NJ 1964/203
HR, 04-01-1962
HR 04-01-1962, ECLI:NL:HR:1962:137
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 januari 1962
- Magistraten
Mrs. Smits, de Jong, Wiarda, Houwing en Petit
- Zaaknummer
[04011962/NJ_1964-203]
- Conclusie
Mr. Langemeijer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1962:137, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑01‑1962
- Wetingang
(Rv art. 398-429.)
Samenvatting
De beide onderdelen van het middel missen feitelijke grondslag, wat onderdeel a betreft, omdat het Hof heeft overwogen, dat in het onderhavige geval geen feiten of omstandigheden zijn gesteld of gebleken, welke een ingrijpen in het beleid van B. en W. zouden rechtvaardigen, terwijl niet blijkt, dat het Hof daarbij buiten aanmerking heeft gelaten de door de A.D.M. en Singels voorgedragen stelling, dat de Gemeente na het uitbrengen van de dagvaarding doch vóór de mondelinge behandeling voor de President een andere woning voor Kenter had gevorderd;
en wat onderdeel b betreft, omdat uit het bestreden arrest niet blijkt, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.