Einde inhoudsopgave
Informatierechten van aandeelhouders (IVOR nr. 134) 2024/6.1
6.1 Plan van aanpak
mr. P.L. Hezer, datum 27-05-2024
- Datum
27-05-2024
- Auteur
mr. P.L. Hezer
- JCDI
JCDI:ADS972041:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ik beschik niet over empirische data waaruit de frequentie blijkt waarmee dergelijke regelingen worden opgenomen in (private) aandeelhoudersovereenkomsten. Dat het gebruikelijk is om in aandeelhoudersovereenkomsten informatierechten op te nemen, volgt onder meer uit Ten Berg 2002, p. 176; Van Veen 2011, p. 9; en Timmer 2017, p. 125-126, en sluit ook aan bij mijn ervaringen in de praktijk.
Zie over relationship agreements onder meer Bijveld 2015; Kersten 2017; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019, nr. 157 onder f; en Baaijens 2021.
Ik meen dat het voor de hand ligt dat de vennootschap partij is bij een aandeelhoudersovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt over informatierechten van aandeelhouders. Deze afspraken hebben immers betrekking op informatie van de vennootschap en het is de vennootschap die deze informatie zal moeten verstrekken.
Zie Baaijens 2021 over veelvoorkomende bepalingen in relationship agreements. In 12 van de 21 door Baaijens bestudeerde relationship agreements waren contractuele informatierechten opgenomen (p. 143 e.v.).
Zie in het kader van aandeelhoudersovereenkomsten Asser/Kroeze 2-I 2021, nr. 177 e.v.
Statutaire regelingen over de informatierechten van aandeelhouders zien doorgaans met name op de procedurele aspecten van informatieverstrekking en niet zozeer op de inhoud van die informatierechten. Zie voor een voorbeeld uit de rechtspraak Hof Amsterdam (OK) 24 april 2017, JOR 2017/163 m.nt. M.W. Josephus Jitta (Fortuna I), r.o. 3.12.
Voor de duidelijkheid merk ik op dat ik in dit hoofdstuk steeds uitga van de toepasselijkheid van Nederlands recht. Het staat partijen vrij om een ander toepasselijk recht overeen te komen. Het toepasselijk recht is onder meer bepalend voor de interpretatie, nakoming en aantasting van die afspraken (zie artikel 12 lid 1 Rome I en artikel 10:153 en 10:154 BW).
Dit betreft de geciteerde relationship agreements en het Aandeelhoudersconvenant Stedin. De vindplaatsen zijn opgenomen in de bronnenlijst bij dit proefschrift.
In dit hoofdstuk komt aan bod de contractuele regulering van de informatievoorziening aan aandeelhouders; ik zal gemakshalve spreken van contractuele informatierechten. In de praktijk komt het geregeld voor dat partijen contractuele afspraken maken over de informatievoorziening aan aandeelhouders.1 In besloten verhoudingen worden dergelijke contractuele informatierechten in de regel vastgelegd in aandeelhoudersovereenkomsten, waarin ook andere afspraken over de samenwerking tussen partijen en de governance van de vennootschap worden vastgelegd. Bij (met name) beursvennootschappen wordt met enige regelmaat gebruikgemaakt van zogeheten ‘relationship agreements’,2 die in de regel beperkter van aard zijn en betrekking hebben op de verhouding tussen de grootaandeelhouder(s) en de vennootschap. Zowel aandeelhoudersovereenkomsten als relationship agreements maken het mogelijk om de rechtsverhouding tussen aandeelhouders en (veelal3) de vennootschap nader te regelen, zulks in aanvulling op, of in afwijking van, de statuten.4 De toelaatbaarheid van dergelijke contractuele afspraken is reeds lange tijd algemeen aanvaard en staat niet ter discussie.5
Partijen kunnen verschillende motieven hebben om contractuele informatierechten overeen te komen, in plaats van bijvoorbeeld een regeling in de statuten.6 Aandeelhoudersovereenkomsten zijn vormvrij en bieden partijen de nodige vrijheid en flexibiliteit bij de inrichting van de governance van ‘hun’ vennootschap. Een heldere contractuele regeling kan voorts bijdragen aan de rechtszekerheid, bijvoorbeeld door te voorzien in een regeling voor lacunes in het Nederlandse vennootschapsrecht en door invulling te geven aan bepaalde open normen. Anders dan statuten, hoeven aandeelhoudersovereenkomsten niet te worden gepubliceerd, waarmee de inhoud van die afspraken vertrouwelijk kan blijven. Ook is de handhaving van dergelijke afspraken in het algemeen betrekkelijk eenvoudig, bijvoorbeeld doordat in rechte nakoming kan worden gevorderd.7 Ten slotte wijs ik op het aspect van minderheidsbescherming: waar de statuten in beginsel bij meerderheidsbesluit kunnen worden gewijzigd, zullen alle partijen moeten instemmen met de wijziging van contractuele afspraken. In tegenstelling tot statutaire informatierechten, kunnen contractuele informatierechten een minderheidsaandeelhouder dus niet zonder diens instemming worden ontnomen.
In dit hoofdstuk benader ik een viertal aspecten van contractuele informatierechten. In paragraaf 6.2 behandel ik de wisselwerking tussen contractuele informatierechten en de vennootschappelijke deelorde. Daarbij wordt stilgestaan bij de toelaatbaarheid van contractuele informatierechten en hun ‘doorwerking’ bij de invulling van de vennootschappelijke redelijkheid en billijkheid. In paragraaf 6.3 wordt ingegaan op de mogelijkheid aandeelhouders aanvullende contractuele informatierechten te bieden. Dergelijke informatierechten staan in principe los van, en komen bovenop, de wettelijke informatierechten. In de praktijk is dit de meest voorkomende verschijningsvorm van contractuele informatierechten. Paragraaf 6.4 ziet op de mogelijkheid om wettelijke informatierechten nader contractueel te reguleren door contractueel een nadere invulling te geven aan open wettelijke normen of (andere) door partijen gepercipieerde lacunes. Ik ga in op de (on)mogelijkheid van contractuele beperking van wettelijke informatierechten in paragraaf 6.5. Ten slotte deel ik in paragraaf 6.6 enkele slotbeschouwingen, waarin ik met name stilsta bij reglementaire informatierechten als alternatief voor contractuele informatierechten.
Ik heb in dit hoofdstuk een aantal illustratieve bepalingen opgenomen uit aandeelhoudersovereenkomsten die openbaar zijn gemaakt8 of die kenbaar zijn uit de rechtspraak of literatuur. Een enkele keer heb ik een geanonimiseerde passage opgenomen uit een aandeelhoudersovereenkomst die ik tegenkwam in mijn eigen praktijk.