De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.0:6.2.0 Introductie
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.2.0
6.2.0 Introductie
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS365412:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Advocaten scoren hoger dan partijen op de aanvaardbaarheid van de totale procedure t(504,485) = -3.95 , p = .000, de manier waarop de rechter hen behandelde t (508) = -2.45 , p = .015 en de informatie en uitleg die de rechter hen over de zitting gaf «508) = -3.41 , p = .001.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit onderzoek zijn naast de rechtvaardigheidspercepties van partijen en advocaten ook hun aanvaardbaarheidspercepties gemeten. Rechtvaardigheid en aanvaardbaarheid zijn niet dezelfde concepten. Er wordt bij de meting van aanvaardbaarheid voor alle duidelijkheid dus afgestapt van de (vertaalde) gevalideerde vragenlijst van Colquitt (2001) die gebruikt is om de ervaren procedurele, interpersoonlijke en informatieve rechtvaardigheid te meten. Wel zijn de stellingen van aanvaardbaarheid zo geformuleerd dat ze sterk aansluiten bij de drie typen rechtvaardigheid (tabel 68). Zo is er gevraagd naar de aanvaardbaarheid van de manier waarop de rechter de procesdeelnemer behandelde (interpersoonlijke rechtvaardigheid), de aanvaardbaarheid van de informatie en uitleg die de rechter over de zitting gaf (informatieve rechtvaardigheid) en de aanvaardbaarheid van de totale gang van zaken op de zitting (procedurele rechtvaardigheid). Daardoor kon tijdens de interviews eenvoudig doorgevraagd worden op deze drie aanvaardbaarheidsstellingen — in plaats van door te moeten vragen op 14 stellingen over rechtvaardigheid zodat kwalitatief een nog wat beter beeld van de huidige zittingspraktijk en de beleving van partijen en advocaten (Wat gaat goed? Wat kan beter?) kon worden verkregen. Daarbij definieer ik verder niet wat moet worden verstaan onder ‘aanvaardbaar’. Het gaat er immers om wat partijen en advocaten aanvaardbaar vinden.
In de tabellen 69 tot en met 71 zijn de antwoorden van partijen en advocaten op de drie stellingen weergegeven. Advocaten scoren op alle drie de stellingen significant hoger dan partijen.1
Stelling
Bijbehorend’ type rechtvaardigheid
Ik vind de totale procedure (= gang van zaken) tijdens de zitting vandaag aanvaardbaar.
Procedurele rechtvaardigheid
Ik vind de manier waarop ik door de rechter behandeld werd aanvaardbaar.
Interpersoonlijke rechtvaardigheid
Ik vind de informatie en uitleg die de rechter mij over de zitting gaf aanvaardbaar.
Informatieve rechtvaardigheid
Partijen
Advocaten
Abs
%
Abs
%
1 zeer oneens
3
1.2
3
1.1
2 oneens
17
7.0
10
3.7
3 beetje oneens/beetje eens
33
13.6
26
9.7
4 eens
156
64.2
144
53.9
5 zeer eens
34
14.0
84
31.5
Totaal
243
100.0
267
100.0
M = 3.83
SD = .80
M = 4.11
SD = .81
Partijen
Advocaten
Abs
%
Abs
%
1 zeer oneens
2
0.8
1
0.4
2 oneens
2
0.8
3
1.1
3 beetje oneens/beetje eens
14
5.8
9
3.4
4 eens
163
67.1
158
59.2
5 zeer eens
62
25.5
96
36.0
Totaal
243
100.0
267
100.0
M = 4.16
SD = .63
M = 4.29
SD = .62
Partijen
Advocaten
Abs
%
Abs
%
1 zeer oneens
1
0.4
0
0.0
2 oneens
7
2.9
2
0.7
3 beetje oneens/beetje eens
12
4.9
15
5.6
4 eens
182
74.9
170
63.7
5 zeer eens
41
16.9
80
30.0
Totaal
243
100.0
267
100.0
M = 4.05
SD = .61
M = 4.23
SD = .58
In het vervolg van deze paragraaf worden de lijnen beschreven die naar voren komen uit de toelichting die partijen en advocaten tijdens de interviews gaven op hun antwoord bij de drie aanvaardbaarheidsstellingen. De resultaten hiervan worden achtereenvolgens beschreven voor de aanvaardbaarheid van de behandeling door de rechter (paragraaf 6.2.1), de aanvaardbaarheid van de informatie en uitleg die de rechter gaf (paragraaf 6.2.2) en de aanvaardbaarheid van de totale gang van zaken tijdens de zitting (paragraaf 6.2.3). De aanvaardbaarheid van de totale gang van zaken komt als laatste aan bod omdat deze stelling het breedste van de drie is geformuleerd en hieronder vrijwel alles kan vallen wat zich op de zitting afspeelt.
Verreweg de meeste partijen en advocaten gaven op alle drie de aanvaardbaarheidsstellingen een positief antwoord (`eens’ of ‘zeer eens’). Hieronder worden echter de negatieve (`zeer oneens’ of ‘oneens’) of twijfelende antwoorden (`beetje oneens/beetje eens’) vrij uitvoerig besproken. Daardoor wordt niet alleen duidelijk wat goede zittingspraktijken zijn in de ogen van partijen en advocaten, maar wordt ook in kaart gebracht waar mogelijke aandachtspunten voor verbetering liggen.