V-N Vandaag 2021/2071
Woondelenvrijstelling: werkelijke waarde woondelen aftrekken van beschikte WOZ-waarde
HR (A-G) 04-08-2021, ECLI:NL:PHR:2021:736
- Instantie
Hoge Raad (Advocaat-Generaal)
- Datum
4 augustus 2021
- Zaaknummer
20/02917
20/02919
20/02920
20/02922
20/02923
20/02924
20/02925
20/02926
20/02927
20/02928
20/02929
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden / Gemeentelijke belastingen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1667, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:HR:2021:1761, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑11‑2021
ECLI:NL:PHR:2021:736, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 04‑08‑2021
- Wetingang
Essentie
Advocaat-Generaal IJzerman is met Hof ’s-Hertogenbosch van mening dat bij de bepaling van de woondelenvrijstelling de waarde van de werkelijke waarde van de woondelen afgetrokken moet worden van de beschikte WOZ-waarde.
Samenvatting
X is eigenaar en gebruiker van een agrarisch object. In cassatie gaat het alleen nog over de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting OZB in verband met de vrijstelling voor woondelen. In hoger beroep gaat de heffingsambtenaar uit van een hogere waarde voor zowel de woondelen als de waarde van het geheel. Hof ’s-Hertogenbosch berekent de woondelenvrijstelling door de werkelijke (hogere) waarde van de woondelen af te trekken ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.