NJB 2024/1496:Gewijzigd toetsingskader in Dublin-zaken. Er is geen ruimte om te onderzoeken of een vreemdeling een risico loopt op indirect refoulement. Evidente en fundamentele verschillen in beschermingsbeleid kunnen geen systeemfout in de zin van het arrest Jawo opleveren. Op grond van het interstatelijk vertrouwensbeginsel is het uitgangspunt dat de aangezochte lidstaat in de eerste plaats het verbod op refoulement naleeft, en in de tweede plaats dat een vreemdeling in die lidstaat ook toegang heeft tot effectieve rechtsmiddelen om een negatieve beschikking op een asielbesluit alsmede het daaraan verbonden terugkeerbesluit aan te vechten, en zo een eventueel risico op refoulement dus aan rechterlijke toetsing te onderwerpen. Alleen als een vreemdeling aannemelijk maakt dat er bij de aangezochte lidstaat niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan, kan van deze uitgangspunten worden afgeweken. Daartoe moet een vreemdeling aannemelijk maken dat er in de betreffende lidstaat sprake is van systeemfouten in de zin van het arrest Jawo, die dus niet zien op de manier waarop die lidstaat invulling geeft aan de materiële voorwaarden om in aanmerking te komen voor internationale bescherming, maar betrekking hebben op de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in die lidstaat.