RI 2011/66
Verleggingsregeling. Speelt de btw-component een rol bij de toets ex 3:251 lid 1 BW omtrent afwijkende wijze van verkoop? (Franken en Lauwerier q.q./Rabobank)
Rb. Breda 28-03-2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1324
- Instantie
Rechtbank Breda
- Datum
28 maart 2011
- Magistraten
Mr. A.D. Scheffers
- Zaaknummer
232233/KG RK 11-232
- LJN
BQ1324
- JCDI
JCDI:ADS908725:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1324, Uitspraak, Rechtbank Breda, 28‑03‑2011
- Wetingang
BW art. 3:251; Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 art. 24ba
Essentie
Afwijkende wijze van verkoop. Verleggingsregeling. Boedelschuld.
Speelt de btw-component een rol bij de toets ex 3:251 lid 1 BW of een afwijkende wijze van verkoop wordt toegestaan?
Samenvatting
Een pandhouder wenst na faillissement een verpande voorraad via een onderhandse internetveiling en een fysieke verkoop uit de winkels van de (gefailleerde) pandgever aan particulieren te verkopen. De pandhouder verzoekt de Voorzieningenrechter om een afwijkende wijze van verkoop op grond van art. 3:251 lid 1 BW toe te staan. De curatoren voeren verweer. Het is de vraag of een openbare executieveiling niet een betere opbrengst met zich zal brengen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.