Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/V.2.4.b
V.2.4.b De kosten van het deskundigenbericht
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS374915:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Aldus OK 5 augustus 2004, JOR 2004, 327 (Sonder), ro. 4.4. De eerstbenoemde deskundige (een RA) wenste een door partijen ondertekende opdrachtbevestiging met uitsluiting van aansprakelijkheid te ontvangen. Toen een van de aandeelhouders weigerde, meldde de deskundige de rechtbank dat hij de opdracht niet aanvaardde en declareerde hij de reeds gemaakte kosten. In hoger beroep honoreerde de OK de grieven van de desbetreffende aandeelhouder (m. 4.3-4.4). Het waren niet de aandeelhouders, maar de rechtbank die de opdracht had verleend. Ook was ondertekening van de `vanwege haar ongeclausuleerdheid reeds in het algemeen moeilijk te aanvaarden, aansprakelijkheid-beperkende bepaling' niet vereist. De deskundige kwam geen kostenvergoeding toe, omdat hij zijn onderzoek niet was aangevangen.
Kamerstukken 18 905, nr. 3 (MvT), p. 21.
Rb. Arnhem 4 april 1996, JOR 1996/55 (Ramp/Lensen), ro. 2.13.
Zie bijv. OK 9 december 1993, NJ 1994, 296 (Architektenburo) waarin de OK de uittredende aandeelhouder aanwees als degene die een voorschot voor de werkzaamheden van de deskundige moest betalen. Zie ook bijv. OK 12 januari 2006, JOR 2006/70 m.nt. Bulten (Newton 21).
De rechter beslist welke partij de uiteindelijk gemaakte kosten van het deskundigenbericht draagt. Volgens art. 2:340 lid 1 BW bepaalt hij dit in het eindvonnis, waarin hij tevens de prijs van de over te dragen aandelen vaststelt. De rechter kan de betaling van de kosten (loon en schadeloosstelling) opdragen aan één van de procespartijen of aan de vennootschap waarin de aandelen worden gehouden. De deskundige die de door de rechter verstrekte waarderingsopdracht niet aanvaardt of teruggeeft zonder te zijn gestart met zijn werkzaamheden, heeft geen kosten kunnen maken.1
In de wet is uitdrukkelijk opgenomen dat ook de vennootschap in de kosten van het deskundigenbericht veroordeeld kan worden. De toelichting stelt dat dit zo is geregeld omdat in de statuten kan staan dat de kosten van de prijsvaststelling ten laste van de vennootschap komen. De vennootschap kan slechts voor de kosten opdraaien, indien zij over dit onderwerp is gehoord, aldus art. 2:340 lid 1 BW. Overigens laat de wet de ruimte voor variatie: de rechter kan de kosten verdelen tussen de aandeelhouders onderling of tussen een van hen en de vennootschap. De wijze van betalen geschiedt overeenkomstig art. 199 Rv.2
Tegen de kostenveroordeling is afzonderlijk hoger beroep en cassatie mogelijk. Voor vertraging van de procedure is de wetgever blijkbaar niet bevreesd.3 Dat hij geen vertraging verwacht, bevreemdt mij. Stel dat een aandeelhouder wordt uitgestoten, en de rechter in het vonnis waarin hij de prijs van de aandelen vaststelt, bepaalt dat de vennootschap de kosten van het deskundigenbericht moet dragen. Dit vonnis kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat art. 2:341 lid 1 BW spreekt over het 'onherroepelijk geworden vonnis'. Het eventueel instellen van hoger beroep heeft schorsende werking. De aandeelhouders zijn in de casus allen content met de te betalen en te ontvangen prijs, dus hoger beroep zullen zij niet instellen. De vennootschap echter is niet akkoord met de veroordeling in de kosten van deskundigenbericht en gaat wél in hoger beroep. De aandelenoverdracht kan dan nog niet plaatsvinden, omdat het vonnis nog niet onherroepelijk is. Er is dan volgens mij zeker sprake van vertraging. De oplossing is met de invoering van het wetsvoorstel Flex-BV voorhanden. De overdracht van de aandelen kan direct plaatsvinden, in verband met de uitvoerbaar bij voorraad-verklaring. Hoger beroep tegen welke beslissing dan ook, zoals de kostenveroordeling, heeft dan geen schorsende werking. Zie over de uitvoerbaar bij voorraad-verklaring § VI.3.6.c.
Voor de wijze van betaling en de mogelijkheid een voorschot van de kosten te verkrijgen, gelden de rechtsvorderingregels onverkort. De mogelijkheid een voorschot van de door de deskundige te maken kosten op te leggen is voorzien in art. 195 en 196 Rv. Het te betalen voorschot wordt meestal verdeeld over de aandeelhouders. In het verleden leed deze praktijk in een enkel geval uitzondering en werd de gedaagde aandeelhouder belast met betaling van het voorschot, omdat zijn gedragingen aanleiding hadden gegeven tot schade bij de uittredende aandeelhouder.4
De OK wil, conform haar praktijk ten aanzien van de onderzoeker in het enquêterecht, wel eens bepalen dat ten behoeve van de deskundige zekerheid gesteld moet worden.5