Mandeligheid
Einde inhoudsopgave
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/4.4:4.4 Conclusie
Mandeligheid (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2007/4.4
4.4 Conclusie
Documentgegevens:
mr. J.G. Gräler, datum 01-10-2006
- Datum
01-10-2006
- Auteur
mr. J.G. Gräler
- JCDI
JCDI:ADS489663:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Burenrecht en mandeligheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De crediteur van een schuld welke voor rekening van de mandelige gemeenschap komt kan zich niet verhalen op het (losse) onverdeelde aandeel in de mandelige zaak noch op de mandelige zaak zelf.
De verkrijger van een erf (en dus daarmee het onverdeelde aandeel in de mandelige zaak) is tezamen met de vervreemder hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden die voor rekening van de gemeenschapkomen (art. 3:176 leden 1 en 2 (de eerste twee zinnen)). De laatste zin van art. 3:176 lid 2 welke aan de opvolgend eigenaar van een onverdeeld aandeel de bevoegdheid geeft om zich aan de betalingsverplichting te onttrekken door zijn aandeel aan de overige deelgenoten over te dragen is ook in geval van mandeligheid van toepassing.
Uitwinning van alle aandelen in een mandelige zaak tezamen is uit de aard der zaak uitgesloten.
De rechter kan op verzoek van een deelgenoot machtiging verlenen tot verkoopen levering van de mandelige zaak ex art. 5:60 (art. 3:174 lid 1). Hiermee eindigt de mandeligheid. Op mandeligheid ex art. 5:62 is art. 3:174 lid 1 niet van toepassing. Ik zou menen dat de aard van de mandelige zaak zich daartegen verzet.
Art. 3:176 is in geval van mandeligheid ook van toepassing op schulden van deelgenoten aan de gemeenschapalsmede opschulden van een deelgenoot aan een andere deelgenoot ter zake van schulden voor rekening van de gemeenschap. Dit is anders indien een van de gevallen als omschreven in art. 5:66 lid 3 zich voordoet.