Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/2.2.1
2.2.1 De centrale onderzoeksvraag
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940426:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Onder ‘nationaalrechtelijke maatstaven’ begrijp ik in dit verband de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving, de rechtsregels zoals die volgen uit de jurisprudentie van de Hoge Raad en van de Nederlandse feitenrechters, de gehanteerde uitgangspunten bij de beleidsmatige toepassing door de Staatssecretaris van Financiën en de Belastingdienst en de gangbare opvattingen in de Nederlandse literatuur. Omdat bewijsrecht met name rechtersrecht is, zal de focus daarbij liggen op de uitleg en toepassing van het bewijsrecht door de Nederlandse feitenrechters en (vooral) de Hoge Raad.
Dit onderzoek beoogt een antwoord te geven op de vraag of de bewijsrechtelijke waarborgen die art. 6 EVRM voor criminal charges zoals de fiscale bestuurlijke boete garandeert, voldoende zijn verankerd in het Nederlandse, fiscale bestuurlijke boeterecht. Voor zover dat niet het geval is, worden suggesties aangedragen om de bestaande lacunes op te lossen.
De centrale onderzoeksvraag is:
In hoeverre behoeft het Nederlandse bewijsrecht zoals dat geldt voor fiscale bestuurlijke boetes verbetering om volledig aan de vereisten van de fair hearing van art. 6 EVRM te voldoen?
Omdat het fiscale bewijsrecht hoofdzakelijk rechtersrecht is, komt een groot deel van het onderzoek neer op het afleiden van rechtsnormen uit de jurisprudentie. Aan de ene kant betreft dit de uitleg en toepassing van het bewijsrecht zoals dat uit art. 6 EVRM en de daarover gewezen jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) volgt (het verdragsrechtelijke bewijsrecht). Aan de andere kant gaat het om de uitleg en toepassing van het bewijsrecht zoals dat naar nationaalrechtelijke maatstaven voor de fiscale bestuurlijke boete geldt (het nationaalrechtelijke bewijsrecht).1 Door het verdragsrechtelijke bewijsrecht met het nationaalrechtelijke bewijsrecht te vergelijken, kan de centrale onderzoeksvraag worden beantwoord.