NJ 2014/113
In aanmerking nemen totale groepsomzet voor berekening van plafond geldboete.
HvJ EU 26-11-2013, ECLI:EU:C:2013:770, m.nt. M.R. Mok (Groupe Gascogne)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie (Grote kamer)
- Datum
26 november 2013
- Magistraten
V. Skouris, K. Lenaerts, R. Silva de Lapuerta, M. Ilešič, L. Bay Larsen, M. Safjan, J. Malenovský, E. Levits, A. Ó Caoimh, J.-C. Bonichot, A. Arabadjiev, D. Šváby, M. Berger
- Zaaknummer
C-58/12 P
- Conclusie
E. Sharpston
- Noot
M.R. Mok
- Roepnaam
Groupe Gascogne
- JCDI
JCDI:ADS97037:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal belastingrecht / Algemeen
EU-recht / Rechtsbescherming
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2013:770, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie (Grote kamer), 26‑11‑2013
- Wetingang
Essentie
Verzoek om hogere voorziening m.b.t. uitspraak Gerecht over boetebeschikking
In aanmerking nemen totale groepsomzet voor berekening van plafond geldboete.
Samenvatting
Rekwirante verwijt het Gerecht dat het ’t begrip onderneming onjuist heeft uitgelegd met zijn oordeel dat de Commissie voor de berekening van de bovengrens van de geldboete als bedoeld in artikel 23 van verordening nr. 1/2003, terecht is uitgegaan van de gezamenlijke omzet van alle vennootschappen die behoorden tot de groep waarvan zij de topholding was. Volgens rekwirante had slechts wanneer de gehele groep één enkele onderneming zou hebben gevormd, de gezamenlijke omzet ervan in aanmerking mogen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.