Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/6.5.2.2
6.5.2.2 Onrechtmatig handelen jegens de nieuwe en/of oude schuldeiser
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS591870:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 18 december 1987, NJ 1988, 439 (AMRO/Bromet), m.nt. G.
Zie HR 24 maart 2006, NJ 2007,377 (Geldermalsen/Plameco), m.nt. CJHB.
Zie HR 10 oktober 1980, NJ 1981, 2 (Langeveld q.q./AMRO), m.nt. GJS. Zie hierna nr. 493-494, waar onrechtmatig handelen van derden aan bod komt.
Zie HR 10 oktober 1980, NJ 1981, 2 (Langeveld q.q./AMRO), m.nt. GJS.
Zie HR 12 november 1999, NJ 2000, 222 (Heijmans/Staat), m.nt. ARB. Zie over dit arrest ook Du Perron 2000.
Onder het destijds geld en de recht had de belastingplichtige geen recht op wettelijke rente bij onjuistheid of vertraging in de behandeling van belastingaangelegenheden. Hij kon alleen aanspraak maken op rente- en kostenvergoeding langs de omweg van de onrechtmatigheid van de door de belastingrechter vernietigde beschikking of de door de fiscus met verwijtbare vertraging in de afhandeling van de bezwaarfase herziene beschikking.
Vanwege een handelen in strijd met hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.
Zie r.o. 3.4.2, HR 12 november 1999, NJ 2000, 222 (Heijmans/Staat), m.nt. ARB.
Zie r.o. 3.4.2, HR 12 november 1999, NJ 2000, 222 (Heijmans/Staat), m.nt. ARB.
Volgens Bloembergen is sprake van verplaatste schade: Heijmans heeft de schade geleden 'in plaats van' de 'eigenlijke' schuldeiser Sport en Spel. Bloembergen gebruikt dit begrip niet alleen als een ander dan de gene jegens wie onrechtmatig is gehandeld schade heeft geleden, maar ook als jegens een persoon onrechtmatig is gehandeld en deze persoon schade heeft geleden, maar de persoon een ander is dan de gene die 'in dit soort gevallen in de eerste plaats getroffene pleegt te zijn'. Zie o.a. Bloem bergen 1992, p. 20. Vgl. ook Bloem bergen 1965, hoofdstuk 6 deel B, nr. 170 e.v., in het bijzonder nr. 174.
Niet zijnde de stille cedent.
Zie HR 10 oktober 1980, NJ 1981, 2 (Langeveld q.q./AMRO), m.nt. GJS. In dit arrest ging het niet om een onrechtmatige daad van een derde, niet van de schuldenaar van de vordering.
Zie HR 24 maart 2006, NJ 2007,377 (Geldermalsen/Plameco), m.nt. CJHB.
358. De schuldenaar kan ongeacht de ontstaansgrond van de hoofdvordering onrechtmatig handelen jegens de nieuwe schuldeiser dan wei de oude schuldeiser in het kader van de nakoming van de hoofdvordering. Uit het arrest AMRO/Bromet1 volgt dat bij een zekerheidscessie de schuldenaar van een geldvordering jegens de oude en de nieuwe schuldeisers in strijd kan handelen met hetgeen in het maatschappelijk verkeer betaamt door aan een ander dan de schuldeiser te betalen. In casu had AMRO Bank had onrechtmatig gehandeld door aan een ander ( een inningsonbevoegde derde) dan aan wie een cheque betaalbaar was gesteld, de cheque uit te betalen. AMRO Bank handelde daardoor onrechtmatig zowel jegens Joy Coats, aan wie de cheque betaalbaar was gesteld, als jegens Bromet, aan wie Joy Coats de vordering tot zekerheid had overgedragen. De schade bestond uit de derving van het uitbetaalde bedrag. Onder het huidige recht zou de schuldenaar onrechtmatig hebben gehandeld jegens de pandgever en de pandhouder van de vordering. Bij een normale overdracht van de vordering zou de schuldenaar in dergelijk geval alleen onrechtmatig handelen jegens de (onvoorwaardelijke) nieuwe schuldeiser.
De schuldenaar van een vordering tot overdracht van een zaak kan onder omstandigheden schadeplichtig zijn op grond van onrechtmatige daad, als aan de overgedragen zaak gebreken kleven waardoor schade wordt geleden. De schuldenaar kan daardoor onrechtmatig handelen zowel jegens de schuldeiser als verkrijger van de zaak, als jegens een derde als latere verkrijger van de zaak. Dit wordt toegelicht aan de hand van twee voorbeelden. Ten eerste, uit het arrest Geldermalsen/Plameco volgt dat een gemeente aansprakelijkheid is op grond van onrechtmatige daad als zij verontreinigde bouwgrond in het verkeer brengt, waarbij aan de koper geen melding is gemaakt van de vervuiling. Het op deze wijze in het verkeer brengen van verontreinigde bouwgrond is onder bepaalde omstandigheden niet alleen jegens de koper van de bouwgrond (de schuldeiser), maar ook jegens een latere verkrijger (derde) onrechtmatig. De gemeente is op grond daarvan schadeplichtig.2 Ten tweede, bij productaansprakelijkheid is de producent op grond van art. 6:185 jo 6:190 BW (onrechtmatige daad) aansprakelijk voor de letsel- en zaakschade die wordt veroorzaakt door een gebrek in zijn product. Lijdt de koper (de schuldeiser) door het gebrekkige product letsel- of zaakschade, dan kan hij de producent zowel op grond van wanprestatie (koop), als op grond van onrechtmatige daad (productaansprakelijkheid) aanspreken. Dezelfde gedraging van de producent (de schuldenaar) is ook onrechtmatig jegens een latere verkrijger bij wie de schade ontstaat die wordt veroorzaakt door het gebrekkige product.
Maakt een derde inbreuk op de hoofdvordering door deze onrechtmatig (zonder daartoe bevoegd te zijn) te innen, dan handelt de derde onrechtmatig jegens de schuldeiser van de hoofdvordering als rechthebbende.3 Voor het moment van overgang handelt de derde onrechtmatig jegens de oude schuldeiser; na het moment van overgang handelt hij onrechtmatig jegens de nieuwe schuldeiser (vgl. art. 6:163 BW). De onrechtmatige inning van een vordering is na de overgang alleen jegens de nieuwe schuldeiser onrechtmatig, omdat alleen aan zijn zijde schade is veroorzaakt waarvan vergoeding kan worden gevorderd.4
359. De schuldenaar kan blijkens het arrest Heijmans/Staat5 ná de overgang van de hoofdvordering onder omstandigheden ook alleen jegens de oude schuldeiser onrechtmatig handelen, en niet (ook) jegens de nieuwe schuldeiser. Het oordeel van het Hoge Raad in dit arrest is evenwel nauw verweven met bestuursrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten, waardoor de regel zich niet zonder meer voor algemene toepassing leent.
Heijmans Bouw trad op als de nieuwe schuldeiser (als zekerheidscessionaris) van hoofdvorderingen tot betaling van investeringsbijdragen die verband hielden met aanslagen vennootschapsbelasting. Heijmans vordert vergoeding van de gederfde rente op grond van onrechtmatige daad wegens onjuistheid dan wel vertraging in de behandeling van belastingaanslagen.6 De Hoge Raad oordeelt dat belastingrechtelijk gezien de overdracht van de hoofdvordering geen verschil heeft gebracht in de rechtspositie van de oude schuldeiser (Sport en Spel Aalsmeer) als belastingplichtige en als partij in de belastingrechtelijke bezwaar- en beroepsprocedures. De fiscus handelt alleen onrechtmatig7 jegens de belastingplichtige op wiens aangifte wordt beschikt, niet jegens de persoon aan wie de vorderingen die voortvloeien uit de beschikking zijn overgedragen. Niet de status van de schuldeiser van de hoofdvorderingen, maar de status van belastingplichtige is derhalve beslissend voor het antwoord op de vraag jegens wie de fiscus onrechtmatig handelt als hij de belastingaangifte onzorgvuldig afwikkelt en nalatig is in de betaling van de verschuldigde geldsommen. 8
De Hoge Raad sluit in het arrest de mogelijkheid niet uit dat het onrechtmatig handelen van de Staat jegens Sport en Spel tevens als een onrechtmatige daad jegens de nieuwe schuldeiser (Heijmans) moet worden aangemerkt. De omstandigheden die in het onderhavige geval tot het oordeel zouden moeten leiden dat van een dergelijk onrechtmatig handelen van de Staat sprake is, zijn naar het kennelijke en niet onbegrijpelijke oordeel van het Hof echter gesteld noch gebleken.9 Omdat alleen Heijmans, en niet Sport en Spel, de schade in de vorm van rentederving heeft geleden, is de Staat in dit geval geen schadevergoeding verschuldigd. Terecht heeft Bloembergen, onder verwijzing naar het hiervoor besproken arrest AMRO/Bromet, in zijn noot onder het arrest geschreven dat dit laatste oordeel van de Hoge Raad overtuigende kracht mist.10 Het zou zonder meer duidelijk moeten zijn dat in dit geval (ook) jegens de nieuwe schuldeiser onrechtmatig was gehandeld.
360. Handelt de schuldenaar na de stille cessie bij de nakoming van de hoofdvordering onrechtmatig door aan een inningsonbevoegde derde te betalen,11 dan is dit in beginsel onrechtmatig jegens de stille cessionaris. Hetzelfde geldt als een ander dan de stille cedent of de stille cessionaris onbevoegd de vordering int.12 Jegens de stille cessionaris wordt onrechtmatig gehandeld, omdat hij de rechthebbende van de vordering is. De schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad ontstaat daarom in zijn vermogen. Is de stil gecedeerde vordering een vordering tot overdracht van een goed, en verkrijgt de stille cessionaris een schadevergoedingsvordering uit onrechtmatige daad ex art. 6:185 jo 6:190 BW (productaansprakelijkheid) of als bedoeld in het arrest Geldermalsen/Plameco,13 dan kan de stille cessionaris naar mijn mening ondanks art. 3:94 lid 3 tweede zin BW op dezelfde wijze jegens de schuldenaar (de producent dan wel de gemeente die de grond onrechtmatig in het verkeer heeft gebracht) ageren, als een latere verkrijger van het gebrekkige product of van de verontreinigde grond dat zou hebben gekund. Stelt de stille cessionaris een dergelijke schadevergoedingsvordering in jegens de schuldenaar, dan ligt daarin niet noodzakelijkerwijs mededeling besloten van de stille cessie. Het handelen van de schuldenaar is immers onafhankelijk van de stille cessie onrechtmatig jegens de stille cessionaris als verkrijger van de verontreinigde grond of het gebrekkige product. In zijn schadevergoedingsvordering op grond van onrechtmatige daad baseert de cessionaris zich niet op zijn schuldeiserschap.