Balans in het appartementsrecht: wijzigen van de splitsingsakte vereenvoudigd
Einde inhoudsopgave
Balans in het appartementsrecht: wijzigen van de splitsingsakte vereenvoudigd (AN nr. 177) 2022/5.1.3.1:5.1.3.1 Voorbeeld
Balans in het appartementsrecht: wijzigen van de splitsingsakte vereenvoudigd (AN nr. 177) 2022/5.1.3.1
5.1.3.1 Voorbeeld
Documentgegevens:
C.N. Siewers, datum 03-10-2022
- Datum
03-10-2022
- Auteur
C.N. Siewers
- JCDI
JCDI:ADS677707:1
- Vakgebied(en)
Vastgoedrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Groefsema 1993, p. 12.
Groefsema 1993, p. 12.
Perrick 2008, p. 192.
Mourik 2012, p. 41.
Lammers, GS Gemeenschap, art. 3:186, aant. 2.
Luijten 1993, p. 13.
Verstappen 1996, p. 62.
Luijten 1993, p. 14.
Luijten 1993, p. 16.
Luijten 1993, p. 16.
Verstappen, 1996, p. 66.
R 27 oktober 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1856, NJ 1998, 191, m.nt. C.J.H. Brunner, rechtsoverweging 3.5.
Lammers GS Vermogensrecht, art. 3:186, aant. 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Stel, het gaat om een appartementencomplex van vier verdiepingen. Op iedere verdieping is een appartement gerealiseerd. In de verdeelsleutel is bepaald dat ieder appartement voor een vierde deelgenoot in de gemeenschap is. De appartementen zijn toegankelijk vanuit een gezamenlijke ruimte. Na enige tijd besluit de eigenaar met het appartement op de vierde verdieping de toegangsdeur te verplaatsen. Er is niet langer een gemeenschappelijke trap naar de vierde verdieping waarna zich de toegangsdeur bevindt. De toegangsdeur wordt verplaatst naar de trapopgang naar de vierde verdieping op de derde verdieping. Vervolgens wordt een wijziging van de splitsingsakte gevraagd om de feitelijke situatie aan te laten sluiten op de juridische situatie. Wat gebeurt er? Het exclusieve gebruiksrecht van het appartement op de vierde verdieping wordt vergroot onder dezelfde verkleining van de gemeenschappelijke ruimte. Ik neem hierbij overigens voor het gemak aan dat de vergadering voornemens is het besluit goed te keuren.
Er vindt geen verandering plaats in de verhouding van de aandelen binnen het complex. Ik heb dat beschreven in paragraaf 4.7.3.3. Ik volg bij het beoordelen of er sprake is van een goederenrechtelijke wijziging de definitie van Groefsema. Groefsema benoemt in zijn definitie dat een beschikkingshandeling ook een rechtshandeling is waarbij een recht inhoudelijk verandert: ‘Een beschikkingshandeling is een rechtshandeling waarbij beschikt wordt over een subjectief vermogensrecht als gevolg waarvan dit recht onmiddellijk wordt overgedragen, bezwaard, inhoudelijk veranderd of opgeheven.’1 Hij voegt toe: ‘Door de beschikkingshandeling ondergaat de rechtsbetrekking tussen de persoon van de rechthebbende en het zakelijk of persoonlijk recht een onmiddellijke verandering.’2
Op het moment dat in dit voorbeeld de trapopgang definitief betrokken wordt bij het privégedeelte van de vierde verdieping verandert het recht inhoudelijk. Het betrekken van de ruimte is geen tijdelijke wijziging. De eigenaar heeft de intentie de trapopgang definitief bij het privégedeelte te betrekken. Dat leidt tot de volgende stappen:
Stap 1 Onttrekking
Een gevolg van de wijziging van de splitsingsakte is dat er aan de gemeenschappelijke ruimte een gedeelte wordt onttrokken. Die onttrekking heeft tot gevolg dat er voor een korte tijd een gemeenschap van vrije eigendom bestaat.
Stap 2 Overbedeling en onderbedeling
Vervolgens wordt de vrije gemeenschap opnieuw verdeeld. Verdelen is meestal toedelen.3Art. 3:182 BW luidt: ‘Als een verdeling wordt aangemerkt iedere rechtshandeling waartoe alle deelgenoten, hetzij in persoon, hetzij vertegenwoordigd, medewerken en krachtens welke een of meer van hen een of meer goederen der gemeenschap met uitsluiting van de overige deelgenoten verkrijgen.’
Door de verdeling van de trapopgang aan de appartementsrechteigenaar van het appartement op de vierde verdieping wordt die eigenaar overbedeeld. Daarom ontstaat er mutatis mutandis een verplichting tot uitkering wegens onderbedeling van de mededeelgenoten.4 Vóór de onttrekking was de verdeelsleutel dat ieder appartement voor een vierde deelgenoot was. Na de verdeling zal die verdeelsleutel wijzigen.
Stap 3 Verdeling:
De vrije gemeenschap wordt verdeeld. Lammers betoogt: ‘Een verdeling stelt vast wat aan ieder der deelgenoten toekomt en verplicht tot levering.’5 De vraag is of de verdeling een declaratoir of een translatief karakter heeft. De wet kent geen definities van beide begrippen. Translatief wil volgens Luijten zeggen dat ‘aan ieder der deelgenoten een aandeel in het te verdelen goed toebehoorde, dat bij de verdeling aan de verkrijgende deelgenoot werd overgedragen, die derhalve verkreeg “door opdragt of levering tengevolge van eenen regtstitel van eigendomsovergang, afkomstig van dengenen die geregtigd was over den eigendom te beschikken” (art. 639, oud BW).’ Declaratoir (of zoals door Luijten declaratief genoemd) is dat ‘de verdeling geen overdragende doch slechts aanwijzende kracht heeft; zij draagt niet over doch wijst aan welke goederen ieder van de erfgenamen onmiddellijk van de erflater door erfopvolging heeft verkregen.’6
Met de inwerkingtreding van het Nieuw BW is art. 3:186 BW ingevoerd:
‘Artikel 186
Voor de overgang van het aan ieder der deelgenoten toegedeelde is een levering vereist op dezelfde wijze als voor overdracht is voorgeschreven.’
Het antwoord op de vraag of een verdeling een declaratoir of een translatief karakter heeft, blijkt een lange geschiedenis te hebben. Lammers heeft het zelfs over ‘emmers met inkt’.7 Zie voor een uitgebreid overzicht de dissertatie Rechtsopvolging onder Algemene Titel van Verstappen.8 Luijten schrijft in 1993 dat in de vorige eeuw de leer dat een verdeling declaratief is, de overhand heeft genomen.9 Toch blijft er twijfel bij de wetenschap. Luijten citeert Drion en Hartkamp die betogen dat de verdeling translatief is en vervolgens Van der Burght die schrijft dat er geen sprake is van een overdracht maar van een overgang. Hij citeert: ‘Let wel: er is hier dus geen sprake van een overdracht maar van een overgang. Dit brengt dus mede dat de verdeling niet echt translatief is, maar evenmin declaratoir.’10 Van der Burght meent dat een verdeling dus geen van beide is.
Luijten schrijft dat de verdeling onder oud BW een declaratoir karakter kende. Door de inwerkingtreding van het Nieuw BW is daarin geen wijziging beoogd en in de parlementaire geschiedenis is hierover niets opgenomen. Luijten concludeert: ‘Op goede gronden meen ik te kunnen stellen dat het declaratief karakter van de verdeling, ondanks de toevoeging van een translatief getint vereiste – de levering als wenselijk voor de bekendmaking jegens derden – en ondanks het vervallen van de terugwerkende kracht, behouden is gebleven.’11 Anders Verstappen: ‘Ik meen dat de declaratieve werking weliswaar niet geheel is afgeschaft, maar de verdeling toch translatief is geworden’12 Perrick twijfelt niet: ‘Het gaat er niet om hoe men een rechtshandeling noemt, doch om wat zij inhoudt. Ziet men in, dat de verdeling van de goederen der gemeenschap is de toedeling van die goederen aan de deelgenoten, dan spreekt de wettekst duidelijk. Voor de overgang van het toebedeelde stelt de tekst het vereiste van een levering op dezelfde wijze als voor overdracht voorgeschreven is, in andere woorden: alsof de toedeling een overdracht ware. Duidelijker kan het niet.’13
Kortom, er zijn schrijvers die de verdeling aanmerken als declaratoir, als translatief en als geen van beide. Ik volg Perrick in zijn gedachtegang dat de verdeling declaratoir is. Het zijn de woorden ‘op dezelfde wijze als voor overdracht voorgeschreven is’, die mij overtuigen. Ook heeft de Hoge Raad in 1995 het declaratoir karakter bevestigd: ‘Indien echter tot de gemeenschap een tegen een of meer bepaalde personen uit te oefenen recht behoort en van de verdeling een akte is opgemaakt waarin de toedeling van dat recht aan een der deelgenoten is neergelegd, zal die akte, tenzij er aanwijzingen voor het tegendeel zijn, tevens mogen worden beschouwd en door partijen gebezigd als de akte bestemd voor levering van dit recht, zodat de levering is voltooid door mededeling daarvan aan de persoon of personen tegen wie het recht kan worden uitgeoefend.’14
Voor de goede orde wijs ik er nog op dat niet alleen het extra stukje geleverd moet worden; het desbetreffende goed moet in het geheel geleverd worden (dus inclusief het aandeel van de betrokken deelgenoot in het goed), krachtens art. 3:179 BW.15 In mijn voorbeeld kan dus niet volstaan worden met het verdelen van de trapopgang, maar dient de gehele gemeenschap opnieuw verdeeld te worden.
Stap 4 Hypotheek
Een hypotheekrecht wordt gevestigd op het onverdeelde aandeel van de eigenaar in de gemeenschap. Door een verdeling van de gemeenschap komen de gevestigde hypotheekrechten te rusten op het gehele goed.16 Als er sprake is van een onderbedeling, dan ontstaat er een pandrecht wegens onderbedeling, krachtens art. 3:229 lid 1 BW.17