Einde inhoudsopgave
RvdW 2024/576
OM-cassatie. Beslag op bankrekeningen van klaagster op verzoek van buitenlandse autoriteiten is i.s.m. art. 13a WOTS. Klaagschrift gegrond.
HR 28-05-2024, ECLI:NL:HR:2024:772
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
28 mei 2024
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, T. Kooijmans
- Zaaknummer
23/03595 Br
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Internationaal strafrecht / Overdracht en overname strafvervolging
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Internationaal strafrecht / Justitiële en politionele samenwerking
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2024:772, Uitspraak, Hoge Raad, 28‑05‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:422, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 16‑04‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 02‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
OM-cassatie. Het oordeel van de rechtbank dat het beslag op bankrekeningen van klaagster op verzoek van de Braziliaanse autoriteiten in strijd is met art. 13a WOTS, blijft in stand. Het beslag kan niet dienen tot verhaal van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Samenvatting
Het cassatiemiddel komt op tegen de gegrondverklaring van het beklag over het op grond van art. 13a van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (hierna: WOTS) gelegde beslag op twee bankrekeningen van de klaagster. Het klaagt onder meer over het oordeel van de rechtbank dat niet sprake is van enig door de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.