Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559NJ 2021/350, HR 15 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1370 en HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.
HR, 16-01-2024, nr. 22/01227 B
ECLI:NL:HR:2024:30
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16-01-2024
- Zaaknummer
22/01227 B
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2024:30, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2024; (Cassatie, Beschikking)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2023:1127
ECLI:NL:PHR:2023:1127, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑12‑2023
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:30
- Vindplaatsen
Uitspraak 16‑01‑2024
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op personenauto van klaagster onder haar schoonvader t.z.v. verdenking van rijden zonder geldig kentekenbewijs. Bevoegdheid Rb. Is Rb bevoegd tot behandeling klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv, nu tegen vonnis in strafzaak tegen schoonvader, waarbij inbeslaggenomen personenauto is onttrokken aan het verkeer, geen hoger beroep is ingesteld? HR ambtshalve: Uit door AG ingewonnen inlichtingen bij Rb blijkt dat personenauto waarvan klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van Rb in strafzaak tegen schoonvader is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen h.b. ingesteld, zodat dit onherroepelijk is. Als gerecht dat bevoegd is tot afdoening van klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv constateert dat sinds indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing t.l.v. ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Als dat gerecht, gelet op art. 552b.2 Sv, niet bevoegd is tot behandeling van zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat griffier stukken zendt naar tot die behandeling wel bevoegde gerecht (vgl. HR:1993:ZC9284). In dit geval is vonnis met daarin onttrekking aan het verkeer van personenauto pas in cassatiefase van beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet klaagschrift worden opgevat als klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. HR zal met vernietiging van beschikking Rb zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het ex art. 552b.2 Sv bevoegde gerecht.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/01227 B
Datum 16 januari 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 maart 2022, nummer RK 21/016391, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klaagster.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.
2. Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank
2.1
Bij een op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is door de klaagster om teruggave verzocht van een op 3 juli 2021 onder [betrokkene] inbeslaggenomen personenauto. Daartoe is door de klaagster onder meer gesteld dat die personenauto haar toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 18 maart 2022 ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Oost-Brabant, zoals vermeld in zijn conclusie onder 2.2, blijkt dat de personenauto waarvan de klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van 13 december 2022 in de strafzaak tegen [betrokkene] is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.
2.3
Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Als dat gerecht – gelet op artikel 552b lid 2 Sv – niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift, moet het bepalen dat de griffier de stukken zendt naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284.)
2.4
In dit geval is het vonnis met daarin de onttrekking aan het verkeer van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook in die situatie moet het klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van artikel 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 januari 2024.
Conclusie 12‑12‑2023
Inhoudsindicatie
Beklag derdenbeslag ex art. 94 Sv op auto van klaagster. Feitelijke bestuurder is veroordeeld voor rijden zonder geldig kentekenbewijs. In dat vonnis is de auto onttrokken aan het verkeer. Het vonnis is in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Het klaagschrift a.b.i. art. 552a Sv moet worden opgevat als een klaagschrift a.b.i. art. 552b Sv. Concl. strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rb.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 22/01227 B
Zitting 12 december 2023
CONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de klaagster
1. Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, heeft bij beschikking van 18 maart 2022 het op grond van art. 552a Sv ingediende klaagschrift van de klaagster, strekkende tot teruggave van de onder een ander inbeslaggenomen auto, ongegrond verklaard.
1.2
Het cassatieberoep is op 4 april 2022 ingesteld namens de klaagster. S. van den Akker en R.J. Baumgardt, beiden advocaat te Rotterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld. In het middel wordt geklaagd dat het onderzoek in de raadkamer en de bestreden beschikking nietig zijn, omdat uit het proces-verbaal van de zitting in raadkamer niet blijkt dat het onderzoek in het openbaar heeft plaatsgevonden.
1.3
Aan de bespreking van het middel kom ik, gelet op hetgeen ik hierna onder paragraaf 2 ambtshalve aan de orde stel, niet toe.
1.4
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.
2. Ambtshalve beoordeling van het cassatieberoep
2.1
Op 3 juli 2021 is onder klaagsters schoonvader [betrokkene 1] een personenauto in beslag genomen omdat deze zonder geldig kentekenbewijs op de openbare weg reed. De klaagster stelt dat zij de eigenaar is van deze auto. Zij heeft op 27 oktober 2021 ter griffie van de rechtbank Oost-Brabant een klaagschrift als bedoeld in art. 552a lid 1 Sv ingediend. In het klaagschrift verzoekt zij om teruggave van haar – onder haar schoonvader ([betrokkene 1]) in beslag genomen – auto. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 18 maart 2022 ongegrond verklaard.
2.2
Uit de op mijn verzoek ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Oost-Brabant blijkt dat de personenauto waarvan de klaagster teruggave verzoekt, bij vonnis van 13 december 2022 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is onttrokken aan het verkeer. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.
2.3
Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht.1.
2.4
In dit geval is het vonnis met daarin de onttrekking aan het verkeer van de genoemde personenauto pas in de cassatiefase van de beklagzaak gewezen en onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv.2.In gevallen als deze geldt niet de jurisprudentie waarin is bepaald dat indien de strafrechter, lopende de beklagprocedure, een beslissing heeft genomen over de inbeslaggenomen voorwerpen, de klager geen belang meer heeft bij het cassatieberoep tegen de beschikking van de rechtbank.3.Anders zou de regeling van art. 552b Sv, die juist ziet op klaagschriften van een derde belanghebbende tegen onherroepelijke verbeurdverklaringen en onttrekkingen aan het verkeer, een dode letter zijn. De zaak dient daarom met vernietiging van de beschikking van de rechtbank voor verdere afdoening en behandeling te worden verwezen naar het op grond van art. 552b lid 2 Sv bevoegde gerecht.
3. Slotsom
3.1
Ambtshalve heb ik geen andere dan de hierboven vermelde gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden beschikking aanleiding behoren te geven.
3.2
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot bepaling dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Oost-Brabant.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 12‑12‑2023
Vgl. onder meer HR 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1559, NJ 2021/350.
Vgl. HR 4 juli 2023, ECLI:NL:HR:2023:1022, NJ 2023/267 m.nt. P.A.M. Mevis, HR 23 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1709, HR 25 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:1273, HR 17 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5834, NJ 2012/269 en HR 23 januari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ3560.