Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/4.5.2
4.5.2 Het interpretatiespectrum: van tekstueel tot de partijbedoeling
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS649031:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Richtinggevend is het Haviltex-arrest, zie HR 13 maart 1981, NJ 1981/635. Zie tevens de latere arresten: HR 5 april 2013, JOR 2013/198, NJ 2013/214 en HR 13 november 2015, NJ 2015/ 467 .
HR 13 maart 1981, NJ 1981/635.
HR 19 januari 2007, JOR 2007/166 en HR 29 juni 2007, JOR 2007/198. In deze arresten kende de Hoge Raad binnen de Haviltex-norm beslissend gewicht toe aan de meest voor de hand liggende taalkundige betekenis van de overeenkomst zoals die tussen partijen was gesloten.
In de literatuur is betoogd dat een 403-verklaring zich niet goed leent voor een Haviltex-uitleg, zie Bartman & Dorresteijn 2013, VII.3.2. Rb. Arnhem 12 oktober 2004, JOR 2005/161 en Hof ’s-Hertogenbosch 7 april 2009, JOR 2009/160.
Zie onder andere HR 31 maart 2017, JOR 2017/221, NJ 2018/26; Hof ’s-Hertogenbosch 13 oktober 2009, JOR 2010/147 en Hof Amsterdam (OK) 11 juli 2013, JOR 2013/250, r.o. 6.60.
Zie voorgaande sub-paragrafen van paragraaf 4.4 waarin uiteen is gezet dat betoogd kan worden dat de consoliderende rechtspersoon met het deponeren van een 403-verklaring een aanbod doet dat aanvaard moet worden om een vorderingsrecht tot stand te brengen.
De methode waarop een overeenkomst wordt geïnterpreteerd, kan worden gezien als een spectrum. Aan de ene kant van het spectrum bevindt zich een puur tekstuele benadering. Dit is een objectieve benadering waarbij de tekst van de overeenkomst alles bepalend is. Aan de andere kant van het spectrum bevindt zich de benadering waarbij de partijbedoeling de doorslag geeft. Deze benadering is meer subjectief. Hoewel de tekst duidelijk A zegt, kan toch worden geconcludeerd dat B is overeengekomen als dat uit de partijbedoeling kan worden afgeleid.
Wanneer sprake is van een overeenkomst, is naar Nederlands recht veel ruimte voor uitleg. Bij die uitleg staan de bedoelingen van partijen voorop.1 Daarbij speelt een rol wat partijen over en weer van elkaar mochten begrijpen en verwachten. De norm op basis waarvan de inhoud van een overeenkomst wordt vastgesteld, wordt ook wel de Haviltex-norm genoemd:2
“De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht.”
De toepassing van de Haviltex-norm geeft de doorslag bij de beantwoording van de vraag wat partijen zijn overeengekomen. Wanneer sprake is van professionele partijen, geldt het Haviltex-criterium evenzeer, al weegt de tekst van de overeenkomst in dat geval veel zwaarder bij de invulling van de partijbedoeling die nodig is om de inhoud van de overeenkomst vast te stellen.3
In het kader van de uitleg van een tussen partijen gesloten overeenkomst spelen uitlatingen en gedragingen van de betrokken partijen een rol. Een 403-verklaring is echter geen overeenkomst, maar een eenzijdige verklaring. De uitlegregels die gelden voor het uitleggen van overeenkomsten dienen dan ook niet op de uitleg van een 403-verklaring te worden toegepast.4 Maar om de rechtspositie van de consoliderende rechtspersoon en de schuldeiser van de vrijgestelde rechtspersoon te kunnen bepalen, zal een 403-verklaring toch uitgelegd moeten worden.5
Mocht worden geconcludeerd dat voor het ontstaan van een vorderingsrecht op de consoliderende rechtspersoon de acceptatie nodig is van een schuldeiser,6 dan kan mogelijk worden gesproken van een overeenkomst tussen de consoliderende rechtspersoon en de schuldeiser. Dat zet dan de deur open voor ruimere uitlegmogelijkheden van een 403-verklaring. Eventuele imperfecte 403-verklaringen kunnen dan makkelijker worden ‘geheeld’ door te betogen dat de consoliderende rechtspersoon heeft bedoeld een verklaring af te leggen die voldoet aan de vereisten van artikel 2:403 BW, teneinde de vrijstelling te mogen toepassen.