Einde inhoudsopgave
De kredietwaardigheidstoets bij kredietverlening aan consumenten (R&P nr. FR19) 2020/7.3.2.4
7.3.2.4 De kredietbeslissing
Mr. dr. J.M. Meindertsma, datum 01-06-2020
- Datum
01-06-2020
- Auteur
Mr. dr. J.M. Meindertsma
- JCDI
JCDI:ADS210052:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Deze vragen zijn afgeleid uit de bouwstenen van het begrip problematische terugbetaalsituatie. Zie paragraaf 2.2.4. Zie ook Janger & Block-Lieb 2006, p. 1535 waarin vier vragen aan bod komen die de consument zichzelf in dit verband zal stellen: Hoeveel schulden heb ik nu? Wat kost een nieuw krediet? Hoe groot is de kans dat mijn betaalcapaciteit gelijk blijft? Is mijn voorkeur voor huidige consumptie sterk genoeg? Zowel deze vragen als de vragen uit de hoofdtekst bouwen voort op dezelfde basis. Uiteindelijk gaat het erom dat de consument zich afvraagt hoe graag hij het krediet wil hebben en welke terugbetaaloffers hij daarvoor zal kunnen en willen maken.
Zie hierover ook Hancock 1993.
Overigens speelt ook de rente een rol. Zie Wonder e.a. 2008. Als er bijvoorbeeld geen rente wordt gevraagd, zal de consument kunnen kiezen voor het contract met de langste looptijd.
Zie Hynes & Posner 2002 waarin wordt opgemerkt dat vooral risico-averse consumenten een verzekering zullen afsluiten.
Zie Jaffee & Russell 1976, Gonzalez 2008, p. 8 en Posner 2014, p. 625.
Hynes 2004, p. 132. Overigens lijkt dit voorbeeld te rusten op de aanname dat de consument op een zeker moment een volledige kwijtschelding gaat krijgen dan wel weet dat hij nooit meer zoveel geld gaat verdienen om het geleende geld terug te betalen.
In paragraaf 7.3.3.3 wordt nader ingegaan op de kredietwaardigheidstoets van de kredietgever.
Pas als een specifiek scenario niet-betalen daadwerkelijk is doorgelicht is sprake van een kredietaanvraag deels-betalen. Zodoende wordt afstand genomen van onvoorziene omstandigheden die het, na de kredietverstrekking, rationeel kunnen maken om niet langer te betalen. Deze omstandigheden kunnen zich voordoen ongeacht het type kredietaanvraag dat aan de orde is. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de rationele consument niet alle denkbare (negatieve) scenario’s zal doorlichten. Zie paragraaf 7.2.2.1 en Lusardi 2008.
Posner 2014, p. 625.
Wilkinson-Ryan 2011, p. 1560.
De rationele consument brengt zijn huidige en verwachte betaalcapaciteit in beeld. Hij kijkt naar zijn inkomen en onderzoekt wat daarvan overblijft als hij bijvoorbeeld met pensioen gaat. Voorts heeft deze consument oog voor zijn vaste uitgaven en de andere onderdelen van zijn betaalcapaciteit. Ook in dat verband brengt hij de eventuele gevolgen van een concreet voorzienbaar scenario in kaart. Vervolgens komt hij tot een oordeel over de kredietwaardigheid. Normaal gesproken acht de consument zichzelf kredietwaardig als hij verwacht te beschikken over voldoende betaalcapaciteit om tijdig en volledig te kunnen terugbetalen. Hij is dan bijvoorbeeld bereid om bepaalde bezuinigingen door te voeren of andere onderdelen van zijn betaalcapaciteit aan te spreken voor de terugbetaling van het krediet. Het is echter ook denkbaar dat de consument zichzelf als kredietwaardig ziet ook al verwacht hij te beschikken over onvoldoende betaalcapaciteit. Deze consument zal niet volledig terugbetalen omdat hij niet kan terugbetalen of omdat hij niet wil terugbetalen en de kredietgever geen mogelijkheden heeft om de terugbetaling af te dwingen. Tegen deze achtergrond wordt hierna verder ingegaan op de kredietaanvraag (i) wel-betalen, (ii) niet-betalen en (iii) deels-betalen.
(i) De kredietaanvraag wel-betalen
De kredietaanvraag wel-betalen wordt ingediend door de consument die verwacht tijdig te voldoen aan de beoogde terugbetaalplichten. Voordat deze kredietaanvraag wordt ingediend, stelt de consument zichzelf drie vragen.1 De antwoorden laten vervolgens zien hoe belangrijk de consument het vindt om het betreffende krediet te krijgen en welke terugbetaaloffers hij daarvoor hoelang zal kunnen en willen maken. Ten eerste is er aandacht voor de vraag welke terugbetaaloffers hij bereid is te maken voor het krediet. In dat verband wordt rekening gehouden met de opportuniteitskosten.2 Met de voldoening van een terugbetaaleuro verliest de consument immers de mogelijkheid om diezelfde euro voor andere doeleinden te gebruiken. Hij zal daarom om een extra kredieteuro blijven vragen totdat de verwachte nadelige gevolgen daarvan het niet meer waard zijn. Als de consument bijvoorbeeld zijn huurwoning niet wil opgeven, zal hij geen extra kredieteuro meer vragen als dit later ten koste zal gaan van de huur. Ten tweede is er aandacht voor de vraag hoelang hij die periodieke terugbetaaloffers zal willen maken. In principe zal de consument de looptijd koppelen aan de periode waarin hij verwacht te profiteren van het krediet.3 Zo zal hij in het algemeen niet langdurig willen betalen voor een krediet waarvan hij slechts een kortere tijd kan profiteren. Tot slot is er aandacht voor de vraag in hoeverre hij bereid is om tijdelijk een groter deel van zijn periodieke betaalcapaciteit op te geven voor het betreffende krediet. Deze vraag komt bijvoorbeeld naar voren als de consument een tijdelijke daling van zijn inkomen verwacht. In dat geval kan hij verschillende beslissingen nemen. Enerzijds kan hij de kredietaanvraag indienen en accepteren dat hij een zekere periode meer terugbetaaloffers moet maken. Anderzijds kan hij besluiten om een passende verzekering af te sluiten of om over te gaan tot een neerwaartse bijstelling van het gevraagde kredietbedrag.4
(ii) De kredietaanvraag niet-betalen
De kredietaanvraag niet-betalen wordt ingediend door de consument die na de kredietverlening niet zal voldoen aan de periodieke terugbetaalplichten. Deze kredietaanvraag wordt ingediend als de verwachte baten van het krediet groter zijn dan de verwachte kosten van het scenario niet-betalen. Die laatste kosten bestaan uit het eventuele verlies van de afdwingbare onderdelen van de betaalcapaciteit en het verlies van toekomstige kredietmogelijkheden.5 Ook de aanverwante kosten, zoals verhuiskosten, worden in de beoordeling meegenomen. Een kredietaanvraag niet-betalen gaat daarom al snel over grotere kredietbedragen. Dit geldt te meer nu de nadelige gevolgen van elke extra geleende euro vanaf een zeker punt nagenoeg nihil zijn. Vanaf dat punt heeft de consument niets meer te verliezen waardoor hij net zo goed een (nog) groter krediet kan nemen. Zie in deze lijn het volgende voorbeeld over de consument die bijna failliet is en nog snel een krediet opneemt:
“For example, a consumer who realizes that bankruptcy is inevitable may go on one last spending binge at the expense of lenders who do not learn of the consumer's precarious financial condition in time to adjust her credit limit. Once default becomes inevitable, this additional spending costs the consumer nothing because she will never have to repay the additional debt; once default becomes inevitable, additional loans amount to "free money" from the consumer’s perspective.”6
Overigens zal de consument ook rekening houden met de periode waarin de nadelige gevolgen van niet-betalen door hem zullen worden gevoeld. Hoe langer de kredietgever bijvoorbeeld beslag kan leggen op zijn inkomen, hoe groter het krediet moet zijn om dat verlies te kunnen dekken. Het nadeel van de grotere kredietaanvragen is echter dat ze sneller argwaan zullen opwekken bij de kredietgever die een kredietaanvraag niet-betalen niet zal willen accepteren.7 Het ligt daarom voor de hand dat een dergelijke aanvraag wordt ingediend door een consument met weinig betaalcapaciteit en met weinig zicht op verbetering van zijn financiële positie.
(iii) De kredietaanvraag deels-betalen
De kredietaanvraag deels-betalen wordt ingediend door de consument die verwacht te voldoen aan de terugbetaalplichten totdat zich een specifiek scenario voordoet. Deze consument weet dus op voorhand dat hij in een bepaald doorgelicht8 scenario niet langer zal terugbetalen. Het volgende voorbeeld laat zien dat de recente kredietcrisis mede kan zijn veroorzaakt door (rationele) consumenten die hebben besloten een kredietaanvraag deels-betalen in te dienen:
“Suppose you buy house for $200,000. You put no money down (you have no money), and the deal is that you won’t have to pay interest for two years but beginning in the third year the interest rate will be a stiff 8 percent – which you won’t be able to afford. If housing prices are expected to continue to rise at a rate of 10% a year (as they were doing until they peaked in May 2006), then in two years your house will be worth $240,000, and you will be able to refinance it with a standard 30-year mortgage at an affordable interest rate. If housing prices don’t rice, then in year three you’ll abandon the house and go back to renting, and probably the only cost besides moving costs will be a reduction in your credit rating.”9
Hoewel dit voorbeeld gaat over de consument die mogelijk niet meer kan terugbetalen, is het ook denkbaar de consument een kredietaanvraag indient met de verwachting dat hij op een zeker moment niet meer wil terugbetalen. In dit verband kan worden gedacht aan de volgende situatie waarin het voor de consument aantrekkelijker is om een woning te huren:
“For example, imagine the simplified case of a homeowner with an interest-only loan who owes $250,000 on a home worth $100,000. She is paying $1,500 each month, but she could live in a similar place for about half of that cost. Even after a sharp hit to her credit, she saves money by defaulting on her original mortgage. For many borrowers, even taking into account the stress of defaulting and moving, the strategic, self-interested choice is default.”10
In dit voorbeeld wordt overigens aangenomen dat de kredietgever geen andere mogelijkheden heeft om, na de verkoop van de woning, de nog openstaande kredietvordering voldaan te krijgen. De consument krijgt daarom ‘slechts’ te maken met verhuiskosten en een negatieve bijstelling van zijn kredietreputatie. Voor zover deze consument echter ook zijn andere (afdwingbare) onderdelen van de betaalcapaciteit zal kunnen verliezen, ligt het meer voor de hand dat hij zal blijven voldoen aan de betreffende terugbetaalplichten.