel waren doorgevoerd. I-Beheer erkent dat er RDP poorten open stonden, dat geen whitelisting werd toegepast en dat netwerksegmentatie ontbrak hoewel dit volgens I-Beheer wel nodig is. I-Beheer heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij voor het backupsysteem hetzelfde wachtwoord gebruikte als voor het administrator account van de servers.I-Beheer stelt dat zij Enviem heeft geadviseerd over deze risico’s en dat Enviem haar adviezen en belangrijke offertes heeft genegeerd. I-Beheer betwist voorts dat de genoemde zes risicofactoren de oorzaak zijn geweest van de ransomware aanval. Volgens I-Beheer moet de oorzaak eerder worden gezocht in het binnenhalen van een virus door het openklikken van een besmette e-mail.
4.4.
Enviem heeft ter onderbouwing van haar vorderingen slechts een managementsamenvatting overgelegd van het onderzoeksrapport van NFIR, hoewel zij beschikt over het volledige onderzoeksrapport. NFIR vermeldt in de managementsamenvatting dat het door de hoeveelheid mogelijke manieren van toetreding niet meer mogelijk is om precies vast te stellen via welke servers de hackers zijn binnengekomen. NFIR noemt als ‘veelgebruikte methodes’ het verspreiden van de malware middels een brute force- aanval op het Remote Desktop Protocol (RDP) of het uitbuiten van kwetsbaarheden in verouderde programmatuur, en schetst vervolgens welke factoren de netwerkomgeving van Enviem kwetsbaar maakten voor ongeautoriseerde toegang. Uit de NFIR managementsamenvatting volgt echter niet dat een van de genoemde zes risicofactoren of een combinatie daarvan daadwerkelijk de oorzaak is geweest van de ransomware aanval.
4.5.
Hoe de hackers het netwerk van Enviem zijn binnengedrongen, kan naar het oordeel van de rechtbank echter in het midden blijven. Van belang is dat schade is ontstaan doordat bij de aanval niet alleen de werkbestanden maar ook de back-up bestanden van Enviem versleuteld zijn geraakt. Niet in geschil is dat de bedrijfsvoering van Enviem enige tijd belemmerd is geweest doordat Enviem niet meer bij haar systemen en bestanden kon, en dat hierdoor schade is ontstaan. Netwerksegmentatie, een beter wachtwoordbeleid en een deugdelijk afgescheiden back-upvoorziening hadden dat kunnen voorkomen.
4.6.
Op grond van de netwerkbeheerovereenkomst was I-Beheer ICT B.V. verplicht om maandelijks de beveiliging van de ICT omgeving van Enviem B.V. en haar dochter-vennootschappen in Harderwijk, Dordrecht, Amsterdam en Den Helder te controleren en was zij ook verplicht om de deugdelijkheid van de security te beoordelen en haar bevindingen aan Enviem B.V. mee te delen. Gezien deze contractuele verplichtingen mocht van I-Beheer worden verwacht dat zij het ontbreken van netwerksegmentatie, de kwetsbaarheid van de back-up voorziening en het gebrekkige wachtwoordbeleid, en de daarmee gepaard gaande risico’s, tijdig zou signaleren en haar bevindingen aan Enviem zou meedelen.
4.7.
I-Beheer stelt weliswaar dat zij netwerksegmentatie en een beter wachtwoordbeleid heeft geadviseerd, maar gezien de betwisting door Enviem heeft I-Beheer dit verweer onvoldoende onderbouwd. I-Beheer heeft niet gesteld wie van Enviem zij heeft geadviseerd over een beter wachtwoordbeleid, hoe zij dat heeft gedaan en wat het advies concreet behelsde. I-Beheer verwijst naar een e-mail van 3 oktober 2019 waarin staat vermeld: “Wachtwoordbeleid nakijken Done, geen eenduidig beleid”
Daaruit blijkt niet dat I-Beheer Enviem heeft gewezen op de noodzaak om een beter wachtwoordbeleid toe te passen, heeft geadviseerd welke verbeteringen nodig zijn en heeft gewezen op de urgentie voor het nemen van maatregelen. Bovendien heeft I-Beheer voor de back-up gelijkluidende wachtwoorden gebruikt als voor het administrator account van de servers, zodat I-Beheer naar het oordeel van de rechtbank zelf heeft bijgedragen aan de kwetsbaarheid van de ICT voorziening.
Uit de stellingen van I-Beheer blijkt ook niet hoe en bij wie I-Beheer de noodzaak tot netwerksegmentatie bij Enviem heeft aangekaart. I-Beheer heeft verwezen naar een offerte van 14 maart 2019 die zij heeft uitgebracht aan Enviem Retail Nederland B.V. Deze offerte behelst de installatie en configuratie van een nieuwe ICT-omgeving met nieuwe hardware en de aansluiting op de bestaande netwerk. Blijkens het bijbehorende werkplan is een vorm van netwerksegmentatie en een veiligere back-upvoorziening weliswaar onderdeel van de geoffreerde nieuwe ICT-omgeving, maar uit de offerte blijkt niet dat I-Beheer de ondeugdelijkheid van de bestaande beveiliging en de noodzaak tot het nemen van maatregelen, laat staan de urgentie daarvan, aan Enviem heeft meegedeeld.
4.8.
De rechtbank is van oordeel dat I-Beheer ICT B.V. jegens Enviem B.V. is toerekenbaar tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de netwerkbeheerovereenkomst door Enviem niet in duidelijke bewoordingen te wijzen op het ontbreken van netwerksegmentatie, de kwetsbaarheid van de back-up voorziening en het gebrekkige wachtwoordbeleid, en de daarmee gepaard gaande beveiligingsrisico’s. I-Beheer ICT B.V. is dan ook aansprakelijk voor de schade die Enviem B.V. ten gevolge van deze tekortkoming heeft geleden.
4.9.
De rechtbank begrijpt uit de stelling van I-Beheer dat zij niet in gebreke is gesteld, dat I-Beheer meent dat zij niet in verzuim is komen te verkeren en daarom niet schadeplichtig is. Dat standpunt is onjuist. Het gaat hier om een netwerkbeheer-overeenkomst, die voor beide partijen voortdurende verplichtingen inhoudt. Indien een partij is tekortgeschoten in de nakoming van een dergelijke verplichting, kan deze – wellicht – in de toekomst alsnog worden nagekomen, maar daarmee wordt de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt en wat deze tekortkoming betreft is nakoming dan ook niet meer mogelijk (vgl. HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925, NJ 2003, 255).I-Beheer is gezien het bepaalde in artikel 6:74 BW dan ook wel degelijk schadeplichtig zonder dat daartoe – kort gezegd – een ingebrekestelling vereist is.
4.10.
Dat ook de firma Guardian360 een rol had bij de ICT-beveiliging van Enviem, en daarin wellicht tekort is geschoten, doet niets af aan de eigen aansprakelijkheid van I-Beheer aangezien de schade in elk geval (ook) een gevolg is van het tekortschieten van I-Beheer (artikel 6:99 BW). Netwerksegmentatie, een beter wachtwoordbeleid en een deugdelijk afgescheiden back-upvoorziening hadden immers kunnen voorkomen dat bij de ransomware aanval ook de back-up bestanden versleuteld zouden raken.
4.11.
De geleden schade bestaat volgens Enviem uit de kosten van doorbetaling van niet-productieve werknemers, overuren van personeel voor herstelwerkzaamheden, kosten van forensisch onderzoek en schadebeperking door NFIR en kosten voor het inschakelen van derden. Indien de rechtbank oordeelt dat op grond van de algemene voorwaarden de aansprakelijkheid van I-Beheer is beperkt tot € 50.000,- dan erkent I-Beheer dat de geleden schade in elk geval € 50.000,- bedraagt, zo gaf zij ter gelegenheid van de zitting te kennen. De rechtbank ziet daarin aanleiding om eerst het beroep op de exoneratieclausule te beoordelen alvorens te oordelen over de hoogte van de door I-Beheer verschuldigde schadevergoeding.
Is aansprakelijkheid van I-Beheer beperkt op grond van haar algemene voorwaarden?
4.12.
Volgens I-Beheer is haar aansprakelijkheid beperkt tot maximaal € 50.000,-. Zij beroept zich daarbij op artikel 10 van haar algemene voorwaarden die zij heeft gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel op 24 januari 2017 onder nummer 05066752. Enviem heeft aanvankelijk bij dagvaarding deze voorwaarden als zijnde de toepasselijke voorwaarden zelf overgelegd, maar heeft zich bij conclusie van repliek in conventie alsnog op het standpunt gesteld dat een oudere versie van algemene voorwaarden uit 2005 – waarin deze exoneratieclausule niet is opgenomen – van toepassing is. Voor het geval de versie van 24 januari 2017, of de vorige versie van de algemene voorwaarden uit 2012, wel van toepassing is, betoogt Enviem dat de aansprakelijkheidsbeperking is komen te vervallen omdat de schade het gevolg is van opzet of grove schuld van I-Beheer (artikel 10.5 van de algemene voorwaarden). Daarnaast meent Enviem dat een beroep op de exoneratieclausule in strijd is met de eisen van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelt daarover als volgt.
4.13.
In de overeenkomst tussen partijen gedateerd 13 januari 2016 is toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van I-Beheer overeengekomen. Partijen hebben deze overeenkomst per 1 januari 2018 schriftelijk verlengd onder handhaving van de bepalingen van de eerdere overeenkomst. Verticaal in de kantlijn van de verlengingsovereenkomst van 1 januari 2018 staat vermeld “Levering en betaling geschieden uitsluitend volgens onze voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Meppel 05066725”.
Dat daarmee werd gedoeld op de meest recent gedeponeerde versie van de algemene voorwaarden van I-Beheer was voor partijen volstrekt helder. Dat blijkt zowel uit de brief van 21 februari 2020 van de advocaat van Enviem waarin staat vermeld dat op de contractuele relatie tussen partijen de algemene voorwaarden van 24 januari 2017 van toepassing zijn, als ook uit de inleidende dagvaarding waarin Enviem deze versie van de voorwaarden als productie 19 overlegt als zijnde de algemene voorwaarden behorende bij de overeenkomst.
4.14.
Enviem heeft nog betoogd dat de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn omdat ze niet aan Enviem ter hand zijn gesteld. Enviem ziet daarbij over het hoofd dat de betreffende wettelijke regeling niet van toepassing is op grote bedrijven in de zin van artikel 6:235 BW. Uit de eigen stellingen van Enviem volgt immers dat bij haar concern tenminste 60 medewerkers werkzaam zijn.Een wederpartij is ook dan aan de algemene voorwaarden gebonden als bij het sluiten van de overeenkomst de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud daarvan niet kende (artikel 6:232 BW). De algemene voorwaarden van I-Beheer van 24 januari 2017 zijn dan ook wel degelijk van toepassing.
4.15.
Overigens is artikel 10 van de algemene voorwaarden van 2017 gelijk aan de versie van 2012 die op de voorgaande netwerkbeheerovereenkomst van 13 januari 2016 van toepassing was. De rechtbank verwerpt de stelling van Enviem dat oude algemene voorwaarden uit 2005 van toepassing zouden zijn omdat de samenwerking is aangevangen in 2010. De vroegere overeenkomsten, voorafgaand aan de netwerkbeheerovereenkomst van 13 januari 2016, waren gesloten met een andere Enviem vennootschap zodat die voor de beoordeling van de vorderingen in de onderhavige procedure niet relevant zijn.
4.16.
Enviem c.s. stelt zich op het standpunt dat de aansprakelijkheidsbeperking, gezien het bepaalde in artikel 10.5 van de algemene voorwaarden, is komen te vervallen omdat de schade het gevolg is van grove schuld van I-Beheer.
Anders dan Enviem betoogt, valt onder ‘grove schuld’ niet tevens grove onachtzaamheid. Onder ‘grove schuld’ moet worden verstaan een in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld.1.Het moet gaan om een handelen of nalaten van I-Beheer dat roekeloos, en met de wetenschap dat schade er waarschijnlijk uit zou voortvloeien, is geschied.2.Niet gesteld of gebleken is dat de bedrijfsleiding van I-Beheer zelf in haar taak is tekortgeschoten, zodat reeds daarom niet kan niet worden aangenomen dat sprake is van grove schuld van I-Beheer. Reeds om die reden vindt artikel 10.5 van de algemene voorwaarden geen toepassing.
Het tekortschieten van I-Beheer was onzorgvuldig, maar kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gelijkgesteld aan een in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld omdat het ontbreken van netwerksegmentatie, deugdelijk wachtwoordbeleid en goed afgescheiden back-upvoorziening op zichzelf niet tot schade hoeft te leiden; daarvoor is in de eerste plaats noodzakelijk dat hackers toegang hebben weten te verkrijgen tot het netwerk. Hoe de ongeautoriseerde toegang heeft plaatsgevonden is echter niet vast komen te staan.
4.17.
Enviem heeft betoogd dat de ongeautoriseerde toegang tot het netwerk is verkregen doordat RDP-poorten in de firewall open stonden of doordat server Lodder-TS01 die al jaren buiten service was en niet meer werd gebruikt, was niet uitgezet, maar nog steeds onbeveiligd aan het internet hing. Volgens Enviem is dat de schuld van I-Beheer.Zelfs indien zou komen vast te staan dat toegang is verkregen via openstaande RDP poorten of via server Lodder-TS01, dan nog is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van grove schuld aan de zijde van I-Beheer. I-Beheer heeft Enviem namelijk wel gewezen op het feit dat de RDP-poorten open stonden. Zo heeft I-Beheer in een onderhoudsverslag van 6 februari 20193.geschreven:
“Poorten dicht zetten? Zie risico (Overleg met [naam 1] !!!)”
(…) “Dicht zetten RDP-poorten van alle servers! Of gaan whitelisten. Zie Risico.”
(…) “Risico:
De volgende servers hebben RDP poort openstaan voor het internet: [namen servers, vier met X er achter]
Servers met een X worden constant op RDP poort aangevallen.”
In een onderhoudsverslag van 2 mei 20194.schreef I-Beheer eveneens:
“Dicht zetten RDP-poorten van alle servers! Of gaan whitelisten. Zie Risico.”
(…) “Risico:
De volgende servers hebben RDP poort openstaan voor het internet: [namen servers, vier met X er achter]
Servers met een X worden constant op RDP poort aangevallen.”
Met deze waarschuwingen moet het voor Enviem duidelijk genoeg zijn geweest dat zij een serieus beveiligingsrisico liep ten aanzien van openstaande RDP-poorten, te meer nu Enviem geen volledige leek op ICT gebied was, maar over een eigen ICT-afdeling beschikte. Enviem had immers een eigen ICT manager ( [naam 2] , een interim IT manager ( [naam 3] ), een systeembeheerder ICT ( [naam 4] ), en een IT medewerker ( [naam 5] ). Dat blijkt niet alleen uit de eigen functieomschrijving van [naam 2] , [naam 5] en [naam 3] op hun (door Enviem niet betwiste) LinkedIn profielen5., maar ook uit de e-mail handtekeningen van [naam 4] en [naam 3] onder de bedrijfsmails die zij vanuit Enviem verzonden.6.De ICT-medewerkers van Enviem hadden de aard en de ernst van de hierboven geciteerde waarschuwingen van I-Beheer moeten begrijpen en hadden eenvoudig zelf maatregelen kunnen treffen ten aanzien van de openstaande RDP-poorten.
Onder die omstandigheden kan dan ook niet gesproken worden van grove schuld van I-Beheer met betrekking tot het open laten staan van RDP-poorten.
4.18.
Een ander verwijt dat Enviem I-Beheer maakt en waar zij grove schuld van I-Beheer in ziet, betreft de oude Lodder-TS01 server die allang niet meer ondersteund werd door updates van Microsoft. Ook als de stelling van Enviem correct zou zijn dat deze server nog met het bedrijfsnetwerk verbonden was, dan brengt dat geen grove schuld mee aan de zijde van I-Beheer. I-Beheer heeft in rapportages gewezen op het feit dat deze server ‘end of life’ was en niet geüpdatet werd. I-Beheer heeft geadviseerd deze server uit te faseren of te migreren.7.Het was weliswaar onzorgvuldig van I-Beheer om Enviem niet op de risico’s te wijzen, maar van een in laakbaarheid aan opzet grenzende schuld is geen sprake.
4.19.
I-Beheer kan zich dan ook met vrucht beroepen op artikel 10.2 van de algemene voorwaarden.
4.20.
Enviem stelt zich voorts op het standpunt dat een beroep op de exoneratieclausule naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
Een beroep op een exoneratiebeding dient buiten toepassing te blijven voor zover die toepassing in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Daarvan is sprake als de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar of van met de leiding van zijn bedrijf belaste personen (HR 12 december 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2524 (Gemeente Stein/Driessen)). Of een beroep op een exoneratiebeding geoorloofd is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij zal de rechter rekening moeten houden met alle omstandigheden waarop door de partij die het beding buiten toepassing gelaten wil zien, zich heeft beroepen.8.
Enviem heeft gewezen op de volgende omstandigheden die in haar visie maken dat aan I-Beheer geen beroep op de exoneratieclausule toekomt:
- -
de onderlinge verhouding van partijen
- -
de zwaarte van de schuld
- -
ernstige schending van de zorgplicht
- -
disproportionaliteit tussen de aansprakelijkheidsbeperking en de voorzienbare schade
- -
professionaliteit en deskundigheid van I-Beheer versus niet-deskundigheid van Enviem
- -
I-Beheer heeft zelf aan het ontstaan van de schade bijgedragen
- -
de aard van de overeenkomst en de algemene voorwaarden waarin de exoneratie is opgenomen
- -
de (on)mogelijkheid tot het afdekken van schadeposten middels een verzekering.
4.21.
De beoordeling van de door Enviem genoemde omstandigheden vindt plaats in het kader van de door de rechtbank vastgestelde relevante tekortkomingen van I-Beheer, te weten het niet tijdig signaleren en aan Enviem meedelen van de beveiligingsrisico’s van het ontbreken van netwerksegmentatie, de kwetsbaarheid van de back-up voorziening en het gebrekkige wachtwoordbeleid. Ten aanzien van de door Enviem aangedragen omstandigheden overweegt de rechtbank als volgt.
4.22.
Zowel Enviem als I-Beheer zijn professionele partijen, voor wie het uitsluiten of beperken van aansprakelijkheid in contracten niet ongebruikelijk is. Dat de omzet die gemoeid was met de dienstverlening door I-Beheer aanzienlijk was, maakt niet dat beperking van aansprakelijkheid onredelijk is. Anders dan Enviem stelt, valt aan een deskundige partij die een fout maakt niet zonder meer een ernstig verwijt te maken omdát hij deskundig is. Pas als sprake is van een opzettelijke fout of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar of van met de leiding van zijn bedrijf belaste personen, is een beroep op aansprakelijkheidsbeperking onaanvaardbaar.
4.23.
Volgens Enviem is sprake van ernstige schending van zorgplicht, en heeft I-Beheer zelf aan het ontstaan van de schade bijgedragen, in welk kader zij verwijst naar (gestelde) verwijtbaarheid met betrekking tot de openstaande RDP poorten. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij daarover onder punt 4.17 heeft overwogen. Van ernstige schending van zorgplicht is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Voorts staat zoals gezegd niet vast dat openstaande RDP-poorten de oorzaak zijn geweest van de ransomware aanval.
4.24.
De rechtbank volgt Enviem niet in haar stelling dat het bedrag waartoe aansprakelijkheid is beperkt (€ 50.000,-) niet in verhouding staat tot de schade die Enviem stelt te hebben geleden (€ 600.000,-). Ten eerste zijn de door Enviem genoemde bedragen niet zodanig disproportioneel dat hierdoor een beroep op de aansprakelijkheidsbeperking onaanvaardbaar zou zijn. Ten tweede komt de btw (ad € 80.984,65) die is inbegrepen in de vordering, zoals I-Beheer terecht heeft opgemerkt, niet voor schadevergoeding in aanmerking. Ten derde komen de kosten van forensisch onderzoek en mitigatie door NFIR (€ 206.499,00) niet voor schadevergoeding in aanmerking. Dienaangaande overweegt de rechtbank als volgt.
Volgens I-Beheer c.s. is onderzoeksbureau NFIR niet onafhankelijk omdat NFIR partnerschapsbanden heeft met de firma Guardian360 die de ICT-beveiliging binnen Enviem monitort en met First Lawyers, het advocatenkantoor dat Enviem c.s. bijstaat, en met Bizway, de nieuwe IT-leverancier van Enviem. Enviem c.s. heeft de gestelde partnerschapsbanden niet betwist zodat de rechtbank hiervan uitgaat. Enviem heeft geweigerd om aan I-Beheer een exemplaar van het NFIR-onderzoeksrapport ter beschikking te stellen. In de onderhavige procedure heeft Enviem c.s. slechts de management-samenvatting van het NFIR-rapport overgelegd waardoor de totstandkoming van de bevindingen en van de conclusies van NFIR niet verifieerbaar is. De kosten van NFIR zijn erg hoog zonder dat van een noodzaak voor dergelijk hoge kosten is gebleken. Onder al die omstandigheden kunnen de kosten van NFIR niet worden beschouwd als redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht of redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW.
Het verschil tussen het bedrag van de aansprakelijkheidsbeperking en de omvang van de schade is dan ook aanmerkelijk kleiner dan Enviem veronderstelt.
4.25.
Enviem verwijt I-Beheer dat zij haar aansprakelijkheid niet heeft afgedekt met een verzekering in plaats van deze te beperken in haar algemene voorwaarden. Tegelijkertijd stelt Enviem “dat de schade die Enviem heeft geleden nagenoeg niet verzekerbaar was”, zodat zij naar het oordeel van de rechtbank niet van I-Beheer kan verlangen dat die zich voor dit soort schade (toch) verzekert.
4.26.
Naar het oordeel van de rechtbank is toepassing van de aansprakelijkheidsbeperking als vermeld in de toepasselijke algemene voorwaarden in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. De vordering van Enviem B.V. onder 1. zal worden toegewezen tot een bedrag groot € 50.000,00.
Ten aanzien van de vordering onder 3.
4.27.
Enviem vordert I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade van € 533.008,49 aan Enviem B.V., Enviem Retail B.V., Fase Facility Services B.V., Main B.V., Enviem Wholesale Holding B.V. als gevolg van de onrechtmatige daad die I-Beheer ICT B.V. volgens Enviem jegens deze vennootschappen heeft gepleegd.
4.28.
Hij die jegens een ander een onrechtmatige daad pleegt, welke hem kan worden toegerekend, is verplicht de schade die de ander dientengevolge lijdt, te vergoeden (artikel 6:162 BW). Uit de stellingen van Enviem valt echter niet af te leiden welke onrechtmatige handeling of nalatigheid I-Beheer jegens de vennootschappen Enviem Retail B.V., Fase Facility Services B.V., Main B.V., Enviem Wholesale Holding B.V. heeft gepleegd. Dat geldt temeer nu de rechtbank uit de nadere stellingen van Enviem c.s. bij conclusie van repliek begrijpt dat niet alle Enviem-vennootschappen die in deze procedure als eiser optreden, zijn getroffen door de ransomware aanval. Zo is Transnational Blenders B.V. buiten het bereik van de ransomware aanval gebleven en heeft de aanval ook niet plaatsgevonden bij Enviem Retail Nederland B.V., Main B.V. en Enviem Wholesale B.V. Enviem heeft niet duidelijk gemaakt of en in hoeverre Enviem Retail B.V., Fase Facility Services B.V., Main B.V., Enviem Wholesale Holding B.V. dan wél (of toch) zijn getroffen en in welk opzicht I-Beheer jegens deze vennootschappen onrechtmatig heeft gehandeld. De vorderingen tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad van deze vennootschappen zullen dan ook worden afgewezen.
4.29.
Ook de vordering van Enviem B.V. tot schadevergoeding op grond van art. 6:162 BW is niet toewijsbaar. Enviem B.V. is immers contractspartij bij de netwerkbeheer-overeenkomst. Aansprakelijkheid uit wanprestatie (artikel 6:74 BW) heeft exclusieve werking. De niet-nakoming van een op de schuldenaar rustende contractuele verbintenis levert in beginsel geen onrechtmatige daad op (vgl. TM, Parl. Gesch. BW Boek 6 1981, p. 614-615). Slechts indien een wanprestatie ook los van de rechtsverhouding waaruit de verbintenis voortvloeit onrechtmatig is, kan een keuze tussen de beide grondslagen worden gemaakt (zie bijv. Asser/Sieburgh 6-IV 2019/9 e.v.). Er is pas aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad van een contractspartij indien onafhankelijk van het schenden van de contractuele verbintenis sprake is van schending van een verplichting die geen verbintenis is. Dat is hier niet aan de orde. De rechtbank verwerpt het betoog van Enviem dat I-Beheer los van haar contractuele verplichtingen een zelfstandige zorgplicht had op grond waarvan zij Enviem B.V. op ICT-veiligheidsrisico’s had moeten wijzen of maatregelen had moeten treffen. Indien en voor zover I-Beheer dergelijke verplichtingen had, bestaan deze uitsluitend door of vanwege de contractuele afspraken tussen partijen.
4.30.
De vorderingen van Enviem c.s. onder 3. zullen dan ook worden afgewezen.
Ten aanzien van de vordering onder 2.
4.31.
Enviem c.s. heeft gevorderd I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding van de schade € 7.731,90 incl. BTW en (de rechtbank verstaat: subsidiair) € 6.390,00 excl. BTW aan Transnational Blenders B.V. als gevolg van toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst tot creditering van genoemd bedrag.
4.32.
Enviem baseert deze vordering op de stelling dat I-Beheer aan Transnational Blenders B.V. een creditnota heeft toegezegd voor een bedrag van € 6.390,- ter zake van werkzaamheden van iVanti. Omzetbelasting maakt geen deel uit van de geleden schade zodat deze niet kan worden toegewezen.I-Beheer heeft de beloofde creditering erkend, maar doet een beroep op verrekening. Zoals hierna in reconventie onder 4.55 zal komen vast te staan heeft I-Beheer inderdaad een tegenvordering op Transnational Blenders B.V. en slaagt het beroep op verrekening zodat de vordering van Enviem onder 2. zal worden afgewezen.
Ten aanzien van de vordering onder 4.
4.33.
Enviem c.s vorderen kort gezegd om I-Beheer ICT B.V. te veroordelen tot vergoeding aan:
- Enviem Holding B.V. een bedrag van € 19.852,88 incl. BTW en (de rechtbank verstaat: subsidiair) € 16.407,34 excl. BTW
- Enviem Retail B.V. een bedrag van € 22.487,85 incl. BTW en (de rechtbank verstaat: subsidiair) € 18.585,00 excl. BTW
- Transnational Blenders B.V. een bedrag van € 25.782,08 incl. BTW en (de rechtbank verstaat: subsidiair) € 21.307,50 excl. BTW
- Enviem B.V. een bedrag van € 101.882,55 incl. BTW en (de rechtbank verstaat: subsidiair) € 84.200,45 excl. BTW
ten titel van onverschuldigde betaling. De rechtbank overweegt daarover het volgende.
4.34.
Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, is gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen. Betreft de onverschuldigde betaling een geldsom, dan strekt de vordering tot teruggave van een gelijk bedrag. Aldus artikel 6:203 lid 1 en 2 BW. De bedragen worden zowel inclusief btw als (naar de rechtbank begrijpt: subsidiair) exclusief btw gevorderd. Indien en voor zover bedragen onverschuldigd aan I-Beheer zijn betaald, zullen deze inclusief de betaalde btw moeten worden terugbetaald.
4.35.
Enviem heeft haar vorderingen onder 4. onderbouwd met een overzicht voorzien van bijlagen dat is overgelegd als productie 18 bij conclusie van repliek in conventie. De rechtbank hanteert bij de beoordeling de volgorde van dit overzicht.
4.36.
I-Beheer erkent dat factuur nummer 607204 van 17 september 2018 ten bedrage van € 22.487,85 inclusief btw, die was gericht aan Enviem B.V., per abuis ook door Transnational Blenders B.V. is voldaan. I-Beheer stelt dat deze dubbele betaling is afgeboekt op andere openstaande facturen en doet een beroep op verrekening. Nu I-Beheer niet aangeeft met welke concrete vorderingen is verrekend en ook niet of is voldaan aan het vereiste van wederkerig schuldenaarschap, gaat de rechtbank aan dit ongefundeerde beroep op verrekening voorbij (artikel 6:136 BW). De vordering is voor € 22.487,85 toewijsbaar aan Transnational Blenders B.V.
4.37.
I-Beheer erkent dat factuur nummer 607279 van 1 oktober 2018 ten bedrage van € 11.184,44 inclusief btw, die was gericht aan Enviem Retail Nederland B.V., per abuis ook door Enviem Holding B.V. is voldaan. Het verrekeningsberoep van I-Beheer wordt verworpen op de gronden als vermeld onder 4.36. De vordering is voor € 11.184,44 toewijsbaar aan Enviem Holding B.V.
4.38.
Ten aanzien van factuurnummer 609805 ten bedrage van € 1.715,18 stelt Enviem slechts dat deze als ‘onbekende ontvangst’ staat opgenomen in een lijst van I-Beheer zodat de vordering op dit onderdeel onvoldoende is onderbouwd en dit bedrag niet voor toewijzing in aanmerking komt.
4.39.
Enviem stelt dat de facturen met nummers 608385 en 608431 groot € 8.668,44, beide gericht aan Enviem B.V., betrekking hebben op een en dezelfde levering. Nu I-Beheer dit gemotiveerd betwist en Enviem zich op de rechtsgevolgen van deze stelling beroept, rust de bewijslast daarvan op Enviem. Enviem zal daartoe een bewijsopdracht krijgen.
4.40.
Volgens Enviem heeft Transnational Blenders B.V. facturen ten bedrage van totaal € 24.066,90 ter zake van een SLA Gold onverschuldigd betaald, omdat de betreffende Service Level Agreement volgens haar nooit is gesloten en in dat kader ook geen werkzaamheden zijn verricht door I-Beheer. I-Beheer heeft dit gemotiveerd betwist en aangegeven dat wel degelijk een SLA Gold overeenkomst tot stand is gekomen. Gezien deze betwisting en het feit dat Enviem zich beroept op de rechtsgevolgen van het beweerdelijk ontbreken van de opdracht, ligt het op de weg van Enviem om te bewijzen dat geen SLA Gold overeenkomst tot stand is gekomen. Enviem zal daartoe een bewijsopdracht krijgen.
4.41.
De vordering van Enviem tot terugbetaling van werkuren van iVanti ten bedrage van € 7.731,90 inclusief btw (€ 6.390,- exclusief btw) heeft de rechtbank reeds beoordeeld bij de vordering van Enviem onder 2.
4.42.
Enviem B.V. stelt zich op het standpunt dat zij ten onrechte geen bonuskortingen heeft ontvangen over de omzet die Enviem c.s. bij I-Beheer heeft gerealiseerd buiten de netwerkbeheerovereenkomst en de strippenkaarten om. Volgens Enviem heeft zij nog recht op bonuskortingen over de jaren 2016 tot en met 2019 ten bedrage van € 101.882,55 inclusief btw. I-Beheer betwist de vordering. Volgens I-Beheer werden alleen in de eerdere jaren van de samenwerking separate creditfacturen verzonden voor de bonuskorting. De overeengekomen korting was volgens I-Beheer destijds niet standaard 10%, maar kon oplopen tot 10%. Zij stelt dat de kortingen in latere jaren niet meer separaat werden toegepast, maar dat deze werden verdisconteerd in de facturen. Ter onderbouwing van deze betwisting heeft I-Beheer enkele voorbeeldfacturen overgelegd.Gezien deze gemotiveerde betwisting lag het op de weg van Enviem om haar stellingen te concretiseren en te onderbouwen. Enviem heeft echter volstaan met een algemeen omzet-overzicht en heeft nagelaten om de facturen waarover zij aanspraak maakt op korting te overleggen. Enviem heeft ook geen overzicht met factuurnummers en bedragen overgelegd ter onderbouwing van haar aanspraak op bonuskorting. Nu Enviem onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit volgt dat Enviem te weinig bonuskortingen heeft ontvangen, zal deze vordering worden afgewezen.
Ten aanzien van de vordering onder 5.
De vordering van Enviem tot betaling van buitengerechtelijke kosten zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. De beslissing met betrekking tot de gevorderde proceskosten en rente zal worden aangehouden.
Overig
4.43.
De eisers Enviem Retail Holding B.V., Enviem Retail Nederland B.V. en Oliehandel Nederland B.V. hebben geen enkele vordering ingesteld, afgezien van de algemene vordering onder punt 5. tot vergoeding van buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten en rente aan welke vordering deze vennootschappen niets ten grondslag hebben gelegd. De rechtbank zal Enviem Retail Holding B.V., Enviem Retail Nederland B.V. en Oliehandel Nederland B.V. daarom bij eindvonnis niet-ontvankelijk verklaren.
4.44.
Enviem c.s. hebben niet alleen I-Beheer ICT B.V. gedagvaard maar ook I-Beheer Groep B.V., echter zonder een vordering in te stellen tegen laatstgenoemde vennootschap. Enviem c.s. heeft I-Beheer Groep B.V. ten onrechte als gedaagde opgeroepen in het geding en zal daarom bij eindvonnis veroordeeld worden in de kosten van de procedure van I-Beheer Groep B.V. Tot op heden worden deze kosten begroot op nihil.
4.45.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
in reconventie
4.46.
I-Beheer stelt zich op het standpunt dat Enviem de netwerkbeheerovereenkomst ten onrechte heeft ontbonden, en wenst op haar beurt (partieel) te ontbinden. I-Beheer vordert in reconventie, kort gezegd, I. betaling van openstaande facturen vermeerderd met 15% incassokosten en rente, II. partiële ontbinding per 21 februari 2020 van de met Enviem gesloten overeenkomsten, III. vergoeding van schade als gevolg van deze ontbinding, IV. opheffing van conservatoir beslag, en veroordeling in de proceskosten.
4.47.
Voor de beoordeling van de vorderingen van I-Beheer zal eerst de vraag beantwoord moeten worden of Enviem de netwerkbeheerovereenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Daarover overweegt de rechtbank als volgt.
4.48.
Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 lid 1 BW).I-Beheer is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de netwerkbeheerovereenkomst. De rechtbank verwijst naar hetgeen zij daarover in conventie onder 4.5tot en met 4.8 heeft overwogen. Nu geen sprake is van tekortkomingen van geringe betekenis en ook niet is gebleken van enige bijzondere aard waardoor een ontbinding niet gerechtvaardigd zou zijn, was Enviem bevoegd de overeenkomst te ontbinden. I-Beheer voert aan dat zij niet in gebreke is gesteld. Een ingebrekestelling was echter niet nodig. Het gaat hier zoals gezegd om een overeenkomst, die voor beide partijen voortdurende verplichtingen inhoudt. Zelfs als I-Beheer na de ransomware aanval van 12 oktober 2019 haar verplichtingen uit de netwerkbeheer-overeenkomst alsnog had kunnen nakomen, wordt daarmee de tekortkoming in het verleden niet ongedaan gemaakt en wat deze tekortkoming betreft is nakoming dan ook niet meer mogelijk. Dit brengt mee dat ontbinding van de overeenkomst mogelijk is ook zonder verzuim.9.De door Enviem ingeroepen ontbinding van de netwerkbeheerovereenkomst is dan ook rechtsgeldig.
Ten aanzien van de vordering onder I.
I-Beheer vordert betaling van de volgende facturen:
[zie volgende pagina]

4.49.
De facturen met nummers 610477, 610479, 610478, 610475, 610476, 610297, 610709 en 610466 ten bedrage van € 5.242,11 hebben betrekking op hardware die I-Beheer in opdracht van Enviem B.V. heeft geleverd en op storingsdienst activiteiten. Dat staat los van de netwerkbeheerovereenkomst, zodat de ontbinding op deze verbintenissen geen effect sorteert. Enviem heeft de verschuldigdheid van deze factuurbedragen inhoudelijk niet betwist. Aangezien het gaat om verbintenissen die aan de zijde van I-Beheer reeds zijn nagekomen, zijn deze factuurbedragen toewijsbaar. Aan I-Beheer zal ten laste van Enviem B.V. € 5.242,11 worden toegewezen.
4.50.
Factuur 610503 ten bedrage van € 37.156,08 betreft werkzaamheden die I-Beheer na de ransomware aanval heeft uitgevoerd ter beperking van de schade. Aangezien de schade juist voortvloeit uit het tekortschieten van I-Beheer, blijven deze (herstel-) werkzaamheden voor haar eigen rekening. De vordering tot betaling van factuur 610503 zal worden afgewezen.
4.51.
I-Beheer heeft in de periode augustus tot en met november 2019 vijfmaal een strippenkaart in rekening gebracht aan Enviem. Het betreft de facturen met nummers 609800, 609960, 610284, 610432 en 610468, totaal ten bedrage van € 38.659,50. Een strippenkaart van I-Beheer bestaat uit 100 uren, die door de klant vooraf worden afgenomen en betaald, en waar de door I-Beheer gewerkte uren vervolgens van worden afgeschreven. Enviem betwist de verschuldigdheid van deze facturen. Zij stelt dat I-Beheer een deel van de werkzaamheden dubbel in rekening heeft gebracht door deze af te boeken zowel van de netwerkbeheer-contracturen als van de strippenkaarten. Aangezien I-Beheer zich beroept op de rechtsgevolgen van de beweerdelijk afgenomen strippenkaarturen, ligt op haar de bewijslast daarvan. I-Beheer zal een bewijsopdracht krijgen.
4.52.
De facturen genummerd 610329, 610542, 610836, en 610836 ten bedrage van € 8.817,52 hebben betrekking op upgrade en uitbreiding van de uitwijklocatie in Coevorden. Enviem heeft de vordering gemotiveerd betwist. Volgens Enviem valt de uitwijklocatie onder de netwerkbeheerovereenkomst en had deze niet separaat gefactureerd mogen worden. In het licht van deze gemotiveerde betwisting lag het op de weg van I-Beheer om te stellen en met stukken te onderbouwen dat upgrade en uitbreiding van de uitwijklocatie (separaat) met Enviem B.V. is overeengekomen. Het overleggen van een opdracht-bevestiging uit 2011 gericht aan Gulf Nederland B.V. volstaat daartoe niet. Dat geldt temeer nu in artikel 12 van de netwerkbeheerovereenkomst is bepaald dat deze alle afspraken bevat welke tussen partijen zijn gemaakt omtrent de in die overeenkomst genoemde onderwerpen en in dat deze de plaats treedt van alle eerdere overeenkomsten welke tussen partijen daaromtrent zijn gesloten. I-Beheer heeft onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die tot toewijzing van de factuurbedragen kunnen leiden, zodat de vordering voor dit deel zal worden afgewezen.
4.53.
De facturen genummerd 610357, 610570 en 610864 voor de maandelijkse termijnen van de netwerkbeheerovereenkomst zijn geadresseerd aan Enviem Retail Nederland B.V. in plaats van aan contractspartij Enviem B.V. Wat daar verder ook van zij, vast staat dat I-Beheer na de hack van 12 oktober 2019 geen uitvoering meer heeft gegeven aan de overeenkomst. I-Beheer heeft in de periode na de hack tot aan ontbinding van de overeenkomst ook geen aanspraak gemaakt op het mogen verrichten van beheerwerkzaam-heden. Doordat alle bestanden inclusief de back-upbestanden versleuteld zijn geraakt, was nakoming van de netwerkbeheerovereenkomst bovendien blijvend onmogelijk geworden.
Een ontbinding bevrijdt de partijen van “de daardoor getroffen verbintenissen” (eerste zin van art. 6:271 BW), en blijkens de tweede zin van art. 6:271 BW kan een partij door ontbinding van de overeenkomst ook over een reeds verstreken periode van haar verbintenissen bevrijd worden, namelijk voor zover deze nog niet waren nagekomen.10.
Aangezien na 12 oktober 2019 geen beheerwerkzaamheden meer zijn verricht, is Enviem de factuurbedragen voor netwerkbeheer niet verschuldigd. De vordering tot betaling van de netwerkbeheertermijnen zal dan ook worden afgewezen.
4.54.
Enviem heeft de verschuldigdheid van facturen genummerd 610064, 610364, 610576, 610871 en IB 610987, totaal ten bedrage van € 5.406,60 niet betwist, zodat dit bedrag ten laste van Enviem Retail Nederland B.V. zal worden toegewezen.
4.55.
Ook de verschuldigdheid van de facturen aan Transnational Blenders B.V. met nummers 610352, 610564, 610859, IB 610978, 610187, 610374, 610587, 610882 en IB610996 ten bedrage van € 6.724,11voor internetverbinding en managementrapportage is niet betwist, Daarop strekt in mindering de vordering van Transnational Blenders B.V. als bedoeld onder 4.32 ten bedrage van € 6.390,- zodat ter zake € 334,11 zal worden toegewezen ten laste van Transnational Blenders B.V.
4.56.
De facturen 610376, 610589, 610884 en IB 610998 aan Transnational Blenders B.V. ten bedrage van € 17.147,16 hebben betrekking op een “SLA Gold”, een zogenoemd Service Level Agreement. Enviem heeft in reconventie geen verweer gevoerd tegen de verschuldigdheid van de genoemde facturen. Aangezien de vordering niet gemotiveerd is betwist, zal € 17.147,16 worden toegewezen ten laste van Transnational Blenders B.V.
4.57.
De facturen 610544, 610838 en IB 610966 ten bedrage van € 1.559,28 hebben betrekking op een online back-up voorziening voor Fase Facility Services B.V. Enviem heeft de verschuldigdheid van deze factuurbedragen niet weersproken. Ook is niet gesteld of gebleken dat de online back-up voorziening van Fase Facility Services is getroffen door de ransomware aanval en dat I-Beheer terzake verwijtbaar heeft gehandeld. De vordering ten bedrage van € 1.559,28 zal dan ook worden toegewezen ten laste van Fase Facility Services B.V.
4.58.
De beoordeling van de vordering van I-Beheer tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en vertragingsrente zal worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de procedure in conventie en reconventie.
Ten aanzien van de vorderingen onder II en III.
4.59.
I-Beheer vordert de tussen I-Beheer en Enviem gesloten overeenkomsten partieel per 21 februari 2020 te ontbinden. Aangezien Enviem reeds rechtsgeldig de ontbinding heeft ingeroepen per 21 februari 2020, valt er niets meer te ontbinden en zal de vordering van I-Beheer worden afgewezen. De vordering onder III tot vergoeding van schade als gevolg van de gevorderde partiële ontbinding treft hetzelfde lot.
Ten aanzien van de vordering onder IV.
4.60.
De beoordeling van de vordering van I-Beheer tot opheffing van het door Enviem c.s. gelegde conservatoire beslag zal worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de procedure in conventie en reconventie.
4.61.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5. De beslissing
De rechtbank
in conventie
5.1.
draagt Enviem c.s. op te bewijzen
- -
dat de facturen met nummers 608385 en 608431 ten bedrage van € 8.668,44, beide gericht aan Enviem B.V., betrekking hebben op één en dezelfde levering;
- -
dat de facturen 609145, 609353, 609543, 609749, 609913 en 610079 zijn voldaan zonder dat daarvoor een rechtsgrond bestond, in het bijzonder dat geen SLA Gold overeenkomst tot stand is gekomen;
5.2.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 oktober 2022 voor uitlating door Enviem c.s. of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.3.
bepaalt dat, als Enviem c.s. geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moet brengen,
5.4.
bepaalt dat, als Enviem c.s. getuigen wil laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2022 tot en met februari 2023 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.5.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. S. van Gessel in het gerechtsgebouw te Assen, Brinkstraat 4,
5.6.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.7.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.8.
draagt I-Beheer c.s. op te bewijzen
- dat Enviem B.V. de strippenkaarten als vermeld op de facturen 609800, 609960, 610284, 610432 en 610468 heeft afgenomen,
5.9.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 5 oktober 2022 voor uitlating door I-Beheer c.s. of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.10.
bepaalt dat, als I-Beheer c.s. geen bewijs door het horen van getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, zij die stukken dan direct in het geding moeten brengen,
5.11.
bepaalt dat, als I-Beheer c.s. getuigen willen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november 2022 tot en met februari 2023 dan direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.12.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. S. van Gessel, in het gerechtsgebouw te Assen, Brinkstraat 4,
5.13.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
5.14.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mrs. L. Groefsema, voorzitter, C.J.R. de Locht en S. van Gessel en uitgesproken op 21 september 2022 door de voorzitter in tegenwoordigheid van de griffier mr. K.M.N. Baurdoux.
SvG
Voetnoten
Voetnoten Uitspraak 21‑09‑2022
Vgl. HR 30 september 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1464, NJ 1995/45
Vgl. HR 4 februari 2000, ECLI:NL:PHR:2000:AA4731, NJ 2000/429
Productie 16 bij conclusie van antwoord in conventie
Productie 18 bij conclusie van antwoord in conventie
Productie 3 en 6 bij conclusie van antwoord in conventie
Productie 1, 3 en 5, 11, 31 bij conclusie van antwoord in conventie
Productie 16 bij conclusie van antwoord in conventie
HR 18 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO6913 (Kuunders/Swinkels)
vgl. HR 11 januari 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD4925, NJ 2003, 255
vgl. HR 5 oktober 2012, LJN BW8307, NJ 2012/584 rov 3.5 (Tyco/Delata) en HR 6 juni 1997, LJN ZC2389, NJ 1998/128, rov. 3.5 (Van Bommel/Ruijgrok)