NJ 1955/396
Requeste civiel. Berusten van de beslissing op bedrog in de procedure gepleegd.
HR 27-11-1953, ECLI:NL:HR:1953:4, m.nt. Mr. D.J. Veegens
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 november 1953
- Magistraten
Mrs Donner, van der Meuien, Hijink, Losecaat Vermeer en Boltjes
- Zaaknummer
[27111953/NJ_1955-396]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Noot
Mr. D.J. Veegens
- JCDI
JCDI:ADS135809:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1953:4, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑11‑1953
- Wetingang
Essentie
Requeste civiel. Berusten van de beslissing op bedrog in de procedure gepleegd.
Samenvatting
Onjuist is de stelling, dat de overbodige toevoeging in het exploit v. dagv., dat de vrouw geen bekende verblijfplaats buiten het Rijk heeft, nimmer een grond kan opleveren tot herroeping van het vonnis, omdat een zodanige overbodigheid niet kan hebben geleid tot de uitspraak.
Indien de man op de hoogte is geweest van de verblijtplaats van de vrouw in het buitenland, had hij, zeker nu hij ervan moest uitgaan, dat de dagv. haar niet zou bereiken, of de vrouw van het aangevangen geding behoren in ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.