JWB 2012/400
Internationaal privaatrecht, rechtsmacht, kinderbescherming
HR 07-09-2012, ECLI:NL:HR:2012:BW7355
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
7 september 2012
- Zaaknummer
12/01231
- LJN
BW7355
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal erkennings- en executierecht
Personen- en familierecht / Kinderbescherming
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2012:BW7355, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 07‑09‑2012
ECLI:NL:HR:2012:BW7355, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 07‑09‑2012
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑03‑2012
- Wetingang
Art. 4 HKV 1961
Essentie
Internationaal privaatrecht, rechtsmacht, kinderbescherming
Samenvatting
Casus
De verzoeker tot cassatie en de verweerster in cassatie hebben beiden de Nederlandse nationaliteit. De verweerster in cassatie heeft ook de Turkse nationaliteit. Uit de verweerster in cassatie is een kind geboren. Het kind heeft ook de Nederlandse nationaliteit. De verzoeker tot cassatie en de verweerster in cassatie zijn niet met elkaar gehuwd geweest. De verweerster in cassatie en het kind verblijven in Turkije.
De verzoeker tot cassatie heeft de Nederlandse rechter verzocht om samen met de moeder met het gezag over het kind te worden bekleed. In hoger beroep heeft hij ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.