Retentierecht en uitwinning
Einde inhoudsopgave
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.3.5.4:8.3.5.4 Verhaal van het aan de retentor betaalde bedrag onder de zekerheden
Retentierecht en uitwinning (O&R nr. 110) 2019/8.3.5.4
8.3.5.4 Verhaal van het aan de retentor betaalde bedrag onder de zekerheden
Documentgegevens:
mr. M.A. Heilbron, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. M.A. Heilbron
- JCDI
JCDI:ADS592324:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 30 januari 1953, NJ 1953/578 (Doyer & Kalff).
HR 4 november 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1517, NJ 1995/627 m.nt. P. van Schilfgaarde (NCM/Knottenbelt).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
413. Wanneer de afspraak zoals in de vorige paragraaf beschreven wordt gemaakt, rijst de vraag of de pandhouder het aan de retentor betaalde bedrag kan verhalen op de executieopbrengst. Art. 54 Fw, dat gaat over verrekening van in het zicht van of tijdens faillissement overgenomen vorderingen op de gefailleerde, is op verhaal door de pand- of hypotheekhouder van vorderingen die zijn overgenomen van derden van overeenkomstige toepassing.1Art. 54 lid 2 Fw bepaalt dat na de faillietverklaring overgenomen vorderingen of schulden niet kunnen worden verrekend. In het arrest Doyer & Kalff maakte de Hoge Raad uit, dat de bank als fiduciair eigenaar zich niet mocht verhalen onder de zekerheden voor vorderingen die in het zicht van faillissement van derden waren overgenomen.2 In het arrest NCM/Knottenbelt werd dit bevestigd. NCM wilde zich verhalen op vorderingen die tot zekerheid aan haar waren overgedragen, voor na het uitspreken van de surséance van derden verkregen vorderingen op de gefailleerde. Volgens de Hoge Raad is dit niet toegestaan. In het arrest stelt hij verrekening op de voet van art. 54 Fw op één lijn met verhaal.3 Dat is slechts toegestaan voor vorderingen die al bestonden op het moment van de faillietverklaring. Daarom moet worden aangenomen dat ook het bedrag dat de zekerheidsgerechtigde aan de retentor heeft betaald niet kan worden verhaald op de door de pand- of hypotheekhouder verkregen executieopbrengst.