Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/1.1.2.b
1.1.2.b De beperking tot nationale auteurs als rechtsbevoegdheidskwestie
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS468821:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 1 van de Wet van 3 februari 1831, 4 Stat. 436. Voor de zekerheid wreef art. 8 er nog in 'That nothing in this act shall be construed to extend to prohibit the importation or vending, printing, or publishing, of any map, chart, book, musical composition, print or engraving, written, composed, or made, by any person not being a citizen of the United States, nor resident within the jurisdiction thereof.' Zo ook art. 1 resp. 5 van de eerste Amerikaanse auteurswet van 31 mei 1790, 1 Stat. 124.
Von Frisch 1910; Demangeat 1844; Kosters/Dubbink 1962, p. 543.
Vgl. art. 9 Wet Algemene Bepalingen en art. 1:1 lid 1 BW.
Von Wächter 1841, p. 253; Von Savigny 1849, p. 25 meldt optimistisch over de `Rechtsfähigkeit' van vreemdelingen: 'Das heutige Recht dagegen hat allmälig zur Anerkennung vollständiger Rechtsgleichheit zwischen Einheimischen und Fremden hingeführt.' Op p. 114 spreekt hij iets voorzichtiger over 'die stets allgemeiner anerkannte gleiche Rechtsfähigkeit unter Inländern und Auslandern'.
Dit is niet verwonderlijk. In deze rechtsgebieden hebben lang de sleutels tot macht en rijkdom gelegen, en die men gaf niet graag uit handen. Vererving was in vroeger tijden immers de belangrijkste manier om eigendom te vergaren, terwijl onroerende zaken de belangrijkste vermogensbestanddelen vormden (grondbezit).
Audit 2006, p. 15.
Zie ook Foelix/Demangeat 1866, p. 12, noot (a); Renault 1875, p. 343; Kosters 1917, p. 61; vgl. ook Kahn 1899, p. 263 met nadere verwijzingen. Specifiek met betrekking tot het auteursrecht onder meer Despagnet 1891, p. 91; Bureau de l'Union, DdA 1937 (La condition civiele), p. 85. Vgl. ook Von Savigny 1849, p. 25, die over de gelijke `Rechtsfähigkeit' van vreemdelingen opmerkt: 'Mit dieser Rechtsgleichheit der Personen ist jedoch über die Frage wegen der Collision zwischen dem einheimischen und fremden Rechte noch gar nicht entschieden.'
Durand 1884, p. 212.
Demangeat 1844, p. 317-318.
Vgl. Marees van Swinderen 1862, p. 11: 'Toen men namelijk eenmaal het beginsel had aangenomen dat de vreemdeling niet geheel rechteloos zijn zou, moest de vraag ontstaan, naar welk recht dan zijn staat en rechten beoordeeld zouden worden, naar het recht van den staat waarin hij vertoefde, of naar dat van den vreemden.'
Voor de duidelijkheid: weliswaar bepaalt de lokale wet de rechtsbevoegdheid van de vreemdeling, maar daarmee is niet gezegd dat de lokale wet — indien zij rechtsbevoegdheid erkent — ook inhoudelijk van toepassing is. Vergelijk het hierboven genoemde voorbeeld van Demangeat.
Een dier is naar algemeen aanvaarde hedendaagse maatstaven een object, en zo belabberd was de positie van de vreemdeling in Europa — althans in de afgelopen eeuwen — nu ook weer niet.
Waar de beperking van de wettelijke bescherming wordt vormgegeven als beperking van de rechtsbevoegdheid, treft zij primair auteurs — niet werken. Een werk kan immers geen rechtsbevoegdheid hebben. In theorie is nog wel denkbaar dat de rechtsbevoegdheid van vreemdelingen wordt beperkt voor zover het werken betreft die voor het eerst in den vreemde zijn gepubliceerd.
62. Rechtsbevoegdheid. In de vorige paragraaf onderzochten wij de constellatie dat de beperking tot nationale werken of auteurs was vormgegeven als een afbakening van het toepassingsbereik van de nationale wet. Daarnaast was er, zoals wij eerder hebben vastgesteld, de constellatie dat de beperking tot nationale auteurs was vormgegeven als een beperking van de rechtsbevoegdheid van vreemdelingen. Als voorbeeld zou artikel 1 van de Amerikaanse auteurswet van 1831 kunnen worden opgevat:
"(...) any person or persons, being a citizen or citizens of the United States, or resident therein, who shall be the author or authors of any book or books, map, chart, or musical composition, (...) shall have the sole right and liberty of printing, reprinting, publishing, and vending such book or books, map, chart, musical composition, (...)." 1
63. Vreemdelingenrecht. In deze constellatie is primair sprake van een vreemdelingenrechtelijke aangelegenheid. Bezien wij dit nader. Vreemdelingen werden in lang vervlogen tijden niet erkend als deelnemers aan het (burgerlijke) rechtsverkeer. Privaatrecht vormde ooit een rechtssfeer die voor vreemdelingen niet toegankelijk was.2 De vreemdeling had geen rechtsbevoegdheid: hij kon, met andere woorden, geen drager van burgerlijke rechten zijn, hij was simpelweg géén rechtssubject. In de loop der eeuwen werd de vreemdeling toegelaten tot het genot (‘la jouissance') van steeds meer burgerlijke rechten; hij kreeg beperkte rechtsbevoegdheid. Het verschil in rechtsbevoegdheid tussen eigen onderdanen en vreemdelingen werd aldus geleidelijk steeds kleiner, en tegenwoordig speelt de vraag naar de rechtsbevoegdheid van de vreemdeling niet meer; voor ons is vanzelfsprekend dat hij volledig rechtsbevoegd is.3 Maar in de eerste helft van de negentiende eeuw was deze ontwikkeling nog niet geheel voltooid.4 Bekende knelpunten waren het erfrecht en het recht van eigendom van onroerende zaken.5
64. Rechtsbevoegdheid ten opzichte van conflictenrecht. De vraag naar de rechtsbevoegdheid is een vraag die "historiquement et rationnellement" vooraf gaat aan de vraag naar het toepasselijke recht.6 Het is een preliminaire vraag.7 Eerst moeten wij immers, aan de hand van onze wet, vaststellen of een vreemdeling bij ons überhaupt drager van een bepaald burgerlijk recht kan zijn. Kan bijvoorbeeld een vreemdeling eigendomsrecht genieten in ons land? Pas nadat is vastgesteld dat een vreemdeling drager kan zijn van een bepaald recht, kan de vraag rijzen naar welk rechtsstelsel een en ander moet worden beoordeeld. Ziedaar "les deux questions, qui résument en effet toute notre matière: (1) Quels sont les droits dont jouissent les étrangers en France? (2) Quelle est la loi qui régit les droits reconnus aux étrangers?"8 Demangeat verwoordde het als volgt:
"Et puis ensuite, à mesure qu'on a constaté que notre législation n'exclut pas les étrangers de la jouissance de telle ou telle nature de droits, il reste toujours à se demander par quelle loi cette faculté, qui au fond est octroyée à l'étranger, devra être réglementée dans ses mains. (...)
(...) après avoir reconnu qu'un étranger n'est point exclu par la loi frangaise du droit de se maner en France, soit avec une Française soit avec une étrangère, il restera à nous demander quelle loi devra être consultée pour déterminer les conditions d'un pareil mariage, ses conséquences civiles, etc." 9
65. Rechtsvacuüm. Heeft de vreemdeling in een bepaalde aangelegenheid daarentegen géén rechtsbevoegdheid, dan komt men aan de vraag naar het terzake toepasselijke recht niet toe. De vreemdeling is terzake geen rechtssubject — hij kan überhaupt geen recht hebben — en daarmee is de kous af. Pas als hij drager van een bepaald recht kan zijn, kan de vraag naar de ten aanzien van dat recht toepasselijke wet zich voordoen.10 Zolang dat niet het geval is, blijft de conflictenrechtelijke vraag onbeantwoord; het blijft in het ongewisse welk rechtsstelsel terzake van toepassing zou zijn. Er is simpelweg geen als toepasselijk aangewezen rechtsstelsel er is een rechtsvacum.11 Dit alles is tegenwoordig wat moeilijk voorstelbaar, omdat voor ons vanzelfsprekend is dat vreemdelingen volledig rechtsbevoegd (rechtssubject) zijn. Een eigentijds voorbeeld kan het voor ons wellicht inzichtelijker maken. Vergelijken wij het met een dier. Een dier wordt niet erkend als rechtssubject. De vraag welk recht van toepassing is op de eigendomsverkrijging door een Duitse herdershond in Nederland, kan zich derhalve niet voordoen — voilà. De vergelijking klinkt cru en gaat niet helemaal op, maar zij maakt wel duidelijk waar het om gaat.12
66. Rechtsonbevoegdheid vreemde auteurs. Keren wij terug naar het negentiende-eeuwse auteursrecht. Wij zagen dat de beperking van de wettelijke bescherming tot nationale auteurs in sommige landen werd geplaatst in de sleutel van de rechtsbevoegdheid.13 Dat betekende dus dat vreemdelingen te dien aanzien geen rechtssubject waren — zij konden überhaupt geen auteursrecht hebben. Derhalve kwam de vraag welke auteurswet van toepassing is op de bescherming van hun werken, niet meer aan bod. Er was geen op de bescherming toepasselijk recht, er was een rechtsvacum.