Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures
Einde inhoudsopgave
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/1.2:1.2 Doelstelling en onderzoeksvraag
Invloed van schuldeisers in insolventieprocedures (IVOR nr. 129) 2023/1.2
1.2 Doelstelling en onderzoeksvraag
Documentgegevens:
mr. H.J. de Kloe, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. H.J. de Kloe
- JCDI
JCDI:ADS708388:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het doel van dit onderzoek is enerzijds de zeggenschapsrechten van schuldeisers in insolventieprocedures in kaart te brengen en anderzijds de wijze waarop schuldeisers formeel invloed kunnen uitoefenen op het proces te evalueren en ook te bezien of aanpassingen wenselijk zijn. Het in kaart brengen van de rechten van schuldeisers in faillissement gebeurt grotendeels aan de hand van de Faillissementswet, die in werking is getreden in 1896. Op onderdelen is de Faillissementswet gemoderniseerd, maar zeggenschapsrechten van schuldeisers in faillissement zijn vaak nog verweven met de oude opzet van het faillissement. De evaluatie van deze rechten geschiedt op basis van hedendaagse inzichten, ook uit andere jurisdicties. Daarbij concentreer ik mij op de relevante zeggenschapsrechten en mogelijkheden om formeel invloed te kunnen uitoefenen (zoals blijkend uit de hierna gemelde deelvragen) waarvan ik van mening ben, gebaseerd op kennis, ervaring en studie, dat er voldoende aanleiding is om deze nader te onderzoeken.
Een vraag die moet worden gesteld voordat dieper kan worden ingegaan op zeggenschapsrechten van schuldeisers, is welke belangen moeten worden behartigd in insolventieprocedures. Als in insolventieprocedures nauwelijks rekening gehouden hoeft te worden met de belangen van schuldeisers, dan is het ook niet nodig (veel) zeggenschapsrechten aan hen toe te kennen. Aan de andere kant moeten schuldeisers wellicht beslissende invloed uitoefenen op de procedure als uitsluitend hun belangen een rol spelen. Verder kwam al aan de orde dat invloed slechts kan worden uitgeoefend als degene die zeggenschapsrechten heeft ook toegang heeft tot voldoende informatie.
De onderzoeksvraag van dit onderzoek is:
Op welke wijze kunnen schuldeisers formeel invloed uitoefenen op het faillissement, de pre-pack en de WHOA en zijn aanpassingen wenselijk om de invloed van schuldeisers te wijzigen?
Ter beantwoording van de onderzoeksvraag, zijn de volgende deelvragen van belang:
Welke belangen moeten in faillissement worden behartigd op basis van verschillende rechtseconomische theorieën?
Welke belangen moet de curator naar geldend Nederlands recht behartigen in faillissement en hoe kan de curator op coherente wijze rekening houden met deze belangen?
Zijn de informatierechten die schuldeisers hebben afdoende om op een adequate wijze gebruik te maken van de rechten die zij hebben om invloed uit te oefenen op de afwikkeling van het faillissement en zijn aanpassingen wenselijk?
Welke invloed kan worden uitgeoefend op de afwikkeling van het faillissement door middel van het klachtrecht van artikel 69 Fw en het beroepsrecht van artikel 67 Fw en zijn wijzigingen wenselijk?
Welke invloed kan worden uitgeoefend op de afwikkeling van het faillissement met en door de schuldeisersvergadering en de schuldeiserscommissie en zijn wijzigingen van het huidige systeem wenselijk?
Op welke wijze hebben schuldeisers zeggenschap bij de afwikkeling van een faillissement waar een stille voorbereidingsfase aan voorafgaat, op welke wijze wordt het gebrek aan zeggenschap gemitigeerd en zijn wijzigingen wenselijk?
Welke zeggenschap hebben schuldeisers bij de totstandkoming van een WHOA-akkoord en behoeft de positie van schuldeisers op dit punt verbetering?
De onderzoeksvraag en deelvragen zijn met name gesteld vanuit de positie van schuldeisers. Dat is het perspectief waarop de focus ligt in dit onderzoek. Ook andere belangen dan schuldeisersbelangen kunnen een rol spelen bij de afwikkeling van het faillissement. De wijze waarop andere belangen kunnen worden behartigd is veelal vergelijkbaar met de wijze waarop schuldeisers invloed kunnen uitoefenen op de afwikkeling van het faillissement. De positie van schuldeisers en andere belanghebbenden is daarom regelmatig met elkaar verweven. Als voorbeeld noem ik de schuldeiserscommissie, waarin niet alleen schuldeisers zitting kunnen nemen maar ook andere belanghebbenden zoals een vertegenwoordiger van de werknemers.1 De positie van deze andere belanghebbenden komt daarom regelmatig en vanzelfsprekend aan bod bij de behandeling van schuldeisersrechten.