Einde inhoudsopgave
RvdW 2013/623
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Promesse aan order; aval. Art. 15 lid 1; ‘consument’. Art. 5 punt 1 onder a; ‘verbintenissen uit overeenkomst’; ‘plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd’.
HvJ EU 14-03-2013, ECLI:EU:C:2013:165 (Ceska Sporitelna/Gerald Feichter)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
14 maart 2013
- Magistraten
A. Tizzano, M. Ilešič, E. Levits, J.-J. Kasel, M. Safjan
- Zaaknummer
C-419/11
- Conclusie
A-G E. Sharpston
- LJN
BZ5290
- Roepnaam
Ceska Sporitelna/Gerald Feichter
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
EU-recht / Besluitvorming
EU-recht / Marktintegratie
EU-recht / Rechtsbescherming
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2013:165, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 14‑03‑2013
- Wetingang
Art. 5 punt 1 onder a, art. 15 lid 1 Verordening (EG) nr. 44/2001 (EEX-Verordening)
Essentie
Ceska sporitelna, a.s. tegen Gerald Feichter.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Mestsky soud v Praze (Tsjechië) bij beslissing van 21 maart 2011.
EEX-Verordening. Bevoegdheid. Promesse aan order; aval. Art. 15 lid 1; ‘consument’. Art. 5 punt 1 onder a; ‘verbintenissen uit overeenkomst’; ‘plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt, is uitgevoerd of moet worden uitgevoerd’.
Art. 15 lid 1 EEX-Verordening moet aldus worden uitgelegd dat een natuurlijke persoon die met een vennootschap nauwe beroepsmatige banden heeft, zoals een bestuurder of een meerderheidsaandeelhouder, niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.