Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/90
90 De bestuursrechter
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS451022:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Voetnoten
Voetnoten
Handelingen II, Bijlagen 1950-51, 1585, nr. 5, p. 8 (MvA); HR 15 juli 1987, ECLI:NL:HR:1987: AC4268, NJ 1988, 2, m.nt. W.H. Heemskerk (Staat/Issa); HR 24 maart 1995, ECLI:NL:HR:1995: ZC1683, NJ 1998, 414, m.nt. P. Vlas (Saueressig/Forbo).
Na de onderbrenging van de bestuursrechtspraak bij de rechtbanken werd in een vreemdelingenzaak geprobeerd een voorlopig getuigenverhoor te verkrijgen ten behoeve van een tegen de Staat aangespannen procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning. Volgens de verzoekers tot cassatie moest het met de integratie van de bestuursrechtspraak met de rechtbanken mogelijk zijn art. 186 Rv zodanig uit te leggen, dat een voorlopig getuigenverhoor ook mogelijk was geworden in bestuursrechtelijke procedures. De Hoge Raad ging, evenals de plaatsvervangend P-G Mok, niet mee met dit betoog. Mok vatte de argumentatie samen in nr. 2.3 van zijn conclusie: “De onderbrenging van de bestuursrechtspraak bij de rechtbanken is van organisatorische aard en betekent niet dat bestuursrechtspraak en civiele rechtspraak zijn samengevoegd.” HR 11 februari 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZC3132, NJ 2001, 137, m.nt. W.D.H. Asser.
Rb. ’s-Gravenhage 25 januari 1961, NJ 1961, 343.
Hof ’s-Hertogenbosch 23 april 1974, ECLI:NL:GHSHE:1974:AB5712, NJ 1974, 358. Het hof besliste dat belastingzaken tot de bestuursrechtelijke rechtspraak behoren, vanwege de benaming van de wettelijke regeling (Wet administratieve rechtspraak belastingzaken) en omdat de genoemde wet een afzonderlijke en uitputtende regeling kent die sterk afwijkt van het contentieuze burgerlijke geding, waarin onder meer een afwijkende regeling van getuigenbewijs wordt gegeven.
Bestuursrechtelijke procedures worden niet behandeld en beslist door de burgerlijke rechter maar door de bestuursrechter. Een voorlopig getuigenverhoor met het oog op een bestuursrechtelijke procedure is dan ook niet mogelijk.1 Voorbeelden zijn de procedure bij de sector bestuursrecht van de rechtbank2 en bij de Centrale Raad van Beroep3 of een belastingzaak.4
In sommige gevallen doet zich de vraag voor of de bestuursrechter dan wel de burgerlijke rechter bevoegd is om een geschil te beslissen. Ik behandel achtereenvolgens: een feitencomplex waarin naast elkaar bestuursrechtelijke en civielrechtelijke geschilpunten bestaan (par. 4.3.1.2), schadevergoeding vanwege onrechtmatig overheidshandelen (par. 4.3.1.3) en nadeelcompensatie (par. 4.3.1.4).