De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.4:5.3.4 Categorieën inmengingen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/5.3.4
5.3.4 Categorieën inmengingen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370885:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. EHRM 29 maart 2010, appl.nr. 34044/02 (Depalle).
EHRM 7 november 2002, JOR 2005 nr. 112 (Olczak) nt. Vossestein.
EHRM 7 november 2002, JOR 2005/111 m.nt. Vossestein (Sovtransavto).
EHRM 20 juli 2004, NJ 2005/479 (Bäck). Zie hierover ook par. 5.3.3.2.
Barkhuysen en Van Emmerik 2003, p. 6. EHRM 7 juli 1989, Series A, nr. 159 (Tre Traktoter Aktiebolag). Deze uitspraak kwam ook ter sprake in par. 5.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor zijn al een aantal keer de termen ontneming en regulering gebruikt in plaats van de term inmenging. Ontnemingen en reguleringen zijn verschijningsvormen van inmengingen. Deze categorieën inmengingen dienen van elkaar te onderscheiden te worden, omdat het EHRM strenger is bij ontnemingen dan bij reguleringen (zie par. 5.4.3.1 en 5.4.3.3).
Daarnaast is er in de rechtspraak van het EHRM ook sprake van inmengingen die niet in één van deze twee categorieën vallen. Dat demonstreert dat het onderscheid tussen reguleringen en ontnemingen zelfs voor het EHRM niet altijd gemakkelijk te herkennen is.
Dat het moeilijk is dit onderscheid te maken, komt mede doordat het bij de toepassing van art. 1 EP nodig is “to look behind the appearances and investigate the realities of the situation complained of”.1
Ik wijs op het Olczak-arrest,2 waarin de centrale bank van Polen een aandelenemissie bewerkstelligde bij een bank. Het afdwingen van zo’n emissie zou kunnen worden gezien als een regulering van het recht van de aandeelhouders om tot een emissie te besluiten. Het EHRM oordeelde echter dat sprake was van een ontneming van één van de aandeelhouders. Deze was als een gevolg van de emissie verwaterd van 45% tot 0,4%. Omdat daardoor de waarde van zijn participatie nagenoeg geheel verloren was gegaan, was sprake van een ontneming.
In het Sovtransavto-arrest3 daarentegen, was geen sprake van een ontneming, hoewel de aandeelhouder wederom vanwege een van overheidswege opgelegde emissie verwaterde van 49% tot 20,7%. Dit werd ook niet als een regulering gezien, maar wel als een inmenging.
Dat was ook het Bäck-arrest4 het geval, waarin een vordering in het kader van een schuldsanering werd gereduceerd van 19.000 tot 365. Het EHRM vond dat zowel op een ontneming als op een regulering van eigendom lijken.
De vraag of sprake is van een ontneming, regulering of ander soort inmenging is ook afhankelijk van wat men als het relevante eigendom ziet. Een drankvergunning kan bijvoorbeeld kwalificeren als onderdeel van het eigendom van een restaurant. De intrekking van die vergunning kwalificeert dan niet als een ontneming, maar als een regulering van de eigendom van het restaurant.5