NJB 2020/24
Niet-ontvankelijkheid van een tegen een strafbeschikking gedaan verzet omdat het te laat is gedaan: bij de beoordeling van de vraag wanneer de strafbeschikking is uitgereikt aan de verdachte in persoon conform art. 257d lid 1 Sv en daarmee wanneer de termijn van veertien dagen voor het instellen van verzet is aangevangen, kon het hof gebruikmaken van een ambtsedig proces-verbaal van politie waarin een verbalisant verklaart over de uitreiking. De Hoge Raad oordeelt dat dergelijke processen-verbaal van de politie dezelfde bewijskracht hebben als een afzonderlijke aantekening van de uitreiking in de daarvoor bestemde landelijke registers als bedoeld in art. 2.2 lid 1 Besluit OM‑afdoening
HR 10-12-2019, ECLI:NL:HR:2019:1918
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 december 2019
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage
- Zaaknummer
18/02425
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Politierecht / Bevoegdheden
Strafprocesrecht / Voorfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2019:1918, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑12‑2019
ECLI:NL:PHR:2019:1289, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 10‑09‑2019
- Wetingang
Essentie
Niet-ontvankelijkheid van een tegen een strafbeschikking gedaan verzet omdat het te laat is gedaan: bij de beoordeling van de vraag wanneer de strafbeschikking is uitgereikt aan de verdachte in persoon conform art. 257d lid 1 Sv en daarmee wanneer de termijn van veertien dagen voor het instellen van verzet is aangevangen, kon het hof gebruikmaken van een ambtsedig proces-verbaal van politie waarin een verbalisant verklaart over de uitreiking. De Hoge Raad oordeelt dat dergelijke processen-verbaal van de politie dezelfde bewijskracht hebben als een afzonderlijke aantekening van de uitreiking in de daarvoor bestemde landelijke registers als bedoeld in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.