NJB 2020/24:Niet-ontvankelijkheid van een tegen een strafbeschikking gedaan verzet omdat het te laat is gedaan: bij de beoordeling van de vraag wanneer de strafbeschikking is uitgereikt aan de verdachte in persoon conform art. 257d lid 1 Sv en daarmee wanneer de termijn van veertien dagen voor het instellen van verzet is aangevangen, kon het hof gebruikmaken van een ambtsedig proces-verbaal van politie waarin een verbalisant verklaart over de uitreiking. De Hoge Raad oordeelt dat dergelijke processen-verbaal van de politie dezelfde bewijskracht hebben als een afzonderlijke aantekening van de uitreiking in de daarvoor bestemde landelijke registers als bedoeld in art. 2.2 lid 1 Besluit OM‑afdoening