Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/2.4.1
2.4.1 De geconsolideerde jaarrekening
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648927:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Dit vloeit voort uit artikel 2:410 BW jo. 2:361 lid 1 BW en de wetsgeschiedenis, zie Kamerstukken II 2003/04, 29737, nr. 7.
De letterlijke tekst luidt: “de financiële gegevens van de rechtspersoon door een andere rechtspersoon of vennootschap zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen, richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) of een der beide richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen van toepassing is.”
Een enkelvoudige jaarrekening is een jaarrekening waarin de financiële gegevens van één rechtspersoon zijn opgenomen. Omdat rechtspersonen niet altijd zelfstandig functioneren maar in groepen, kan het gewenst zijn om een beeld te krijgen van de financiële situatie van de hele groep. De financiële gegevens van meerdere rechtspersonen moeten dan worden ‘samengesmeed’ in één jaarrekening; een geconsolideerde jaarrekening. De geconsolideerde jaarrekening wordt ook wel ‘groepsjaarrekening’ genoemd. De wettelijke omschrijving voor een geconsolideerde jaarrekening is te vinden in artikel 2:405 BW:
Artikel 2:405 BW
Een geconsolideerde jaarrekening is de jaarrekening waarin de activa, passiva, baten en lasten van de rechtspersonen en vennootschappen die een groep of groepsdeel vormen en andere in de consolidatie meegenomen rechtspersonen en vennootschappen, als één geheel worden opgenomen.
De geconsolideerde jaarrekening moet overeenkomstig artikel 362 lid 1 inzicht geven betreffende het geheel van de in de consolidatie opgenomen rechtspersonen en vennootschappen.
Artikel 2:406 BW geeft een omschrijving van de situaties waarin er een verplichting bestaat om een geconsolideerde jaarrekening op te stellen, de ‘consolidatieplicht’:
Artikel 2:406 BW
De rechtspersoon die, alleen of samen met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van zijn groep, stelt een geconsolideerde jaarrekening op, waarin opgenomen de eigen financiële gegevens met die van zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.
Een rechtspersoon waarop lid 1 niet van toepassing is, maar die in zijn groep een of meer dochtermaatschappijen heeft of andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft, stelt een geconsolideerde jaarrekening op. Deze omvat de financiële gegevens van het groepsdeel, bestaande uit de rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen die onder de rechtspersoon vallen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.
De rechtspersoon die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer banken bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de banken als één geheel.
De rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427 lid 1 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer verzekeringsmaatschappijen bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de verzekeringsmaatschappijen als één geheel.
In de geconsolideerde jaarrekening van een rechtspersoon, die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, mag ten aanzien van in de consolidatie te betrekken maatschappijen die bank zijn, tezamen met de in artikel 426 lid 1, tweede zin, bedoelde maatschappijen, artikel 424 worden toegepast.
Voorheen maakte een geconsolideerde jaarrekening vaak onderdeel uit van de enkelvoudige jaarrekening van de consoliderende rechtspersoon. Dit is niet noodzakelijk. Sterker nog, de band die bestond tussen de enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening is sinds de wijziging van titel 2.9 BW in 2005 verbroken. De geconsolideerde jaarrekening vormt geen onderdeel van de enkelvoudige jaarrekening of de toelichting daarop. De geconsolideerde jaarrekening is een zelfstandig document en in de registers van de Kamer van Koophandel worden de deponering van de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening dan ook apart vermeld. Alle regelgeving die van toepassing is op een zelfstandige jaarrekening is ook van toepassing op de geconsolideerde jaarrekening.1
Artikel 2:403 lid 1 sub c BW verlangt dat de financiële gegevens van de vrij te stellen rechtspersoon door een andere rechtspersoon die tot dezelfde groep behoort, zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening.2 Zie artikel 2:403 lid 1 sub c t/m sub e BW:
Artikel 403 lid 1 sub c t/m sub e BW:
1. Een tot een groep behorende rechtspersoon behoeft de jaarrekening niet overeenkomstig de voorschriften van deze titel in te richten, mits:
(...)
c. de financiële gegevens van de rechtspersoon door een andere rechtspersoon of vennootschap zijn geconsolideerd in een geconsolideerde jaarrekening waarop krachtens het toepasselijke recht de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen, richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/ EEG van de Raad (PbEU 2013, L 182) of een der beide richtlijnen van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen dan wel van verzekeringsondernemingen van toepassing is;
d. de geconsolideerde jaarrekening, voor zover niet gesteld of vertaald in het Nederlands, is gesteld of vertaald in het Frans, Duits of Engels;
e. de accountantsverklaring en het bestuursverslag, zijn gesteld of vertaald in de zelfde taal als de geconsolideerde jaarrekening;
Uit artikel 2:403 lid 1 sub f BW volgt dat de geconsolideerde jaarrekening dient te worden opgesteld door de rechtspersoon die de 403-verklaring deponeert.
Geheel los van de algemene consolidatieplicht van artikel 2:406 BW, geldt het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening als een van de vereisten van artikel 2:403 BW. Het kan voorkomen dat een rechtspersoon op grond van artikel 2:406 BW niet verplicht is om een geconsolideerde jaarrekening op te stellen maar wel uit hoofde van artikel 2:403 BW die verplichting op zich neemt. Vice versa is ook mogelijk. Het is niet zo dat wanneer reeds binnen de groep een geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld door de topholding op basis van artikel 2:406 BW, deze topholding de rechtspersoon dient te zijn die in het kader van de vrijstellingsregeling van artikel 2:403 BW de geconsolideerde jaarrekening opstelt (en de 403-verklaring deponeert). In het kader van de vrijstellingsregeling van artikel 2:403 BW kan evengoed op tussenholding-niveau worden geconsolideerd (en kan de 403-verklaring door een tussenholding worden afgegeven).
Artikel 2:408 BW geeft een vrijstelling voor de algemene consolidatieplicht van artikel 2:406 BW. Artikel 2:408 BW kan niet worden gebruikt om een vrijstelling te verkrijgen voor wanneer de bijzondere bepaling van artikel 2:403 BW wordt toegepast. Voor het toepassen van de vrijstellingsregeling van artikel 2:403 BW is het opstellen en publiceren van een geconsolideerde jaarrekening – door de rechtspersoon die tevens een 403-verklaring heeft afgegeven – altijd vereist.
Het is een misvatting dat de geconsolideerde jaarrekening van de rechtspersoon die in het kader van artikel 2:403 BW een geconsolideerde jaarrekening opstelt in de plaats van de zelfstandige jaarrekening van de consoliderende rechtspersoon komt. De vrijstelling van de verplichting om een zelfstandige jaarrekening (ook wel stand alone jaarrekening genoemd) op te stellen, geldt voor de vrijgestelde rechtspersoon. De consoliderende rechtspersoon is op basis van artikel 2:403 BW zelf niet vrijgesteld van haar verplichting om een zelfstandige jaarrekening op te stellen en deze verplichting komt door het opstellen van een geconsolideerde jaarrekening in het kader van de toepassing van artikel 2:403 BW niet te vervallen.
Hoewel dit niet met zoveel woorden is bepaald, ligt het voor de hand dat de enkelvoudige jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van de consoliderende rechtspersoon op dezelfde jaarvergadering door de aandeelhouders van de consoliderende rechtspersoon worden vastgesteld. De enkelvoudige en de geconsolideerde jaarrekening kunnen afzonderlijk van elkaar worden vastgesteld en worden gedeponeerd. Voor het deponeren gelden wel dezelfde wettelijke termijnen.
De aandeelhouders van de vrijgestelde rechtspersoon zijn niet betrokken bij de vaststelling van de geconsolideerde jaarrekening. Wanneer artikel 2:403 BW wordt toegepast, dienen de aandeelhouders van de vrijgestelde rechtspersoon wel de ‘summiere jaarrekening’ van de vrijgestelde rechtspersoon vast te stellen. Dit is een sterk vereenvoudigde enkelvoudige jaarrekening. Zie artikel 2:403 lid 1 sub a:
Artikel 2:403 lid 1 sub a BW
Een tot een groep behorende rechtspersoon behoeft de jaarrekening niet overeenkomstig de voorschriften van deze titel in te richten, mits:
de balans in elk geval vermeldt de som van de vaste activa, de som van de vlottende activa, en het bedrag van het eigen vermogen, van de voorzieningen en van de schulden, en de winst- en verliesrekening in elk geval vermeldt het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening en het saldo der overige baten en lasten, een en ander na belastingen;