M en R 2018/112
Het in de grond storten van (asfalt)granulaat. Vrijstelling van het stortverbod ex artikel 10.2, eerste lid, Wet milieubeheer?
HR 03-07-2018, ECLI:NL:HR:2018:1076, m.nt. H.J.A. van Ham
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
3 juli 2018
- Magistraten
De Hullu, Van de Griend, Boerlage
- Zaaknummer
17/00748 E
- Noot
H.J.A. van Ham
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS26110:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht / Afval
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1076, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 03‑07‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:732, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑03‑2018
- Wetingang
(art. 10.2 Wet milieubeheer; art. 2, lid 1, aanhef en onder b, Besluit vrijstellingen stortverbod buiten inrichtingen (Bvsi); Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming)
Essentie
Het in de grond storten van (asfalt)granulaat. Vrijstelling van het stortverbod ex artikel 10.2, eerste lid, Wet milieubeheer?
Samenvatting
Strikte motiveringseisen ten aanzien van de voorwaarden om voor vrijstelling (ex artikel 10.2, tweede lid, Wm) van dat stortverbod voor afvalstoffen in aanmerking te komen. Er dient te zijn gehandeld overeenkomstig de eisen van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming. Daartoe behoren de in bijlage 2 van die AmvB opgenomen samenstellings- en immissiewaarden. I.c. geen toereikende motivering dat is voldaan aan alle voorwaarden (inclusief de daartoe behorende samenstellings- en immissiewaarden van het bewezenverklaarde (asfalt-)granulaat) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.