Inhoudsopgave
Vereniging Corporate Litigation 2020-2021 (VDHI nr. 172) 2021/I.2.3.7:I.2.3.7 Belanghebbenden
Vereniging Corporate Litigation 2020-2021 (VDHI nr. 172) 2021/I.2.3.7
I.2.3.7 Belanghebbenden
Documentgegevens:
mr. D.J.F.F.M. Duynstee, mr. C.C.M. de Smet, datum 23-06-2021
- Datum
23-06-2021
- Auteur
mr. D.J.F.F.M. Duynstee, mr. C.C.M. de Smet
- JCDI
JCDI:ADS283203:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een recent artikel over dit onderwerp: M.W. Josephus Jitta, ‘De belanghebbende in de enquêteprocedure, een eenzijdig verkend begrip’, Ondernemingsrecht 2021/26.
OK 29 oktober 2020, ARO 2020/191 (Tallking Results).
Zie ook: HR 30 maart 2007, ARO 2007/68, JOR 2007/138 m.nt. J.H. Jans (ATR), OK 4 juli 2016, ARO 2016/174, JOR 2016/299 m.nt. R.C. de Mol (De Gelderhorst) en HR 23 maart 2012, ARO 2012/48, JOR 2012/141 m.nt. M.W. Josephus Jitta (e-Traction).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de kroniekperiode werden over het begrip ‘belanghebbende’ weinig opvallende beschikkingen gewezen.1
Wel bepaalde de OK in één zaak dat een beoogd investeerder die eerder een lening had verstrekt geen belanghebbende was.2
Verder is nog vermeldenswaardig dat drie belanghebbenden in de Marrobel-zaak niet ontvankelijk waren in hun tegenverzoek omdat zij niet enquêtegerechtigd waren. Wel mochten zij zich als belanghebbenden uitlaten over de aard, de omvang en de periode van het onderzoek alsmede om onmiddellijke voorzieningen verzoeken voor zover die voldoende samenhang vertoonden met het enquêteverzoek, aldus de OK.3