NJ 2026/149
Huurrecht. Gebouwde onroerende zaak in zin art. 7:230a en 7:290 BW; maatstaf. Onbemand tankstation.
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:552
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
25/00557
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD104115:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:552, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1404, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 19‑12‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑12‑2024
- Wetingang
Art. 7:230a, 7:290 BW
Essentie
Huurrecht. Gebouwde onroerende zaak in zin art. 7:230a en 7:290 BW; maatstaf. Onbemand tankstation.
Samenvatting
In de Landingsbaan-beschikking (HR 11 april 2014, NJ 2014/438, m.nt. J.L.R.A. Huydecoper) heeft de Hoge Raad het volgende overwogen. Een zaak kan in elk geval worden aangemerkt als een gebouwde onroerende zaak in de zin van art. 7:230a BW als zich op of onder de grond een gebouw bevindt, tenzij dat gebouw als onderdeel van het gehuurde van verwaarloosbare betekenis is. Onder een gebouw dient te worden verstaan een bouwwerk dat een ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.